Elders in de theaters
ARCHIEF:

dinsdag 30 april 2024

Micromeningen april 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Ik blijf bij je – Abbie Chalgoum / Toneelgroep Maastricht

Gezien: 2 april, Bellevue

Aangekondigd als een troostrijk en ontroerend gevecht blijkt niets anders dan een doodsaaie samenvatting van Chalgoum’s boek over zijn afrekening met de geïnternaliseerde schaamtecultuur van zijn Marokkaanse ouders (lees: gewelddadige vader). Na twee minuten weet je al dat dit verhaal voor een specifiek publiek een belangrijke boodschap zal bevatten, maar ik hoor alleen maar dingen die al mijn vooroordelen over de achterlijke gebruiken in een patriarchale cultuur (en die van jolige Limburgers in het bijzonder) nog eens bevestigen.

Donja Hota – Platform 0090 / Enkidu Khaled

Gezien: 3 april, De Brakke Grond

De bonte collage van teksten, bewegingen, geluiden, dansjes en muziek door acht vrouwen uit verschillende windstreken gaat alle kanten op, maar is alleszins vermakelijk. De verhaaltjes die zij vertellen zijn niet zozeer gebaseerd op, als wel geïnspireerd door het werk van de beroemde Egyptische feministe Nawal El Saadawi en worden als aanwijzingen, lessen en adviezen gericht aan een denkbeeldige dochter (Alma) ergens achter het publiek. Conform de rebelse vrijheid die El Saadawi propageerde, wordt alles op een lekker losse, bijna geïmproviseerde manier verteld en dat werkt erg goed. De speelse manier bijvoorbeeld, waarop de vrouwen op een gegeven moment besluiten om allemaal als grommende tijgers rond te sluipen en dit vervolgens ook een kwartier lang blijven doen, vond ik geweldig. Geen dramatische ontwikkeling, geen lijn, geen scherpe emoties en geen heldere boodschap – behalve misschien dat het belangrijk is dat je hier (Europa? Brussel? Amsterdam?) de vrijheid hebt om met je eigen naam je eigen verhaal te creëren. Dat laatste wordt ook prompt gedaan door de 12-jarige Alma, die inderdaad achterin de zaal zat en als jonge ‘Donna Quichote’ in een felrood, wollen harnas wordt gehesen en tot besluit een zelfverzonnen verhaal mag afsteken (in haar moedertaal Frans). Gewoon een erg leuke voorstelling!

Warm – Discordia / STAN

Gezien: 4 april, Frascati

Eén keer rakelings langs een onbekend doel scheren is verbluffend, twee keer is fascinerend, drie keer is perfect. Maar zodra dit doel benoemd is, begin ik mij bij de vierde keer toch af te vragen wat er nu zo interessant is aan die brij waar Jon Fosse de drie spelers in zijn stuk omheen laat draaien. Is die ene gebeurtenis van zoveel jaar geleden nu werkelijk zoveel bespiegelingen en suggestieve stiltes waard?

Okay, de voorstelling speelt zich af in een abstracte denkruimte tussen een vrouw en twee mannen. In de hoofden van deze drie heeft er ooit op een zomerse stranddag wel of niet een amoreuze ontmoeting van de vrouw met een van de mannen (of met allebei) plaatsgevonden. Maar in de voorstelling wordt geen enkele warmte, intimiteit of erotiek zichtbaar of invoelbaar gemaakt, maar alleen onderzocht welke herinneringen nu wel of niet waar zijn. Hierbij wordt telkens gezinspeeld op de al of niet bestaande consequenties van de ontmoeting (een huwelijk? een kind? drie kinderen?). Zo is de voorstelling een eindeloos aftasten van mogelijkheden – een stijl die Discordia wel is toevertrouwd en dat maakt dit 'meesterwerk' van de Noorse Nobelprijswinnaar ook best onderhoudend. Er wordt in alle (door Fosse in de tekst voorgeschreven) stiltes ook vast veel belangwekkends over het leven en zo (niet) uitgesproken, maar ik vond al die mistige fjorden uiteindelijk toch een beetje koud, stil en vooral: leeg.

