Elders in de theaters
ARCHIEF:

dinsdag 25 juni 2024

Schieten op de Girls & Boys

De reprise van een indrukwekkende monoloog over een thema dat mij bijzonder interesseert, geschreven door een gevierde auteur en gespeeld door een geweldige actrice en winnares van de Theo d’Or – daar had ik mij dus erg op verheugd. En de voorstelling Girls and Boys van Theatergroep Oostpool in DelaMar was ook geweldig, en boeiend, en fantastisch gespeeld door een indrukwekkende Hadewych Minis. Maar toch deed het mij niet veel. Ik denk dat dat komt omdat er dramaturgisch iets niet lekker zit in het stuk. Ik heb helaas geen tijd voor een uitgebreide analyse, maar de voorstelling laat een interessant probleem zien en daarom zal ik er vanuit de heup toch een paar losse flodders op afschieten.

Allereerst de veelgenoemde spoiler halverwege het eerste deel (“mijn kinderen zijn er niet meer, ze zijn dood”). Deze opmerking was misschien overbodig want dat hadden wij natuurlijk allang begrepen, maar in tegenstelling tot veel critici, vond ik het niet zo storend want het was gewoon een terzijde bij de (door Minis bijzonder overtuigend gespeelde) scènes met de imaginaire kinderen.

Maar de omzichtige aankondiging dat wat nu volgt, niet hier en nu plaatsvindt, maar allemaal gespeeld is, dat vond ik echt een vergissing. In een interview vertelde de auteur Dennis Kelly dat hij dit erin had geschreven omdat het publiek bij eerste try-outs geschokt was door zijn levendige beschrijving van de kindermoord en mensen wegliepen. Zo’n ‘off-stage’ waarschuwing leek hem een elegante oplossing en ook niet storend omdat dit moment in de opzet van het stuk het dramatische keerpunt is – tot dan toe heeft de vrouw immers alleen maar op een wat luchtige, anekdotische manier over haar leven en huwelijk verteld. Kelly’s bedoeling was dat de vrouw pas met het mentaal inbeelden (en fysiek uitbeelden) van de moord, de pijn van het verschrikkelijke trauma heel even toelaat – om het daarna meteen weer te verdringen met wat harde feiten en beschouwingen over het Medea-syndroom.

Een sterk idee – alleen werkte het voor mij niet. Hadewych Minis heeft een soort vanzelfsprekende charme, fierheid en ongenaakbaarheid die heel goed past bij de rol van een vrouw die iets verschrikkelijks is aangedaan en dat heeft overleefd. Het eerste ‘met mij niets aan de hand’ deel, wist zij ook zó overtuigend te spelen, dat met het doorbreken van de vierde wand in één klap alle magie meteen ook wegspoelde. Het is niet aardig om te zeggen, maar met die aankondiging dat er nu een hele erge scène volgt, maakte Minis die hele beschrijving van de moord wat potsierlijk.

Het buiten de voorstelling houden van het conflict (de man kan niet verkroppen dat zijn vrouw maatschappelijk succesvol wordt terwijl hij al zijn succes en status verliest) en alleen maar laten zien hoe de vrouw het trauma van onvoorstelbaar geweld heeft overleefd door alle pijn in een mentaal kluisje weg te stoppen, is een lastige dramatische constructie. Als publiek zien en beleven we immers niet hoe de man en vrouw uit elkaar groeien – de vrouw vertelt alleen maar dát ze uit elkaar groeien. In het stuk kan zij zo met de gemoedelijke, anekdotische manier van vertellen toewerken naar de dramatische ontdekking dat haar man helemaal geen affaire heeft, maar gewoon stinkend jaloers is op haar succes.

Met deze scène onthulde Dennis Kelly het eigenlijke onderwerp van zijn stuk, namelijk dat mannen zich bedreigd voelen door de onstuitbare opkomst van vrouwen en zij zich daar (in dit geval zelfs met geweld) tegen zullen verzetten. Daarnaast wilde hij ook nog het nodige kwijt over de inherente gewelddadigheid van het mannelijke geslacht en het misogyne patriarchale kapitalisme dat de oorzaak is van zo’n beetje alle ellende in de wereld. Dat kan ik alleen maar beamen en vind ik allemaal ook razend interessant, maar deze thematiek moet je wel vertalen naar het drama dat op de planken plaatsvindt en daar is Kelly voor mijn gevoel niet helemaal in geslaagd.

Het stuk schildert een portret van een heroïsche vrouw die het gruwelijke geweld dat haar is aangedaan niet alleen heeft overleefd, maar met een droevige zelfverzekerdheid mentaal heeft geïncorporeerd in haar leven. Impliciet neemt zij met de bijna bovenmenselijke kracht waarmee zij haar leven voortzet, wraak op de onmenselijke wreedheid van haar man. De boodschap is duidelijk: vrouwen zijn mentaal sterk en levensbevestigend – mannen zijn mentale slappelingen die met hun primatengeweld, ongeremde wellust en domme concurrentiedrang het leven vernietigen. Nu valt er over de oerdriften en concurrentiedrang bij vrouwen ook nog wel wat te zeggen, maar ik snap de tegenstelling en er zit natuurlijk ook wel een een kern van waarheid in. Alleen lijkt mij het theater nu juist een plek waar we de schillen rond die kern een beetje kunnen afpellen en dat is wat er in dit stuk jammer genoeg niet gebeurt. Feitelijk wordt de vrouw in dit stuk als een onschuldig slachtoffer neergezet en de man als een verschrikkelijke lul. Hoe een aanvankelijk best wel leuke vent ongemerkt verandert in een gewelddadige sukkel, is natuurlijk precies waar de tegenstelling girls and boys menselijk en interessant wordt, maar daar krijgen we dus niets van te zien.

Ik ben bang dat Kelly zich een beetje stuk heeft gestaard op de simpele tegenstelling van domme, gewelddadige mannen versus slimme, onschuldige vrouwen. Dat blijkt uit uit de quasi diepzinnige opmerking waarmee hij de voorstelling eindigt: “de samenleving is niet gemaakt vóór mannen, maar om mannen te stoppen”. Ik snap wel wat hij hiermee wil zeggen, maar in dit verband slaat het helemaal nergens op. Hoezo samenleven? We hebben helemaal niets van het samenleven van de man en vrouw gezien – laat staan iets geleerd van de talloze misverstanden en onbegrepen signalen die er ongetwijfeld zijn geweest…

Wel geleerd hoe een voortreffelijke actrice als Hadewych Minis een inhoudelijk wat gammel stuk toch nog tot een bijzondere belevenis weet te maken. Voor deze rol heeft zij in 2022 volkomen terecht de Theo d'Or gekregen.

Hadewych Minis - Girls and Boys