Elders in de theaters
ARCHIEF:

maandag 3 juni 2024

Micromeningen juni 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Prima Facie – ITA

Gezien: 1 juni, ITA

Deze fantastische solo van Maria Kraakman stond op de vijfde plaats in mijn top-10 voorstellingen van 2023, maar ik ben geneigd om hem alsnog toch wat hoger te zetten...
Ik vond het vorig jaar erg goed dat Eline Arbo haar eerste officiële productie als regisseur van ITA niet voor de grote zaal van de Schouwburg had gemaakt, maar voor het vlakke vloertheater van De Schuur en Frascati. Naar mijn idee waren deze kleinere zalen geschikter voor de indringende intimiteit van het stuk. Ik was daarom een beetje huiverig toen ik hoorde dat Maria de cruciale verkrachtingsscène ook in de RABO-zaal zou gaan spelen – een zaal met 1450 toeschouwers is toch echt wat anders dan 280 (De Schuur) of 220 (Frascati).

Die vrees bleek totaal ongegrond want in de bijna uitverkochte RABO-zaal bleef de voorstelling fier overeind. Sterker: ik vond hem zelfs beter! Achteraf vertelde Maria dat zij alles inderdaad een fractie groter moest spelen, maar waar ik aanvankelijk bang was dat daarmee alles ook vlakker zou worden, wist zij het drama met dat intensere spel juist nog meer diepte te geven. Het toch wat gestileerde, en technisch lastige schakelen tussen vertellen en spelen in het tweede deel, voelde daardoor ook een stuk minder geforceerd – door de vertwijfeling, onzekerheid, verontwaardiging en ingehouden woede net wat voller en dieper te spelen, vloeide alles gewoon veel natuurlijker samen tot één beklemmend exposé. Het zijn allemaal minieme accentverschillen van net iets langere stiltes, iets luider uitgesproken woordjes en iets grotere gebaartjes, maar hiermee bewees Maria opnieuw wat een ongelooflijk knappe actrice zij is en hoe vreselijk goed zij dit stuk in haar vingers heeft. Het ruim duizendkoppige publiek wond zij schijnbaar moeiteloos om één van die vingers – schijnbaar, want afgezien van die perfect beheerste techniek, is het daar in haar eentje op dat grote podium in die grote zaal natuurlijk keihard werken!

Echt mensen, hou maar op met al die speculaties over wie de Theo d’Or dit jaar gaat winnen. De meeste genomineerden heb ik ook gezien en zij waren allemaal op hun eigen manier ook erg goed, maar de beste actrice van Nederland overstijgt zichzelf opnieuw met deze solo dus zij wint hem gewoon – hands down!

Junior Schrijftafel – Toneelschrijfhuis / Bellevue

Gezien: 4 juni, Bellevue

Het Toneelschrijfhuis nodigt jonge mensen uit om hun schrijftalent verder te ontwikkelen door ze onder begeleiding van professionele auteurs in enkele maanden een uitgebreide scène of kort toneelstuk te laten schrijven. Uit nieuwsgierigheid ben ik vorig jaar toch maar eens gaan kijken naar de presentatie in Klein Bellevue en ik was toen behoorlijk onder de indruk van wat deze jongeren (waarvan enkele nog op de middelbare school) hadden gemaakt. Het talent spatte er echt vanaf! Dit jaar viel het een beetje tegen maar er zat toch weer één buitengewoon talent tussen. Deze Amber auf der Springe had een frisse, licht absurde dialoog tussen een jonge vrouw en een boom geschreven die in de verte zelfs een beetje aan Beckett deed denken. Van dit jonge, maar toch al volwassen schrijftalent gaan wij vast meer horen...

I wish I wasn't born at all –  Laura Nieuwenhuis / Lindsay Zwaan

gezien: 6 juni, CC Amstel

Afstudeerregie van Laura Nieuwenhuis van de Toneelacademie Maastricht kon mij niet echt boeien. De tekst van Tamar van der Ven had het clichématig uitgangspunt van herinneringen aan de hand van het leeghalen van het huis van een overleden moeder en bevatte nagenoeg geen drama. Lindsay Zwaan vond ik erg goed in de serie Bodem van Eva Crutzen, maar zij kon deze weinig sprankelende monoloog ook niet echt tot leven wekken. Voor mijn gevoel was het thematisch allemaal veel te ingewikkeld en werden dingen – vermoedelijk uit angst om niet interessant genoeg te worden gevonden – onnodig complex gemaakt.