Leven – George & Eran / Club Classique

Gezien: 5 april, Bellevue

In een onbegrijpelijk decor van een sanitaire ruimte met twee toiletten en een wasmachine proberen twee boezemvrienden in het reine te komen met de aftakeling en dood van een vriendin. Hoewel hij overal werd aangeprezen als een aanstekelijke en ontroerende viering van het leven, deed deze voorstelling mij dus helemaal niks. Zelfs stevig ondersteund door live uitgevoerde strijkkwartetten van Schubert en Brahms waren alle pogingen om mij te beroeren volkomen vruchteloos.

Waarom verzanden dit soort voorstellingen van mannen over hun eigen emoties toch altijd in slaapverwekkend gestamel? Natuurlijk, in vergelijking met vrouwen gaat het onderzoek van mannen naar hun emoties doorgaans nauwelijks een pink diep, maar kom op: doe er iets mee en maak er wat van! Alleen maar zeggen dat het leven ondanks alles mooi is en dat je zoveel van elkaar houdt, is echt niet genoeg. Nou ja, voor mij dan want het publiek vond het weer prachtig.

We’re all alone in this together – Kim Karssen

Gezien: 5 april, Frascati

Als speler en als maker vind ik Kim sowieso geweldig en met haar volslagen originele en aandoenlijke voorstelling ‘Schrödingers Hond’ heeft zij bij mij flink wat krediet opgebouwd. Bespreking van deze voorstelling wil ik daarom nog even uitstellen want hij is gewoon nog niet af. Samenspel met de Vlaamse acteur Elias de Bruyne (Artemis) is wel veelbelovend – vooral omdat Kim en Elias heel goed hetzelfde register kunnen bespelen. Wordt vervolgd.

Prima Facie – ITA

Gezien: 6 & 13 april, Frascati

Bij monde van angeheuchte Gerard Soetelief heb ik al eerder in de Theaterkrant aan Marijn Lems proberen uit te leggen dat het bij deze voorstelling niet zozeer gaat om wat er verteld wordt, maar vooral om hoe drie vrouwen (auteur Suzie Miller, regisseurs Eline Arbo en actrice Maria Kraakman) de impact en vernederende gevolgen van een seksuele misdaad nu eens van binnenuit op de planken brengen. Niet iedereen kan de lange monoloog met minimale attributen in het kale decor waarderen, maar de manier waarop Maria Kraakman met name in het tweede deel schakelt tussen vertellen en verbeelden, vond ik opnieuw adembenemend. Ik ben heel benieuwd of deze fenomenale actrice dezelfde intimiteit ook later dit jaar in de grote Rabozaal weet op te roepen.

Bye Bye Daddy, a family business – Dood Paard

Gezien: 9 april, Frascati

Alleszins onderhoudend klein familiedrama rond het sterfbed van een pater familias. Met name Mokhallad Rasem is geweldig als ultra-zachtmoedige vriend van de dochter (Manja Topper). Tekst van Magne van den Berg zwalkt lekker alle kanten op. Enscenering en choreografie van het eerste deel kan nog wat aan gesleuteld worden. Het carnavaleske decor dat tijdens een extreem hysterische huilbui door Ella Kamerbeek (Club Lam) wordt onthult, slaat ook helemaal nergens op, maar dat vond ik juist weer erg goed.

