Elders in de theaters
ARCHIEF:

vrijdag 5 juli 2024

Second thoughts & The Second Woman

Een beetje laat deze reactie, maar ik loop al een week te denken over de marathon-performance The Second Woman van Nat Randall en Anna Breckon: wat hebben we nu eigenlijk gezien? Een briljant kunstproject? Een boeiend theaterexperiment? Of was het een gehypet theaterspektakel dat uiteindelijk toch een beetje tegenviel. Ik ben er nog steeds niet helemaal uit – maar hier volgen ruim een week na de maaltijd nog een paar likjes uit mijn potje mosterd.

In Melbourne was The Second Woman in ieder geval een groot succes en in London stonden er de hele dag en nacht lange rijen voor de deur van de Young Vic om de performance met de actrice Ruth Wilson te kunnen zien. Dan viel het aantal bezoekers in Amsterdam toch wat tegen: de Rabozaal was vaak maar half gevuld en met het oog op de verwachte toeloop voor de live-stream waren in Tuschinski extra zaalwachten aangetrokken, maar daar zat nooit meer dan een handjevol mensen in de zaal. Nu nodigden de matige beeldkwaliteit en het beroerde, dikwijls niet-synchroon lopende bioscoopgeluid ook niet uit om lang te blijven zitten, en de extreem hoge HF-entreeprijzen in ITA waren natuurlijk ook een flinke drempel, maar toch: het festival had vast op flink wat meer bezoekers gerekend.

Net als in Melbourne en London waren de kritieken hier wel lovend, en dan natuurlijk vooral over de geweldige prestatie die Georgina Verbaan met deze marathon-voorstelling heeft geleverd. Maar zoals verschillende recensenten terecht opmerkten, ontbrak het vaak wel aan werkelijke spanning of diepte en was het spel met de niet-professionele tegenspelers vaak ronduit saai.

Over de vraag of de marathonvoorstelling ook in artistieke zin interessant was, zijn de meningen verdeeld. Was het allemaal de moeite waard? Zijn de makers geslaagd in hun opzet? Wat was de opzet eigenlijk? Wat wilden de makers vertellen? Wat was de bedoeling?

Daarover zijn Nat Randall en Anna Breckon namelijk niet altijd even duidelijk. Enerzijds zeggen zij als queer kunstenaars bijzonder geïnteresseerd te zijn in de ‘perfomative aspects of gender’. De laatste tijd heeft iedereen het in de kunst opeens over performatieve dit en performatieve dat, en mij is niet altijd duidelijk wat daar dan precies mee wordt bedoeld, maar ik denk wel te begrijpen dat Randall en Breckon willen onderzoeken hoe mannen en vrouwen juist in hun manier van doen van elkaar verschillen: mannen stappen op een andere manier een kamer binnen dan vrouwen, betuigen op een andere manier spijt, vragen op een ander manier om vergeving, tonen op een andere manier hun genegenheid, lopen anders, eten anders, etc. Ik snap dus wel dat ze deze performance hebben opgezet als een onderzoek naar het gedrag van mannen: door honderd verschillende mannen in dezelfde situatie te plaatsen, wordt zichtbaar hoe mannen zich op verschillende manieren gedragen. Prima.

Maar dat was niet hun enige motief voor dit project. Randall en Breckon noemen namelijk ook de klassieke Hollywoodfilms uit de jaren ’50 en ’60 als inspiratie. En ze hebben een enorme fascinatie voor Gena Rowlands in de film Opening Night van John Cassavetes. Ook dat begrijp ik goed want dat is inderdaad een meesterlijke film over performen (en over veel meer, maar dat voert hier te ver).

John Cassavetes heeft ooit verteld dat hij al zijn films met Gena Rowlands eigenlijk hoofdzakelijk maakte om te kunnen doorgronden wie deze wonderlijke vrouw (zijn echtgenote) was – hij wilde begrijpen wat zich werkelijk onder de oppervlakte van haar bijzondere schoonheid afspeelde. Dat is vooral te zien in Opening Night waar de camera continu op zoek is naar wat er gebeurt in het gezicht van de actrice: wat speelt zij, wat is echt, wanneer doet ze alsof, wanneer neemt zij een houding aan, waarom doet zij iemand na, trekt ze rare gezichten?

Vooral in de scène die John en Gena met elkaar repeteren (als ex-geliefden in het toneelstuk getiteld ‘The Second Woman’) gaat het acteren alle kanten op en tuimel je als kijker van de ene in de andere laag. Niet verwonderlijk dat Randall en Breckon enkele regels tekst uit deze scène hebben gekozen voor hun scène voor de 24-uur performance.

Maar op het einde van Opening Night gaat dezelfde scène nog een paar stapjes dieper als Gena Rowlands acteert dat ze op de première als dronken actrice voor een volle zaal speelt dat ze er geen zin meer in heeft en de hele voorstelling naar haar hand zet door net te doen alsof ze niet speelt wat ze moet spelen maar met allemaal komische gezichten en gebaren haar tegenspeler – gespeeld door Cassavetes – uitdaagt om ‘echt’ tegenspel te bieden, terwijl Cassevetes (haar man en regisseur van de film) speelt dat hij haar als acteur terug naar de scène probeert te brengen, en zij beide ondertussen enorme lol hebben omdat ze nog niet weten of hij haar (net als in hun vorige film) nu wel of niet echt gaat slaan. Bent u daar nog…?

Als filmkijkers zien wij hoe de man en de vrouw in deze onmogelijk ingewikkelde situatie continu verschillende rollen aannemen. Ik begrijp dus wel waarom Rendall en Breckon stukken uit deze scène hebben gebruikt voor hun onderzoek naar de performative aspects of gender.

De actrice die niet accepteert dat zij volgens het script van het toneelstuk geslagen wordt, is overigens een sleutelscène in de film Opening Night. Een van de redenen waarom Cassavetes films met actrices als Gena Rowlands is gaan maken, was dat hij een enorme hekel had aan de manier waarop vrouwen in klassieke Hollywoodfilms altijd als grillig en zwak werden neergezet. Let maar op: in die films uit de jaren ’40 en ’50 komt er altijd een moment waarop de emotionele, irrationele hysterische vrouw met een klap tot de orde wordt geroepen. In de film laat Cassavetes het de producer van het toneelstuk in een telefoongesprek met de actrice ook letterlijk zeggen: “It's a tradition. Actresses get slapped. It’s mandatory – you get hit.”

Leuk al deze achtergrond bij de scène, maar daar hebben wij als bezoekers van de 24-uur performance natuurlijk niets mee te maken. Wij zien slechts Georgina Verbaan met een blonde pruik als een actrice uit de jaren ’60 honderd keer dezelfde breakup-scène spelen.