Nu is een interessante monoloog schrijven ook niet makkelijk terwijl de monoloog in het klassieke drama één van de moeilijkste vormen van acteren is. De monoloog onderscheidt zich immers van de declamatie of voordracht omdat het tegelijk iets moet tonen van het karakter dat de monoloog uitspreekt. Vooral bij langere monologen met een zekere psychologische diepgang (de zgn. soliloguy), gaat het daarom in wezen altijd om een monologue intérieur. Op het toneel is het wel fijn als die gedachtestroom of dat interne gesprek zo natuurlijk mogelijk wordt geëtaleerd: het publiek moet kunnen voelen hoe de acteur iedere zin als het ware eerst uit zijn binnenste moet opduiken, voordat hij of zij hem kan uitspreken. Vanzelfsprekend moet dat spreken wel verstaanbaar zijn en daarvoor helpt het om het gezicht naar het publiek te richten. Maar een veel voorkomende fout is dat men de tekst dan ook direct tot het publiek richt. Vooral als men tegelijk met de monoloog, meteen ook het karakter dat hem uitspreekt wil etaleren, is het verleidelijk om je direct tot het publiek te wenden. Maar dan wordt de monoloog enkel geacteerd en verliest het zijn kracht als middel om het publiek dieper in de psyche van het karakter te trekken. Een goede regisseur weet dit. Die weet ook dat het moment dat de acteur zich wél direct tot het publiek richt, een sterk theatraal effect kan zijn en zal dat dus pas inzetten als het nodig is.

Ik ben bang dat voor veel beginnende regisseurs en acteurs een werkelijk doorleefde monoloog gewoon nog te moeilijk is. Er zijn allemaal hele kleine, subtiele trucjes voor nodig om zo'n intern gesprek volledig voor zich te laten spreken en het duurt nu eenmaal lang voordat je al die technieken beheerst. (Hoewel ik heel af toe wel een jonge speler tegenkom die een tekst volkomen vanzelfsprekend van binnenuit kan overbrengen – of beter gezegd: het publiek mee naar binnen kan leiden – maar dat zijn dus echt uitzonderlijke talenten).

Roof – Likeminds / Maxine Palit de Jongh, Ada Ozdogan (r)

Gezien: 8 juni, Bellevue

Aan de vooravond van een tentoonstelling komt de ziel van een gestolen, klinisch geconserveerd koloniaal beeld uit het museumdepot tot leven en toont zich aan een conservator die zich prompt de geest van al haar voorvaderen – pardon: voormoeders herinnert. Aardig gegeven over roofkunst is door Maxine Palit de Jongh wat moeizaam uitgewerkt tot een dialoog die voor sommige mensen best betekenisvol zal zijn, maar mij weinig deed. Gedoe met schoenen uittrekken en los van elkaar geplaatste zitplaatsen waren vermoedelijk bedoeld om een gewijde, grounded sfeer te creëren en de materiële manifestatie van het spirituele beeld te accentueren, maar was eigenlijk alleen maar irritant. Wel een lekker geurdecor van cederhout of zo. En een mooi kleureffect met de belichting (geel + blauw = zwart).

Misschien dat het rituele karakter van de voorstelling ook beter tot zijn recht komt als hij niet in een theater, maar in een totaal andere context wordt opgevoerd. De makers zijn voor mijn gevoel een beetje verdronken in de thematiek. Jammer want Maxine Palit de Jongh is een uitstekende tekstschrijver en zowel 233 °C als The Last Poet waren interessante voorstellingen. En de vorige voorstelling en regie van Ada Ozdogan (The Returned) vond ik ook best goed.

ArtEZ presentaties: Debuut / Ondier-The Bug / Nul Nut

Gezien: 13 en 18 juni, InsBlau / Frascati

Bij de voorstelling Debuut van het nieuwe Arnhemse gezelschap Absoluut vroeg ik mij af of die vijf voormalige leerlingen van ArtEZ daar überhaupt wel iets hadden geleerd. Wild gedoe rond een huisje op een Alpenweide vonden ze vooral zelf erg leuk om te doen, maar was op geen enkele wijze verrassend – laat staan leuk.

Ondier-The Bug van danseres Sofia Norman en acteur Sytze Bouma was juist een boeiende, abstracte collage van heldere en licht absurde speel- en dansscènes. Vooral Sofia Norman is een fascinerende performer die tijdens een ingewikkelde dans met haar linkerbeen langdurig de aandacht wist vast te houden. Alleen: waarom teksten in het Engels? De Zweedse Sofia spreekt immers prima Nederlands. De Fries Sytze trouwens ook.