Lady & Lord Macbeth – Toneelgroep Suburbia

Gezien: 11 april, De Meervaart

Shakespeare houdt de bron van Macbeth’s machtswellust een beetje vaag bij influisteringen uit een duistere geesteswereld/toestand, maar Tom Lanoye legt de motivatie klip en klaar bij de gefrustreerde kinderwens van zijn echtgenote en dat maakt de psychologie van het drama meteen een stuk moderner. Dat kan helaas niet worden gezegd van het decor en kostumering van deze voorstelling want de ‘gestileerde’ enscenering met lelijke plastic gordijnen en acteurs in hun alledaagse kloffie, doet hopeloos gedateerd aan. Daarmee wordt ook geen recht gedaan aan de rijke tekst van Lanoye en het volle spel van de acteurs (met Aus Greidanus Jr. in een verrassend komische dubbelrol als Duncan en McDuff). Het openingslied, geweldig gezongen door Joy Wielkens, is een prachtige verbeelding van de verzengende liefde tussen deze oer Bonny and Clyde. Ook heel goed hoe Lanoye hun groeiende obsessie met nageslacht als bezegeling van hun liefde, tot spil van het drama maakt.

The Last Poet – Toneelschuur Productie / Nita Kersten (r)

Gezien: 12 april, Bellevue

Deze voorstelling kreeg wat lauwe recensies omdat er niet duidelijk gekozen is om de New Yorkse zwarte dichters uit de jaren ‘70 en ‘80 te linken aan het hedendaagse activisme als Black Lives Matter of KOZP. Begrijpelijke kritiek want de spoken-word cypher over ‘blackness’ waarmee de voorstelling begint, wekt die verwachting wel, terwijl daarna alleen op een chronologische manier het levensverhaal van Umar Bin Hassan wordt verteld. Maar dat gebeurt door uitstekende acteurs (in het bijzonder de geweldig expressieve Carmen van Mulier) onder de altijd weer frisse en heldere regie van Nita Kersten, en dat maakt het tot gewoon een goed stuk. Ongetwijfeld valt er veel meer te vertellen over Umar, de Last Poets en The Revolution die niet zal worden uitgezonden, maar in 90 minuten wordt onze kennis van Amerikaanse black history in ieder geval weer wat bijgespijkerd. Erg jammer dat er slechts een handjevol, voornamelijk bleke mensen in de zaal zat. Voorstelling verdient meer.

Brown Sugar Baby – HNT / Eric De Vroedt

Gezien: 14 april, Koninklijke Schouwburg

Sommige regisseurs weten van zwakke toneelteksten toch fantastische voorstellingen te maken – en er zijn voorstellingen met een zwakke regie die dankzij de ijzersterke tekst toch overeind blijven. Maar soms is zowel de tekst als de regie ronduit beroerd en om dan één van de beste actrices van Nederland hulpeloos met kindertoneelteksten te zien spartelen in de veel te grote berg hooi die schrijver en regisseur Eric De Vroedt op zijn vork heeft genomen, was gewoon gênant. Uit respect voor de winnaar van de Theo d’Or ben ik daarom voor het eerst in lange tijd, ver voor het einde van deze tweeënhalve uur waterboarding, maar gewoon opgestaan en weggegaan.

Sign of the Times: Natalie Haynes & Eline Arbo – ITA / De Balie

Gezien: 15 april, ITA

Een samenkomst van ruim 750 vrouwen in de uitverkochte grote zaal van de Stadsschouwburg – die produceren inderdaad wel een apart geluid als er een scène uit de film Wonder Woman wordt geprojecteerd en de heldin in één vloeiende beweging drie van haar mannelijke tegenstanders met pijlen doorboort. Als een van de naar schatting twintig mannen die hierbij aanwezig waren, kon ik het ook wel waarderen want het zal lezers van deze micromeningen niet zijn ontgaan dat vrouwenstemmen mijn bijzondere interesse hebben – en dan vooral hoe ze die stemmen steeds welluidender in de theaters laten klinken. Dus als de classicus Natalie Haynes en regisseur Eline Arbo het gaan hebben over ‘the female gaze’ in Griekse mythologische stukken als Elektra, Medea en Penthesilea, dan luister ik graag mee.