Even voor de goede orde: Georgina is geweldig en met haar blonde pruik en klassieke rode jurk ziet ze er werkelijk uit als Gena Rowlands in de rol van Virginia in het toneelstuk The Second Woman. Hoe kalm zij aan het einde van de scène telkens op dezelfde manier de rommel opruimt en alles op de set klaarzet voor de volgende scène, is ook van een adembenemende schoonheid: het bevallig door de knieën zakken, voorzichtig bukken, langzaam overeind komen, het zwikken van de enkel, de kalme veeg gebaartjes, het afwenden, vermoeid rondkijken, weer gaan zitten, zachtjes een haarlok uit het gezicht strijken en de handen in haar schoot vouwen – het is allemaal even prachtig. Zo ook het minutenlang stilzitten op de stoel en voor zich uit staren, maar daar kom is later nog even op terug.

In schril contrast met deze schoonheid, waren de scènes die zij met de honderd mannen moest spelen. Sander Janssens noemde het soms saai, maar dat lijkt mij vriendelijke manier om te zeggen dat het tegenspel van de mannen negen van de tien keer tenenkrommend was. En dat lag niet aan Georgina Verbaan, die duidelijk heel goed naar Gena Rowlands heeft gekeken en veel van haar blikken en gebaren en maniertjes inzette om nog iets van de scène te maken. Waarom stelden de scènes met de mannen dan toch zo teleur?

In Melbourne speelde Nat Randall zelf de actrice in de 24-uur performance. Ik heb begrepen dat het in die eerste versie nog een scène van twintig minuten was met aanzienlijk meer ruimte voor improvisatie. Ik kan mij voorstellen dat er dan ook werkelijk opmerkelijke verschillen tussen de mannelijke tegenspelers zichtbaar worden. In London was de scène teruggebracht tot dezelfde tien minuten als die in Amsterdam. Maar ja, wat theater betreft is iedereen in Groot Brittannië natuurlijk gepokt en gemazeld, dus het acteren van de ongetrainde spelers zal daar ongetwijfeld van een hoog niveau zijn geweest. Volgens de recensies wisten de meeste deelnemers goed tegenspel te bieden en leverde dit veel grappige, boeiende of in ieder geval interessante scènes op. Maar in Amsterdam moest de arme Georgina soms letterlijk op de mannen kruipen om nog iets van tegenspel te krijgen.   

Midden in de nacht mocht ik ook een keer haar tegenspeler zijn. Ik weet dus hoe alle mannen zijn geïnstrueerd en kan zeggen dat het beslist niet moeilijk was om de scène in te studeren. Iedereen mocht zelf bedenken met welk spijtbetuiging je de scène wilde openen en daarna mocht je ook zelf bepalen op welke manier je de rol van ‘Marty’ wilde spelen. Maar de tekst en het verloop van de scène lag wel vast en het was niet bedoeling om daarvan af te wijken.

Dat laatste gold zeker voor Georgina. Het ging er immers om dat zichtbaar zou worden hoe verschillend de mannen in dezelfde scène zouden reageren op tekens dezelfde vragen en antwoorden van ‘Virginia’. De spelmogelijkheden van Georgina waren dus uiterst beperkt. En toch was zij eigenlijk continu degene die de scène stuurde. Dat pleit natuurlijk voor haar kwaliteit als actrice, maar je zou ook kunnen zeggen dat de Nederlandse mannen gewoon te zwak tegenspel boden.

Maar misschien was dat ook de bedoeling. In een interview vertelden Randall en Breckon namelijk, dat zij met de performance wilden onderzoeken hoe mannen in verschillende landen met de scène zouden omgaan – hoe verschillend zij zich in die landen als man gedragen. Ik heb geen enkel optreden van Australische en Britse spelers gezien, maar wat gender gerelateerd gedrag betreft kunnen Nederlandse mannen duidelijk nog wel wat sleutelen aan hun performatieve kwaliteiten.

Misschien pleit dat ook voor de Nederlandse man: dat hij zijn mannelijkheid niet voluit presenteert, maar zich zonder enige gêne vrijwillig gewoon voor lul laat zetten. Ik heb niet de volle 24 uur gezien, maar wat ik wel heb gezien, was in ieder geval tenenkrommend. En misschien was dat ook precies wat Randall en Breckon hier in Nederland wilden presenteren: een polonaise van hoogst gênante optredens die lieten zien hoe weinig zelfbewust Nederlandse mannen zich gedragen.

Dat lijkt mij behoorlijk geniaal. Maar eerlijk gezegd denk niet dat zij deze performance zo goed hebben doordacht. Volgens mij was het toch vooral een experiment: laten we eens kijken wat er gebeurt als we verschillende mannen dezelfde rol laten spelen in een breakup-scène gebaseerd op een fantastische scène met onze favoriete actrice.

Niets mis met een experiment, maar van de belangrijkste voorstelling van het Holland Festival verwacht je toch iets dat misschien niet super-interessant, maar op zijn minst toch enigszins onderhoudend is. En dat was The Second Woman voor mij in ieder geval niet.

Had het anders gekund? Ik denk het wel. Want wat als Georgina professionele acteurs als tegenspelers had gehad? Ongetwijfeld hadden die de enigszins vlakke dialoog veel meer gewicht en betekenis kunnen geven. En als je werkelijk geïnteresseerd bent in gedrag en gender: was het niet veel interessanter geweest als de rol van Georgina in de breakup-scène om en om door een man en vrouw werden gespeeld? En als het ging om de verschillen tussen mannen in verschillende landen, waarom waren de performances in Melbourne en London dan nergens te zien, zodat ook wij als publiek het gedrag van die Australische en Britse mannen konden vergelijken?

Allemaal dingen die de 24 uur performance vermoedelijk wat minder saai, en inhoudelijk wellicht ook wat interessanter hadden gemaakt. Nu bleef het toch vooral een endurance-game: gaat Georgina het volhouden? Dat deed zij inderdaad – met verve en daarvoor verdient zij natuurlijk alle lof.

Tot slot nog even iets over het langdurig stilzitten van Georgina tussen de scènes. Zoals gezegd was dit een adembenemend mooi en – vooral door de consequente herhaling – geladen beeld. Maar wat was de betekenis, of laten we zeggen: de associatieve inhoud van dit beeld? Zoals Georgina daar met gevouwen handen in de schoot zat en stil voor zich uit staarde, deed zij mij namelijk sterk denken aan hoe de Vlaams Primitieve hun madonna’s schilderden: ongenaakbaar, verstild en vooral heel erg dociel. En dat is precies wat mij op den duur enorm begon tegen te staan: het was een prachtig, maar op een Hollywood-achtige manier ook vreselijk stereotiep beeld van een gelaten, ik zou bijna zeggen: geslagen vrouw. Dit was dus precies het serviele vrouwbeeld waaraan John Cassevetes zo’n hekel had en dat hij in zijn films met Gena Rowlands wilde corrigeren.