Nul Nut van Mara Linde ging over de moeite die zij, zoals veel jonge mensen, heeft om het hoofd te kunnen bieden aan de enorrme sociale en maatschappelijke druk die zij iedere ochtend bij het opstaan al meteen voelt. Inhoudelijk niet echt verrassend maar wel heel grappig uitgewerkt in enkele lekker vol gespeelde scènes. Hoogtepunt was het springerige en behoorlijk authentieke dansje als K-pop artieste met drie meiden van de dansopleiding. Mare Linde is gewoon erg leuk om naar te kijken en we gaan vast nog veel meer van haar zien. 

ATD presentaties: The Boy Who Was Raised As A Dog / Weerschijn / Vijand van het Volk

Gezien: 14 en 17 juni, ATD / De Sloot

The Boy Who Was Raised As A Dog van Joelina Spiess is een losse bewerking van verhalen uit het gelijknamige standaardwerk over traumaverwerking van kinderen die in onmenselijke omstandigheden zijn opgegroeid, vermengd met het verhaal van de 19e eeuwse vondeling Kaspar Hauser en volksverhalen over wolfskinderen. De gespleten inborst van zo’n ‘laat gedomesticeerde’ vondeling heeft zij heel fraai verbeeld door twee bijna naakte dansers/performers eerst als twee honden rond te laten scharrelen, waarna zij zich aankleden en zich als volwassenen splitsen in een moeilijk aangepaste, sprekende helft, en een wildere tegenhanger. Interessant idee en m.n. Meriç Tuncer is een boeiende danser. De subtiele blikken en bewegingen waarmee hij zijn evenbeeld (Krisjan Schellingerhout) tot spelen en vrijheid verleidt, getuigen ook van een sterke regie met veel oog voor detail.

Weerschijn van Anna Koevoets was een kleine voorstelling over hoe jonge mensen vroeger en nu met grote en kleine levensproblemen omgaan. Een goede vriendin van mij (Wilma Ligthart) speelde hierin de hoofdrol en er ging technisch ook van alles mis, dus ik onthoud mij maar even van commentaar.

Ibsen’s klassieker Vijand van het Volk werd in de regie van Joshua Polvliet niet verrassend maar wel gewoon adequaat gespeeld door vier interessante acteurs van ATD.

Signal to Noise – Forced Entertainment

Gezien: 16 juni, ITA

‘Taal wanhopig op zoek naar personages’, zo kan ik deze performance van ruim anderhalf uur het beste omschrijven. Ik hou er wel van als ideeën op een consequente manier tot in het extreme worden uitgevoerd – en bij Forced Entertainment zit je dan eigenlijk altijd wel goed. Ook dit keer wordt het tamelijk simpele gegeven om loops van willekeurige tekstfragmenten door acteurs te laten playbacken consequent uitgevoerd. Onvermijdelijk doen zich dan allerlei onvoorziene effecten voor want de geluidsband dwingt de acteurs tot het uitbeelden of ‘articuleren’ van dingen die zij soms helemaal niet goed beheersen, of niet goed hebben ingestudeerd, of die niet passen bij hun kostuums of de attributen waarmee zij rondsjouwen, of niet kloppen met de muziek of het geluidsdecor. Sowieso is het nog maar de vraag of er überhaupt wel iets kloppends bestaat in de toneelwereld die FE op het grote podium van de RABO-zaal creëert.

Het eindeloos herhalen van vaste patronen is iets wat in de laatste voorstellingen van FE regelmatig terugkomt. Wat dat betreft is het werk van FE steeds politieker geworden. Het vastzitten van een acteur in een loop is immers een sterke fysieke verbeelding van hoe wij allemaal, bewust of onbewust vastzitten in patronen die ons door de bestaande sociale en maatschappelijke orde worden opgelegd. Of om het maar eens in Marxistisch bewoordingen te zeggen: wij draaien allemaal onze eigen rondjes in het kapitalistische raderwerk. Inmiddels wordt het echter steeds duidelijker dat het raderwerk ons regelrecht naar de ondergang leidt.

Het vastzitten in een doodlopend scenario – dat is waartegen de Britse theatermakers in opstand willen komen. Maar tegelijk weten zij natuurlijk ook wel dat er niet aan te ontsnappen valt en het ongemak dat dit veroorzaakt, is wat zij met het publiek willen delen. Als theatermakers willen zij dus niet zozeer het gevoel van ‘entrapment’ met een voorstelling verbeelden of illustreren – maar juist samen met het publiek ervaren. Het spelen van deze voorstelling is voor de acteurs ook beslist niet leuk om te doen. Je zou het niet zeggen, maar álles ligt vast – iedere emmer, stoel en plant die wordt verplaatst, ieder microfoon die wordt opgepakt en weer neergelegd, alle passen die worden gezet, iedere verspreking: het is allemaal uitgeschreven in een lange score. De acteurs spelen niet, voor hen is de voorstelling vreselijk hard werken om de dwingende geluidsband bij te houden.