Helaas ging het gesprek nauwelijks over nieuwe manieren waarop de vrouwenrollen in die klassieke stukken kunnen worden ingevuld want de twee liefhebbers dwaalden regelmatig af naar grappige weetjes over de onthoofding van het chtonische wezen Medusa die net als Stheno en Euryale een dochter was van de zeegoden Phorcys en Ceto maar ook half-menselijk. Alleszins onderhoudend, maar net als driekwart van de aanwezige dames die het zonder klassieke scholing moesten doen, raakte ik de draadjes in dit mythologische labyrint regelmatig kwijt. Heb wel enorme zin gekregen om vrijdag in de Toneelschuur Huis van Troje nog een keer te zien, want wat betreft het opnieuw vertellen van bekende verhalen vanuit een vrouwelijk perspectief, zit daar eigenlijk alles in waar Haynes en Arbo in de Schouwburg een beetje vaag naar bleven hinten. Die uitstekende voorstelling speelt nog tot 24 April dus grijp uw kans!

De wraak van A. – Ayşegül Karaca / Theater RAST

Gezien: 16 april, Bellevue

In de nieuwste aflevering van de serie nevenschade van de immigratie, ontmoeten we dit keer een ontheemde Turkse patriarch die al zijn frustraties over zijn verloren sociale en maatschappelijke positie op zijn vrouw en dochter botviert. Goed, je kan veel wijten aan achterlijke gebruiken in een patriarchale samenleving, maar als iemand zijn vrouw in de vernieling schopt omdat zij in plaats van een gezonde zoon, een tweeling heeft gebaard waarvan één doodgeboren en de ander een meisje en half blind, dan is dat gewoon een ontzettende klootzak. En als hij vervolgens niet alleen de moeder, maar ook het gehandicapte (‘mislukte’) dochtertje nog eens jarenlang blijft terroriseren, dan begin ik toch druk over de herinvoering van een paar gruwelijke, maar vermoedelijk zeer effectieve lijfstraffen te fantaseren.

Met dit autobiografisch materiaal heeft Ayşegül Karaca deze voorstelling gemaakt en daarvoor verdient zij sowieso een hele berg bonuspunten. Het verbod dat de tirannieke vader de moeder oplegde om ooit nog over het doodgeboren tweelingzusje of haar begraafplaats te spreken en haar bestaan zodoende voor altijd uit te wissen, heeft Ayşegül op een hele knappe manier verweven met de opstand van Antigone tegen het verbod van koning Creon op een eervolle begrafenis van haar onterecht verguisde broer. Maar waar de opstandige Antigone wordt gestraft en zij zichzelf tenslotte in een donkere grot verhangt, kiest Ayşegül voor het licht van het toneel en besluit zij om daar wraak te nemen door haar zus tot leven te wekken en alsnog te begraven en daarmee haar eigen bestaan als tweeling weer heel te maken. De indrukwekkende monoloog wordt door Ayşegül met veel passie gespeeld en gezongen. Maar eerlijk gezegd denk ik dat de voorstelling nog veel beter kan worden als hij iets rustiger en preciezer door een ander type actrice wordt gespeeld. Vooralsnog toch een heerlijk zoete wraak.

Mémé – Sarah Vanhee

Gezien: 17 april, Brakke Grond

Vanhee’s familiegeschiedenis verteld met behulp van projecties en poppen spitst zich toe op het zware en armoedige leven van haar grootmoeders op de west-Vlaamse kleigronden. Videofragmenten laten zien hoe liefdevol en met veel intiem fysiek contact Vanhee met haar zoontje omgaat. Dit als contrast met haar mémés (oma's) die slechts beperkte aandacht aan elk van haar negen kinderen kon geven. Het publiek vond de postume eer en troost die zij haar oma en haar moeder bood prachtig, maar het bleef allemaal wel erg particulier en ook tamelijk klef. Moest denken aan de voorstelling (V) van De Nwe Tijd, waarin het ook over moeders en veranderende tijden ging en die mij wel wist te raken.