Met dit vreselijk reactionaire vrouwbeeld lieten Randall en Breckon zien dat de inhoud van deze performance hen eigenlijk nauwelijks interesseerde en zij vooral gefascineerd zijn door de aantrekkelijke Hollywood look van de jaren ’50 en ’60. Artistiek bleek het uiteindelijk dus toch meer vorm dan inhoud. Ofwel: much ado about nothing.

Georgina Verbaan in The Second Woman

zondag 30 juni 2024

Micromeningen juni 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Prima Facie – ITA

Gezien: 1 juni, ITA

Deze fantastische solo van Maria Kraakman stond op de vijfde plaats in mijn top-10 voorstellingen van 2023, maar ik ben geneigd om hem alsnog toch wat hoger te zetten...
Ik vond het vorig jaar erg goed dat Eline Arbo haar eerste officiële productie als regisseur van ITA niet voor de grote zaal van de Schouwburg had gemaakt, maar voor het vlakke vloertheater van De Schuur en Frascati. Naar mijn idee waren deze kleinere zalen geschikter voor de indringende intimiteit van het stuk. Ik was daarom een beetje huiverig toen ik hoorde dat Maria de cruciale verkrachtingsscène ook in de RABO-zaal zou gaan spelen – een zaal met 1450 toeschouwers is toch echt wat anders dan 280 (De Schuur) of 220 (Frascati).

Die vrees bleek totaal ongegrond want in de bijna uitverkochte RABO-zaal bleef de voorstelling fier overeind. Sterker: ik vond hem zelfs beter! Achteraf vertelde Maria dat zij alles inderdaad een fractie groter moest spelen, maar waar ik aanvankelijk bang was dat daarmee alles ook vlakker zou worden, wist zij het drama met dat intensere spel juist nog meer diepte te geven. Het toch wat gestileerde, en technisch lastige schakelen tussen vertellen en spelen in het tweede deel, voelde daardoor ook een stuk minder geconstrueerd – door de vertwijfeling, onzekerheid, verontwaardiging en ingehouden woede net wat voller en dieper te spelen, vloeide alles gewoon veel natuurlijker samen tot één beklemmend exposé. Het zijn allemaal minieme accentverschillen van net iets langere stiltes, iets luider uitgesproken woordjes en iets grotere gebaartjes, maar hiermee bewees Maria opnieuw wat een ongelooflijk knappe actrice zij is en hoe vreselijk goed zij dit stuk in haar vingers heeft. Het ruim duizendkoppige publiek wond zij schijnbaar moeiteloos om één van die vingers – schijnbaar, want afgezien van die perfect beheerste techniek, is het daar in haar eentje op dat grote podium in die grote zaal natuurlijk keihard werken!

Echt mensen, hou maar op met al die speculaties over wie de Theo d’Or dit jaar gaat winnen. De meeste genomineerden heb ik ook gezien en zij waren allemaal op hun eigen manier ook erg goed, maar de beste actrice van Nederland overstijgt zichzelf opnieuw met deze solo dus zij wint hem gewoon – hands down!

Junior Schrijftafel – Toneelschrijfhuis / Bellevue

Gezien: 4 juni, Bellevue

Het Toneelschrijfhuis nodigt jonge mensen uit om hun schrijftalent verder te ontwikkelen door ze onder begeleiding van professionele auteurs in enkele maanden een uitgebreide scène of kort toneelstuk te laten schrijven. Uit nieuwsgierigheid ben ik vorig jaar toch maar eens gaan kijken naar de presentatie in Klein Bellevue en ik was toen behoorlijk onder de indruk van wat deze jongeren (waarvan enkele nog op de middelbare school) hadden gemaakt. Het talent spatte er echt vanaf! Dit jaar viel het een beetje tegen maar er zat toch weer één buitengewoon talent tussen. Deze Amber auf der Springe had een frisse, licht absurde dialoog tussen een jonge vrouw en een boom geschreven die in de verte zelfs een beetje aan Beckett deed denken. Van dit jonge, maar toch al volwassen schrijftalent gaan wij vast meer horen...

I wish I wasn't born at all –  Laura Nieuwenhuis / Lindsay Zwaan

gezien: 6 juni, CC Amstel

Afstudeerregie van Laura Nieuwenhuis van de Toneelacademie Maastricht kon mij niet echt boeien. De tekst van Tamar van der Ven had het clichématig uitgangspunt van herinneringen aan de hand van het leeghalen van het huis van een overleden moeder en bevatte nagenoeg geen drama. Lindsay Zwaan vond ik erg goed in de serie Bodem van Eva Crutzen, maar zij kon deze weinig sprankelende monoloog ook niet echt tot leven wekken. Voor mijn gevoel was het thematisch allemaal veel te ingewikkeld en werden dingen – vermoedelijk uit angst om niet interessant genoeg te worden gevonden – onnodig complex gemaakt.

Nu is een interessante monoloog schrijven ook niet makkelijk terwijl de monoloog in het klassieke drama één van de moeilijkste vormen van acteren is. De monoloog onderscheidt zich immers van de declamatie of voordracht omdat het tegelijk iets moet tonen van het karakter dat de monoloog uitspreekt. Vooral bij langere monologen met een zekere psychologische diepgang (de zgn. soliloguy), gaat het daarom in wezen altijd om een monologue intérieur.

Op het toneel is het wel fijn als die gedachtestroom of dat interne gesprek zo natuurlijk mogelijk wordt geëtaleerd: het publiek moet kunnen voelen hoe de acteur iedere zin als het ware eerst uit zijn binnenste moet opduiken, voordat hij of zij hem kan uitspreken. Vanzelfsprekend moet dat spreken wel verstaanbaar zijn en daarvoor helpt het om het gezicht naar het publiek te richten. Maar een veel voorkomende fout is dat men de tekst dan ook direct tot het publiek richt. Vooral als men bij aanvang van de monoloog, meteen ook het karakter van de spreker wil etaleren, is het verleidelijk om je direct tot het publiek te wenden. Maar dan wordt de monoloog enkel geacteerd en verliest het zijn kracht als middel om het publiek dieper in de psyche van het karakter te trekken. Een goede regisseur weet dit. Die weet ook dat het moment dat de acteur zich wél direct tot het publiek richt, een sterk theatraal effect kan zijn en zal dat dus pas inzetten als het nodig is.