Zinloze herhalingen – zoeken naar net die kleine variatie in woord of toon die mogelijk een ontsnapping aan de dwingende, kunstmatig gecreëerde realiteit kan bieden. Van Tim Etchell heb ik begrepen dat dit precies het vervreemde, onwezenlijke effect is waarnaar hij op zoek is. Als ik het even richting mijn eigen gedachten hierover mag interpreteren, raken wij met het oprukken van de digitale wereld steeds verder losgeweekt van de ons vertrouwde werkelijkheid. Taal speelt hierin een cruciale rol: om onze nieuwe wereld te begrijpen, schiet de oude taal steeds vaker tekort. Bestaande woorden worden sleets, oude constructies en ideeën bieden geen oplossingen voor de nieuwe, ongekend grote problemen. Maar een nieuwe werkelijkheid vraagt niet om nieuwe woorden – nee, zij creëert zélf een nieuwe taal. En de vraag is hoe die taal eruit gaat zien en wie haar gaat uitspreken. Wie wordt de nieuwe taal meester – en wie worden de meesters van de nieuwe taal? Vooralsnog kunnen we alleen maar een beetje oefenen met flarden taal die we van het internet plukken.

Dit alles lijkt mij een bijzonder spannend idee, een sterk filosofisch (en filologisch) onderbouwd concept. Maar levert het ook een spannende voorstelling op? Daarover zijn de meningen verdeeld. Voor de een zal het eindeloos rondbanjeren en playbacken van onsamenhangende teksten vooral heel vermakelijk zijn: kijken naar volwassen kleuters in een ballenbak. Anderen zullen geboeid zijn door de pogingen van de almaar vermoeiender acteurs om synchroon met de tekstband te blijven spreken. Of men raakt op een gegeven moment toch gefascineerd door de wezenloze koppeling van de acteurs met de door AI gegenereerde stemmen – de zogenaamde ‘uncanny valley’ van een kunstmatig gecreëerde werkelijkheid. Of men gaat mee met de muzikaliteit van de voorstelling waarin, zoals altijd bij FE, de geluidsband met allerlei theatrale effecten weer een interessante rol speelt. Of men volgt de partituur van de stemmen, die soms dubbelen of worden overgenomen door andere acteurs, of een stem wordt juist heel theatraal als een solo gebracht. En sommigen bezoekers vervelen zich te pletter en houden het na een half uurtje voor gezien.

Voor mij werkte de voorstelling eigenlijk op al deze niveaus. En toch viel hij een beetje tegen, maar dat kwam vooral omdat ik kortgeleden een voorstelling heb gezien waarin het hele kernidee van de voorstelling eigenlijk veel beter was vormgegeven. Die voorstelling (‘Urland doet de Empty Space’) was slechts een klein probeersel, maar daarin werd in krap vijfenveertig minuten eigenlijk precies uitgedrukt wat FE ons met ruim anderhalf uur Signal to Noise wilde laten ervaren. Achteraf verbaas ik mij weer hoe compact en verzorgd die voorstelling van Urland was en hoe goed zij het hele onderwerp AI bij de kladden hadden.

Wat dat betreft, blijft de voorstelling van FE toch wel erg conceptueel. Zo zouden ze nog veel meer kunnen doen met de dynamiek en de choreografie want alles blijft nu wel behoorlijk op één niveau voortdenderen. Ik zou zeggen: gooi er een gezamenlijk dansje of liedje in of zo.
Maar misschien is het ook het grote podium en de grote RABO-zaal waardoor de voorstelling ondanks alle drukte toch een beetje vlak blijft.  Ik kan mij heel goed voorstellen dat de hele dynamiek van de voorstelling in kleine zalen zoals Frascati veel beter tot zijn recht komt. En mochten ze daar komen spelen – dan wel allemaal gaan kijken want iedere voorstelling van FE is echt wel een belevenis!

Programma:

  • 17 juni Transformatorhuis – Sisyphe
  • 19 juni DAS Theatre – Summerpresentations
  • 20 juni Bellevue – 7sheb 3lik: Rekenen op Jou
  • 20 juni DeLaMar – Girls and Boys
  • 21 juni Bellevue – Hannah en Martin