Panic Room – Theater Utrecht / Floor Houwink ten Cate (r)

Gezien: 18 april, Stadsschouwburg Utrecht

Jacob Derwig wordt in zijn laatste uur in het niemandsland op de grens van leven en dood bezocht door zijn grootste trauma in de persoon van Abke Haring. Bijzonder mooie en sterke voorstelling, vooral dankzij de magnifieke scenografie. Het is lang geleden dat ik zo’n indrukwekkend – Robert Wilson waardig – decor zag (hoewel die zich er laatst in ITA wel erg makkelijk van af maakte). Dat decor is een lege zwarte doos waarvan de wanden en het plafond op een vernuftige manier met licht en minieme pufjes rook ‘levend’ worden gemaakt. Subtiele geluids- en lichteffecten plaatsen de hele voorstelling in een donkere, abstracte ruimte waarin zowel de tekst als de acteurs een beetje in het immateriële blijven zweven. Voor het eerst sinds lange tijd wordt de rookmachine ook weer eens zinnig en doeltreffend ingezet om er een adembenemend mooi effect van een duet mee te creëren (eat your heart out Robert!). Echt fantastisch en wat mij betreft hebben Marloes en Wikke (decor), Varja Klosse (lichtontwerp) en Jimi Zoet (geluidsontwerp) dit jaar de hoofdprijs al gewonnen!

Niet alleen het decor en de scenografie, maar eigenlijk alles van deze voorstelling was gewoon heel goed: concept, structuur, tekst, ritme, acteurs, spelregie, videoprojecties, geluid – allemaal klasse. En toch kon de voorstelling mij niet echt raken. Terwijl het gegeven (een abstracte zwarte ruimte vult zich met bespiegelingen van een terminaal zieke man) mij toch zeker zou moeten aanspreken. Ik heb er lang over zitten dubben en denk dat het toch in het acteren zit.

Abke Haring speelt haar rol als de overleden geliefde voortreffelijk – daarbij zeker ook geholpen door de geweldige tekst. En Jacob Derwig is natuurlijke de perfecte acteur om een interessante tekst over te brengen. Maar dat laatste is misschien ook waarom de voorstelling bij mij niet resoneert, want welke rol Jacob Derwig ook speelt, hij blijft altijd Jacob Derwig. Dat is ook precies waarom ik hem zo ontzettend goed vind – dat hij geen ‘transformatieve’ acteur is, maar zijn rollen altijd met enige afstand speelt en niet zozeer een overtuigend type, maar vooral het karakter en de tekst van het personage in de schijnwerpers zet. En daar gaat het in dit geval mis, want de tekst heeft zondermeer kwaliteit en het verhaal van de reis naar de plek van zijn pijnlijkste herinnering is mooi opgebouwd, maar het feitelijke drama van Derwig’s personage (een grote liefde die geen kind van hem wilde maar als oorlogscorrespondent ergens ver weg wel zo nodig kinderen moest gaan redden), vond ik eigenlijk niet zo interessant. Maar het is dus louter het ‘being Jacob Derwig-effect’ wat bij mij een betekenisvolle beleving van dit stuk in de weg stond want het is gewoon een geweldige voorstelling. Ik ben bang dat Jacob daar ook niet veel aan kan doen, tenzij hij op het toneel echt rochelend de pijp aan Maarten geeft, maar dat wensen we hem natuurlijk niet toe...