Ik ben bang dat voor veel beginnende regisseurs en acteurs een werkelijk doorleefde monoloog gewoon nog te moeilijk is. Er zijn allemaal hele kleine, subtiele trucjes voor nodig om zo'n intern gesprek volledig voor zich te laten spreken en het duurt nu eenmaal lang voordat je dat balanceren op de rand van de vierde wand goed beheerst. (Hoewel ik heel af toe wel een jonge speler tegenkom die een monoloog volkomen vanzelfsprekend van binnenuit kan overbrengen naar het publiek – of beter gezegd: het publiek mee naar binnen kan leiden – maar dat zijn dus echt uitzonderlijke talenten).

Roof – Likeminds / Maxine Palit de Jongh, Ada Ozdogan (r)

Gezien: 8 juni, Bellevue

Aan de vooravond van een tentoonstelling komt de ziel van een gestolen, klinisch geconserveerd koloniaal beeld uit het museumdepot tot leven en toont zich aan een conservator die zich prompt de geest van al haar voorvaderen – pardon: voormoeders herinnert. Aardig gegeven over roofkunst is door Maxine Palit de Jongh wat moeizaam uitgewerkt tot een dialoog die voor sommige mensen best betekenisvol zal zijn, maar mij weinig deed. Gedoe met schoenen uittrekken en los van elkaar geplaatste zitplaatsen waren vermoedelijk bedoeld om een gewijde, grounded sfeer te creëren en de materiële manifestatie van het spirituele beeld te accentueren, maar was eigenlijk alleen maar irritant. Wel een lekker geurdecor van cederhout of zo. En een mooi kleureffect met de belichting (geel + blauw = zwart).

Misschien dat het rituele karakter van de voorstelling ook beter tot zijn recht komt als hij niet in een theater, maar in een totaal andere context wordt opgevoerd. De makers zijn voor mijn gevoel een beetje verdronken in de thematiek. Jammer want Maxine Palit de Jongh is een uitstekende tekstschrijver en zowel 233 °C als The Last Poet waren interessante voorstellingen. En de vorige voorstelling en regie van Ada Ozdogan (The Returned) vond ik ook best goed.

ArtEZ Eindpresentaties

Gezien: 13 en 18 juni, InsBlau / Frascati

Bij de voorstelling Debuut van het nieuwe Arnhemse gezelschap Absoluut vroeg ik mij af of die vijf voormalige leerlingen van ArtEZ daar überhaupt wel iets hadden geleerd. Wild gedoe rond een huisje op een Alpenweide vonden ze vooral zelf erg leuk om te doen, maar was op geen enkele wijze verrassend – laat staan leuk.

Ondier-The Bug van danseres Sofia Norman en acteur Sytze Bouma was juist een boeiende, abstracte collage van heldere en licht absurde speel- en dansscènes. Vooral Sofia Norman is een fascinerende performer die tijdens een ingewikkelde dans met haar linkerbeen langdurig de aandacht wist vast te houden. Alleen: waarom teksten in het Engels? De Zweedse Sofia spreekt immers prima Nederlands. De Fries Sytze trouwens ook.

Nul Nut van Mare Linde ging over de moeite die zij, zoals veel jonge mensen, heeft om het hoofd te kunnen bieden aan de enorrme sociale en maatschappelijke druk die zij iedere ochtend bij het opstaan al meteen voelt. Inhoudelijk niet echt verrassend maar wel heel grappig uitgewerkt in enkele lekker vol gespeelde scènes. Hoogtepunt was het springerige en behoorlijk authentieke dansje als K-pop artieste met drie meiden van de dansopleiding. Mare Linde is gewoon erg leuk om naar te kijken en we gaan vast nog veel meer van haar zien. 

ATD Eindpresentaties

Gezien: 14 en 17 juni, ATD / De Sloot

The Boy Who Was Raised As A Dog van Joelina Spiess is een losse bewerking van verhalen uit het gelijknamige standaardwerk over traumaverwerking van kinderen die in onmenselijke omstandigheden zijn opgegroeid, vermengd met het verhaal van de 19e eeuwse vondeling Kaspar Hauser en volksverhalen over wolfskinderen. De gespleten inborst van zo’n ‘laat gedomesticeerde’ vondeling heeft zij heel fraai verbeeld door twee bijna naakte dansers/performers eerst als twee honden rond te laten scharrelen, waarna zij zich aankleden en zich als volwassenen splitsen in een moeilijk aangepaste, sprekende helft, en een wildere tegenhanger. Interessant idee en m.n. Meriç Tuncer is een boeiende danser. De subtiele blikken en bewegingen waarmee hij zijn evenbeeld (Krisjan Schellingerhout) tot spelen en vrijheid verleidt, getuigen ook van een sterke regie met veel oog voor detail.

Weerschijn van Anna Koevoets was een kleine voorstelling over hoe jonge mensen vroeger en nu met grote en kleine levensproblemen omgaan. Een goede vriendin van mij (Wilma Ligthart) speelde hierin de hoofdrol en er ging technisch ook van alles mis, dus ik onthoud mij maar even van commentaar.

Ibsen’s klassieker Vijand van het Volk werd in de regie van Joshua Polvliet niet verrassend maar wel gewoon adequaat gespeeld door vier interessante acteurs van ATD.

Signal to Noise – Forced Entertainment

Gezien: 16 juni, ITA

‘Taal wanhopig op zoek naar personages’, zo kan ik deze performance van ruim anderhalf uur het beste omschrijven. Ik hou er wel van als ideeën op een consequente manier tot in het extreme worden uitgevoerd – en bij Forced Entertainment zit je dan eigenlijk altijd wel goed. Ook dit keer wordt het tamelijk simpele gegeven om loops van willekeurige tekstfragmenten door acteurs te laten playbacken consequent uitgevoerd. Onvermijdelijk doen zich dan allerlei onvoorziene effecten voor want de geluidsband dwingt de acteurs tot het uitbeelden of ‘articuleren’ van dingen die zij soms helemaal niet goed beheersen, of niet goed hebben ingestudeerd, of die niet passen bij hun kostuums of de attributen waarmee zij rondsjouwen, of niet kloppen met de muziek of het geluidsdecor. Sowieso is het nog maar de vraag of er überhaupt wel iets kloppends bestaat in de toneelwereld die FE op het grote podium van de RABO-zaal creëert.

Het eindeloos herhalen van vaste patronen is iets wat in de laatste voorstellingen van FE regelmatig terugkomt. Wat dat betreft is het werk van FE steeds politieker geworden. Het vastzitten van een acteur in een loop is immers een sterke fysieke verbeelding van hoe wij allemaal, bewust of onbewust vastzitten in patronen die ons door de bestaande sociale en maatschappelijke orde worden opgelegd. Of om het maar eens in Marxistisch bewoordingen te zeggen: wij draaien allemaal onze eigen rondjes in het kapitalistische raderwerk. Inmiddels wordt het echter steeds duidelijker dat het raderwerk ons regelrecht naar de ondergang leidt.

Het vastzitten in een doodlopend scenario – dat is waartegen de Britse theatermakers in opstand willen komen. Maar tegelijk weten zij natuurlijk ook wel dat er niet aan te ontsnappen valt en het ongemak dat dit veroorzaakt, is wat zij met het publiek willen delen. Als theatermakers willen zij dus niet zozeer het gevoel van ‘entrapment’ met een voorstelling verbeelden of illustreren – maar juist samen met het publiek ervaren. Het spelen van deze voorstelling is voor de acteurs ook beslist niet leuk om te doen. Je zou het niet zeggen, maar álles ligt vast – iedere emmer, stoel en plant die wordt verplaatst, ieder microfoon die wordt opgepakt en weer neergelegd, alle passen die worden gezet, iedere verspreking: het is allemaal uitgeschreven in een lange score en eindeloos gerepeteerd. Het creeëren van chaos oogt simpel, maar voor de acteurs is de voorstelling hard werken om de dwingende geluidsband bij te houden.

Zinloze herhalingen – zoeken naar net die kleine variatie in woord of toon die mogelijk een ontsnapping aan de dwingende, kunstmatig gecreëerde realiteit kan bieden. Van Tim Etchell heb ik begrepen dat dit precies het vervreemde, onwezenlijke effect is waarnaar hij op zoek is. Als ik het even richting mijn eigen gedachten hierover mag interpreteren, raken wij met het oprukken van de digitale wereld steeds verder losgeweekt van de ons vertrouwde werkelijkheid. Taal speelt hierin een cruciale rol: om onze nieuwe wereld te begrijpen, schiet de oude taal steeds vaker tekort. Bestaande woorden worden sleets, oude constructies en ideeën bieden geen oplossingen voor de nieuwe, ongekend grote problemen. Maar een nieuwe werkelijkheid vraagt niet om nieuwe woorden – nee, zij creëert zélf een nieuwe taal. En de vraag is hoe die taal eruit gaat zien en wie haar gaat spreken. Wie wordt de nieuwe taal meester – en wie worden de meesters van de nieuwe taal? Vooralsnog kunnen we alleen maar een beetje oefenen met de flarden die ons vanuit cyberspace worden aangereikt.

Dit alles lijkt mij een bijzonder spannend idee, een sterk filosofisch (en filologisch ;-) onderbouwd concept. Maar levert het ook een spannende voorstelling op? Daarover zijn de meningen verdeeld. Voor de een zal het eindeloos rondbanjeren en playbacken van onsamenhangende teksten vooral heel vermakelijk zijn: kijken naar volwassen kleuters in een ballenbak. Anderen zullen geboeid zijn door de pogingen van de almaar vermoeiender acteurs om synchroon met de tekstband te blijven spreken. Of men raakt op een gegeven moment toch gefascineerd door de wezenloze koppeling van de acteurs met de door AI gegenereerde stemmen – de zogenaamde ‘uncanny valley’ van een kunstmatig gecreëerde werkelijkheid. Of men gaat mee met de muzikaliteit van de voorstelling waarin, zoals altijd bij FE, de geluidsband met allerlei theatrale effecten weer een interessante rol speelt. Of men volgt de partituur van de stemmen, die soms dubbelen en even later weer worden overgenomen door een andere acteur, of een stem wordt juist heel theatraal als een solo gedanst. En sommigen bezoekers vervelen zich te pletter en houden het na een half uurtje voor gezien.

Voor mij werkte de voorstelling eigenlijk op al deze niveaus. En toch viel hij een beetje tegen, maar dat kwam vooral omdat ik kortgeleden een voorstelling heb gezien waarin het hele kernidee van de voorstelling eigenlijk veel beter was vormgegeven. Die voorstelling (‘Urland doet de Empty Space’) was slechts een klein probeersel, maar daarin werd in krap vijfenveertig minuten eigenlijk precies uitgedrukt wat FE ons met ruim anderhalf uur Signal to Noise wilde laten ervaren. Achteraf verbaas ik mij weer over hoe compact en verzorgd die voorstelling van Urland was en hoe goed zij het hele onderwerp AI bij de kladden hadden.

Wat dat betreft, blijft de voorstelling van FE toch wel erg conceptueel. Zo zouden ze nog veel meer kunnen doen met de dynamiek en de choreografie want alles blijft nu wel behoorlijk op één niveau voortdenderen. Ik zou zeggen: gooi er een gezamenlijk dansje of liedje in of zo.
Maar misschien is het ook gewoon het grote podium en de grote RABO-zaal waardoor de voorstelling ondanks alle drukte toch een beetje vlak blijft. Ik kan mij in ieder geval goed voorstellen dat de dynamiek van de voorstelling in kleine zalen zoals Frascati veel beter tot zijn recht komt. En mochten ze daar komen spelen – dan wel allemaal gaan kijken want iedere voorstelling van FE blijft een belevenis!

Sisyphe – Victor Pilon

Gezien: 17 juni, Transformatorhuis Westergasfabriek

Bij wijze van rituele verwerking van de zinloze dood van zijn partner, schept de Canadees Victor Pilon iedere dag zes uur lang zand van de ene naar de andere berg. Sterk idee maar helaas niet zo hard en koud uitgevoerd als het klinkt want hij heeft er een hyper-esthetische performance in een sfeervol verlichte hal met van die vreselijke esoterische drone-muziek van gemaakt. Een bepaald type vrouwen schijnt het prachtig te vinden: kijken naar een rouwende man met een fraai gebeeldhouwd hoofd en een mooi strak lijf die in een schemerige ruimte fysieke arbeid verricht, artistieke dansjes doet met een schep en de dames af en toe uitnodigt om hem te komen helpen. Aaaaaaaah… keiharde emo-porno!

DAS Theatre Summer Presentations

Gezien: 19 juni, DASarts

Enkele eerstejaars studenten toonden schetsen van de dingen waarmee ze bezig zijn. Meest verrassend was het onderzoek van Veronika Abdul-Visocka naar de wereld van games, avatars en digitale assistenten/instructors. De Letse Veronika heeft geen contact meer met haar medestudenten van vroeger maar zij komt ze nog wel af en toe tegen – in haar dagboeken, in haar dromen en soms duiken ze nu ook opeens op in de virtuele wereld van de first-person-shooter games die zij leert spelen. Bijzonder inventieve en buitengewoon grappige mix van tekst, spel, beweging en video.