Hert – Teunie de Brouwer

Gezien: 20 april, Bellevue

De allereerste try-out heb ik vorig jaar als backstage voorstelling gezien en die vond ik al erg goed, maar aan het einde van de tournee is deze performance echt een geweldig volle theaterbom geworden! Samen met haar tegenspeelster Iris Bakker en onder de scherpe regie van Xander van Vledder razen we door de jaren waarin Teunie’s angsten haar naar de wanhopige grens van de totale duisternis voeren, waarna zij uiteindelijk terugkeert naar de plek waar zij zichzelf weer vindt – namelijk op het toneel. Bijzonder knap (en moedig) concept, grappige en goed gespeelde scènes die leiden naar een bijzonder ontroerende conclusie waarin Teunie een ogenschijnlijk simpel, maar daarmee juist waarachtig diep inzicht in het leven toont. Echt grote klasse van deze jonge makers! Gaat dat zien: alleen deze zondagmiddag nog in Bellevue.

Louis neem plaats – APT / Louis van der Waal

Gezien: 22 april, De Sloot

Nieuwe aflevering van het doorzaag experiment, waarin de schrijvers van het Amsterdam Poet's Theater een monoloog schrijven en er vervolgens samen met een acteur in twee weken een voorstelling van bakken die slechts één keer wordt gespeeld. Louis van der Waal wilde nu wel eens een keer een serieuze rol – bijvoorbeeld een verzekeringsagent met een serieuze bril die adviezen over polissen voor honden (of hun bezitters) geeft. Die rol krijgt hij, maar zijn bril is zoek en dan wil het met een hond als attribuut ook niet erg lukken. Klassieke dialoog met een imaginaire assistent begint sterk en het verhaal loopt lekker uit de rails, al wordt het op een gegeven moment wel een beetje rommelig. Gelukkig weet Louis er op het einde weer een leuk puntje aan te draaien – en het is natuurlijk altijd fijn om hem te zien spelen.

Rabbit Hole – De Toneelmakerij, Theater Sonnevanck

Gezien: 23 april, De Krakeling

Leuke opzet van een groot geprojecteerd beeldscherm waarop de phone-, chat- en videogesprekken tussen de twee acteurs te volgen zijn. Zo volgt het publiek hoe een jongen zich steeds verder afzondert en een manosphere wordt ingetrokken. Als publiek mogen we ook deelnemen aan de live-chat en zo commentaar leveren op wat er gebeurt. Op dat forum werd al snel duidelijk dat de jongeren voor wie deze 14+ voorstelling bedoeld is, allang weten dat er op die anonieme fora een hoop onzin wordt verkondigd en daarmee schiet de voorstelling inhoudelijk zijn doel een beetje voorbij.

Ik moest denken de geweldige voorstelling Infinity Chan van Eva Line de Boer die zich ook grotendeels op een beeldscherm afspeelde en waarin er ook werd afgedaald naar de duistere krochten van het internet. Maar die voorstelling was veel verontrustender omdat zij daarin werkelijk de ethische, seksuele en morele grenzen opzocht. In Rabbit Hole blijft alles jammer genoeg wat voorspelbaar en braaf.

Twee oude Vrouwtjes – Thomas, Sacha en Jos

Gezien: 24 april, Bellevue

Je zult van goeden huize moeten komen als je de subtiele verhalen van Toon Tellegen wilt vertalen naar het toneel. Helaas zijn Thomas, Sacha en Jos dat niet want deze jonge makers zitten nog vol drang om vooral zichzelf te laten zien. Hun voorstelling is alleszins onderhoudend, maar met hun neiging om alles op te leuken, gaat al het kleine en stille van Toon Tellegen vrijwel geheel verloren en daardoor blijft het toch een beetje opgekrikt kindertheater. Prima natuurlijk dat zij zich herkennen in de zachte en liefdevolle toon van de verhalen, maar hoe zij dit in de voorstelling doortrekken naar hun eigen homo- en queer-zijn, vond ik een onnodige, en eigenlijk ook ongepaste vorm van appropriation. Maar goed, anderen vonden dit juist heel mooi want heel gevoelig en zo. Ik ben bang dat ik gewoon niet zo gevoelig ben voor dat soort gevoeligheden...