De loodzware symbolische performance van Soraya Lutangu Bonaventure met in rokkostuum gestoken (witte) bedienden, die tergend langzaam met blinkende stolpen afgedekte schalen ronddroegen, was vooral akelig serieus. Zwart-wit videobeelden van slow-motion handelingen door in dezelfde rokkostuums gestoken (gekleurde) bedienden waren wel mooi, maar de zich opdringende betekenis ontging mij volledig. Net als de rol van Soraya zelf die, ook in rokkostuum, als een soort dirigent door de ruimte bewoog en de andere performers instructies influisterde. Vrij erg allemaal...

De installatie van Eva Lou over haar traumatische ervaringen tijdens de idioot strenge Covid lock-down in China was met een paar uitnodigingen voor weinig verrassende interactiviteiten wat magertjes, maar vanwege de oprechte intenties toch best aardig.

De performance van Sam Scheuermann met drie videocamera’s gericht op een tafel met spiegelend oppervlak waarover zij tergend langzaam een spiegel bewoog, leek mij aanvankelijk ook wat pover. De camerabeelden van de reflecties werden getoond op drie schermen rond de tafel, maar de geometrische patronen van de gebroken ruimte die zo werden gecreëerd, waren niet echt bijzonder. Tot er langzaam werd ingezoomd op de reflectie van een spiegel in de hoek van de kamer en er heel voorzichtig wuivende bomen buiten zichtbaar werden. Met het uitzoomen werden de spiegelbeelden van de ruimte ook steeds intrigerender, eindigend in het inzoomen van elke camera op het scherm met zijn eigen beeld wat niet alleen een Droste-effect opleverde, maar ook leidde tot een fascinerend electronisch feedback-effect. Performance vroeg wat geduld, maar leverde ook zeker wat interessante plaatjes op.

Girls & Boys – Hadewych Minis / Oostpool

Gezien: 20 juni, DeLaMar

Zie deze bespreking

Hannah en Martin – Lineke Rijxman / Willem de Wolf

Gezien: 21 juni, Bellevue

Na Hadewych Minis meteen door naar de volgende winnaar van de Theo d’Or die Lineke Rijxman kreeg voor haar rol als Hannah Arendt in deze productie die vijftien jaar geleden werd uitgebracht door Mugmetdegoudentand. Willem de Wolf is haar tegenspeler die op hilarische wijze de rol van Martin Heidegger (en zijn biograaf ;-) op zich neemt.

In het verleden vond ik Willem altijd een lastige acteur: hij was niet alleen groot, maar sprak en speelde zijn rollen ook altijd veel te vol en groot. Inmiddels weet ik waarom, want Willem de Wolf is eigenlijk helemaal geen acteur, maar een toneeltekstschrijver – en wel een van de beste van Nederland. Willem speelt geen rollen: met zijn acteren betuigt hij continue zijn liefde aan de taal. Dat wil zeggen: aan de theatraliteit van spreektaal want in alles wat hij schrijft en speelt, proef je het plezier van goed uitgesproken, goede zinnen die een stuk op een natuurlijke manier altijd weer een verrassende richting op sturen. Inmiddels kan ik daar ook enorm van genieten en probeer ik alle voorstellingen waarin hij speelt of die hij heeft geschreven (of meegeschreven) te zien.

Het vreselijk geestige mentale, morele en fysieke gerommel tussen de fameuze politieke filosoof Hannah Arendt en de exclusief voor pathologische autisten en nazis schrijvende (en ook vooral door hen bewierookte) filosoof Martin Heidegger, hebben de twee spelers samen met Joan Nederlof geschreven, maar in de kronkelende redeneringen en originele wendingen zie ik ook weer duidelijk de hand van Willem. En inderdaad: hij speelt zijn rol ook weer lekker vol en groot. Maar dit kan het stuk makkelijk hebben want Lineke Rijxman biedt virtuoos tegenspel. De manier waarop zij (met pruik en tandjes) Hannah Arendt speelt, is niet alleen buitengewoon goed getroffen, maar tegelijk ontroerend en vreselijk grappig – en dat allemaal combineren is gewoon erg knap. Een absolute topvoorstelling!

Alpha – Wunderbaum

Gezien: 22 juni, ITA

Wunderbaum stelt weer teleur met nietszeggende lolbroekerij over de liefde voor een Italiaans automerk dat al jaren ter ziele is. Enige grappige was de woede-uitbarsting van de Duitse actrice over Max Verstappen.

Maankoorts – Marjolijn van Heemstra

Gezien: 27 juni, Frascati

Ruim vijf jaar geleden was ik behoorlijk onder de indruk van de voorstelling Stadsastronaut waarin Marjolijn op volslagen originele wijze uiting gaf haar oprechte zorgen over de toekomst van onze planeet. Indrukwekkend omdat zij het denken over de klimaatcrisis volkomen vanzelfsprekend wist te koppelen aan haar persoonlijke leven. In de regie van Erik Whien was het ook erg mooi vormgegeven als vertelling met lichtbeelden – met een verrassende rol voor haar volkse buurman uit Amsterdam-Noord.

De afgelopen vijf jaar is Marjolijn’s blik vooral gericht geweest op de ruimte, maar met deze voorstelling concentreert zij zich weer helemaal op de dreigende ineenstorting van een complex ecosysteem – in dit geval: de maan. De maan als wingewest dient vanzelfsprekend als waarschuwing voor onze planeet die aan dezelfde technische frontier mentality ten onder dreigt te gaan. Aardig is hoe zij het schijnsel van de maan gebruikt voor het zogenaamde overview-effect dat zij eerder als astronaut probeerde te bereiken, maar daar dit keer wat meer poëzie in kan stoppen. Met opnieuw Erik Whien als regisseur is het een gesmeerde vertelling geworden met bijzonder fraaie lichtshow-illustraties. Alleen jammer dat de visuele effecten worden geïllustreerd met van die vreselijke dramatische natuurfilmmuziek. Desondanks een boeiende voorstelling – en vooral een goed verhaal.

Ik wil wit zijn – Femi van Elshuis

Gezien: 28 juni, Frascati

Deze indrukwekkende monoloog is een uitgewerkte versie van de voorstelling die Femi in 2023 voor haar afstuderen van de Amsterdamse Toneelschool had gemaakt. Indrukwekkend door de zelfverzekerde manier waarop zij als gekleurde dochter van een Surinaamse moeder en Ghanese vader die is opgegroeid in een hoofdzakelijk witte (of liever: kleurloze) omgeving, onderzoekt of, waarom, en in welke mate zij zich eigenlijk zwart voelt. Pijnlijke voorbeelden laten zien hoe zij vanwege haar huidskleur maar al te vaak buiten de groep valt. De oprechte ernst van dit zeer persoonlijke onderzoek toont zich ook in de ontroering die haar overvalt als ze zich afvraagt waar zij zich werkelijk thuis kan voelen. Haar uitzonderlijke kwaliteit als performer viel al eerder op in de voorstelling We are (not) Tupac Shakur en we gaan vast nog veel mooie dingen zien van dit grote talent.

The Second Woman – Anna Breckon & Nat Randall / Georgina Verbaan

Gezien: 29/30 juni, ITA/Tuschinsky

Valt veel over te zeggen maar moet nog even nadenken wat precies dus commentaar volgt.

Het dorpje dat alleen maar wilde huilen (8+) – Elias de Bruyne

Gezien 30 juni, Tweetakt Festival HKU Theater

Samen met derdejaars acteurs van HKU heeft Elias de Bruyne deze ontzettend leuke voorstelling gemaakt. Volgens de titel nadrukkelijk bedoeld voor 8+ kinderen, maar in de zaal zaten voornamelijk volwassenen die zich kostelijk hebben vermaakt met acteurs die de voorstelling van de afwezige regisseur kapen en stuk voor stuk hun eigen gedroomde scènes spelen. De hele opzet en het spel met verwachtingen en onverwachte wendingen doen sterk aan Artemis denken; niet verwonderlijk want Elias speelt ook al jaren bij het gezelschap van Jetse Batelaan (die in de zaal zat, maar zich naar eigen zeggen niet met deze voorstelling had bemoeid). Erg jammer dat de voorstelling slechts enkele keren tijdens het Tweetakt Festival is gespeeld, want het is perfect jeugdtheater en hij verdient het om in veel meer theaters te staan. Ik werd in ieder geval erg gelukkig om zoveel aanstormend talent met zoveel plezier te zien spelen.

Het Zomeroffer – De Warme Winkel / Asko|Schönberg

Gezien: 30 juni, Bostheater

De Warme Winkel biedt ons weer een veel te mager uitgewerkt idee voor een conceptuele voorstelling over het comfortabel negeren van onze eigen rol in het naderende einde van de wereld en zo. Flauwe grappen, zeikerig geleuter met de eigenaar van een oude auto waarvan met veel poeha wordt aangekondigd dat die op spectaculaire zal worden geofferd. Dat laatste blijkt een vreselijke domper die ik hier niet zal verraden, maar bereidt je voor op een geweldige anticlimax. Ik bedoel: dan hebben de jongens een kraan tot hun beschikking waaraan je op 15 meter gieklengte toch minstens tien stelconplaten kan hangen, en dan komen ze met een suffe boomstronk aanzetten. Dan voerden wij het ritueel offeren van een auto in onze tijd toch wel een stuk serieuzer, en vooral: leuker uit.

De Warme Winkel lijkt een beetje moe en uitgespeeld. Het lekker cynisch doen over ons onvermogen om werkelijk in actie te komen, voelt steeds meer als het etaleren van hun eigen ongemak over de geringe kwaliteit en effectiviteit van het flauwe, morele vormingstheater waartoe zij inmiddels zijn afgezakt. Jammer, want het zijn best aardige jongens en ze kunnen ook best wel wat. Maar zo’n slap schijnritueel als spectaculaire zomervoorstelling opvoeren – kom op…

Programma:

Binnenkort Parade en andere festivals maar voorlopig even niets...

dinsdag 25 juni 2024

Schieten op de Girls & Boys

De reprise van een indrukwekkende monoloog over een thema dat mij bijzonder interesseert, geschreven door een gevierde auteur en gespeeld door een geweldige actrice en winnares van de Theo d’Or – daar had ik mij dus erg op verheugd. En de voorstelling Girls and Boys van Theatergroep Oostpool in DelaMar was ook geweldig, en boeiend, en fantastisch gespeeld door een indrukwekkende Hadewych Minis. Maar toch deed het mij niet veel. Ik denk dat dat komt omdat er dramaturgisch iets niet lekker zit in het stuk. Ik heb helaas geen tijd voor een uitgebreide analyse, maar de voorstelling laat een interessant probleem zien en daarom zal ik er vanuit de heup toch een paar losse flodders op afschieten.

Allereerst de veelgenoemde spoiler halverwege het eerste deel (“mijn kinderen zijn er niet meer, ze zijn dood”). Deze opmerking was misschien overbodig want dat hadden wij natuurlijk allang begrepen, maar in tegenstelling tot veel critici, vond ik het niet zo storend want het was gewoon een terzijde bij de (door Minis bijzonder overtuigend gespeelde) scènes met de imaginaire kinderen.

Maar de omzichtige aankondiging dat wat nu volgt, niet hier en nu plaatsvindt, maar allemaal gespeeld is, dat vond ik echt een vergissing. In een interview vertelde de auteur Dennis Kelly dat hij dit erin had geschreven omdat het publiek bij eerste try-outs geschokt was door zijn levendige beschrijving van de kindermoord en mensen wegliepen. Zo’n ‘off-stage’ waarschuwing leek hem een elegante oplossing en ook niet storend omdat dit moment in de opzet van het stuk het dramatische keerpunt is – tot dan toe heeft de vrouw immers alleen maar op een wat luchtige, anekdotische manier over haar leven en huwelijk verteld. Kelly’s bedoeling was dat de vrouw pas met het mentaal inbeelden (en fysiek uitbeelden) van de moord, de pijn van het verschrikkelijke trauma heel even toelaat – om het daarna meteen weer te verdringen met wat harde feiten en beschouwingen over het Medea-syndroom.

Een sterk idee – alleen werkte het voor mij niet. Hadewych Minis heeft een soort vanzelfsprekende charme, fierheid en ongenaakbaarheid die heel goed past bij de rol van een vrouw die iets verschrikkelijks is aangedaan en dat heeft overleefd. Het eerste ‘met mij niets aan de hand’ deel, wist zij ook zó overtuigend te spelen, dat met het doorbreken van de vierde wand in één klap alle magie meteen ook wegspoelde. Het is niet aardig om te zeggen, maar met die aankondiging dat er nu een hele erge scène volgt, maakte Minis die hele beschrijving van de moord wat potsierlijk.

Het buiten de voorstelling houden van het conflict (de man kan niet verkroppen dat zijn vrouw maatschappelijk succesvol wordt terwijl hij al zijn succes en status verliest) en alleen maar laten zien hoe de vrouw het trauma van onvoorstelbaar geweld heeft overleefd door alle pijn in een mentaal kluisje weg te stoppen, is een lastige dramatische constructie. Als publiek zien en beleven we immers niet hoe de man en vrouw uit elkaar groeien – de vrouw vertelt alleen maar dát ze uit elkaar groeien. In het stuk kan zij zo met de gemoedelijke, anekdotische manier van vertellen toewerken naar de dramatische ontdekking dat haar man helemaal geen affaire heeft, maar gewoon stinkend jaloers is op haar succes.

Met deze scène onthulde Dennis Kelly het eigenlijke onderwerp van zijn stuk, namelijk dat mannen zich bedreigd voelen door de onstuitbare opkomst van vrouwen en zij zich daar (in dit geval zelfs met geweld) tegen zullen verzetten. Daarnaast wilde hij ook nog het nodige kwijt over de inherente gewelddadigheid van het mannelijke geslacht en het misogyne patriarchale kapitalisme dat de oorzaak is van zo’n beetje alle ellende in de wereld. Dat kan ik alleen maar beamen en vind ik allemaal ook razend interessant, maar deze thematiek moet je wel vertalen naar het drama dat op de planken plaatsvindt en daar is Kelly voor mijn gevoel niet helemaal in geslaagd.

Het stuk schildert een portret van een heroïsche vrouw die het gruwelijke geweld dat haar is aangedaan niet alleen heeft overleefd, maar met een droevige zelfverzekerdheid mentaal heeft geïncorporeerd in haar leven. Impliciet neemt zij met de bijna bovenmenselijke kracht waarmee zij haar leven voortzet, wraak op de onmenselijke wreedheid van haar man. De boodschap is duidelijk: vrouwen zijn mentaal sterk en levensbevestigend – mannen zijn mentale slappelingen die met hun primatengeweld, ongeremde wellust en domme concurrentiedrang het leven vernietigen. Nu valt er over de oerdriften en concurrentiedrang bij vrouwen ook nog wel wat te zeggen, maar ik snap de tegenstelling en er zit natuurlijk ook wel een een kern van waarheid in. Alleen lijkt mij het theater nu juist een plek waar we de schillen rond die kern een beetje kunnen afpellen en dat is wat er in dit stuk jammer genoeg niet gebeurt. Feitelijk wordt de vrouw in dit stuk als een onschuldig slachtoffer neergezet en de man als een verschrikkelijke lul. Hoe een aanvankelijk best wel leuke vent ongemerkt verandert in een gewelddadige sukkel, is natuurlijk precies waar de tegenstelling girls and boys menselijk en interessant wordt, maar daar krijgen we dus niets van te zien.

Ik ben bang dat Kelly zich een beetje stuk heeft gestaard op de simpele tegenstelling van domme, gewelddadige mannen versus slimme, onschuldige vrouwen. Dat blijkt uit uit de quasi diepzinnige opmerking waarmee hij de voorstelling eindigt: “de samenleving is niet gemaakt vóór mannen, maar om mannen te stoppen”. Ik snap wel wat hij hiermee wil zeggen, maar in dit verband slaat het helemaal nergens op. Hoezo samenleven? We hebben helemaal niets van het samenleven van de man en vrouw gezien – laat staan iets geleerd van de talloze misverstanden en onbegrepen signalen die er ongetwijfeld zijn geweest…

Wel geleerd hoe een voortreffelijke actrice als Hadewych Minis een inhoudelijk wat gammel stuk toch nog tot een bijzondere belevenis weet te maken. Voor deze rol heeft zij in 2022 volkomen terecht de Theo d'Or gekregen.

Hadewych Minis - Girls and Boys

vrijdag 31 mei 2024

Micromeningen mei 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Getuigenis – Roziena Salihu / Momo Samwel

Gezien: 2 mei, Frascati

Twee jonge theatermakers gaan rond de tafel zitten en bedenken een confrontatie tussen twee vrouwen waarvan de een overduidelijk goed, en de ander overduidelijk fout was in de oorlog. In een half uur veranderen alle zwarte en witte tinten in een mooi, gelaagd diepgrijs. In deze korte voorstelling, gemaakt in het kader van het onvolprezen Theater na de Dam, zijn een aantal historische gebeurtenissen verwerkt en dat laat zien dat Roziena Salihu en Momo Samwel niet alleen heel goed research hebben gedaan, maar ook spannende dialogen kunnen schrijven – én spelen! Roziena vertelde na afloop dat ze de dialoog wel willen uitwerken tot een volwaardige voorstelling – misschien zelfs speciaal voor jongeren. Bijzonder interessante makers waarvan we hopelijk nog veel meer gaan horen en zien!

1991 – Het Barre Land

Gezien: 3 mei, Frascati

Het moet voor een schrijver toch een geweldig feest zijn wanneer de makers van Het Barre Land besluiten om een voorstelling over je werk te gaan maken. In 1991 (reprise van de voorstelling uit 2019) wordt in een kleine twee uur het complete oeuvre van de vorig jaar overleden Dubravka Ugresic doorgelicht en geëtaleerd. De voorstelling heeft de vorm van een theatraal literair essay en die speelstijl beheersen Vincent van den Berg, Czeslaw de Wijs en Margijn Bosch als geen ander. De sferische live muziek van Stef van Es werkte ook weer geweldig en het thema met een zacht geneuriede melodie was echt ontroerend mooi. Het verhaal van een onverwachte liefde tijdens een schrijverscongres in Portugal herinnerde ik mij nog goed van toen ik de voorstelling vijf jaar geleden zag. Margijn vertelde het dit keer weer zo naturel, dat ik de schrijfster gewoon voor mij zag staan en ik haar milde pijn over de tijd die alle hoogte- en dieptepunten, alle hoop en teleurstelling, al het geluk en al het verdriet gladstrijkt en weer rond maakt, volledig kon meevoelen. Grote klasse!

Schuldig Landschap – Theater na de Dam / Malou Gorter

Gezien: 4 mei, Carré

De solo van Malou Gorter – een gelegenheidsvoorstelling die zonder try-outs slechts één keer in een uitverkocht Carré werd gespeeld – dienen we natuurlijk met enige mildheid te beoordelen. Het gegeven van een politicus die voor een fictieve commissie ter verantwoording wordt geroepen, was een aardige kapstok waaraan verhalen over het moreel dubieus handelen van de overheid voor en na de oorlog konden worden gehangen – verhalen die voor jongere bezoekers misschien best verrassend waren, maar die ik eigenlijk allemaal al kende. Voor mij werd het pas werkelijk verrassend toen Malou de politicus, bij wijze van excuus, begon over de onmogelijkheid om overal rekening mee te houden en alles altijd juist te wegen: “als je alles volledig op je in laat werken, dan breek je” waarna we de actrice zelf bijna zagen breken. Een stil, maar heftig emotioneel moment, want daar ging het opeens niet meer over geschiedenis of politiek, maar toonde Malou een oprechte, wanhopige bezorgdheid over de veelheid aan problemen in de huidige wereld.

Het zou geweldig zijn geweest als de voorstelling hier dieper op door was gegaan, maar schrijver Nathan Vecht en regisseur Abdel Daoudi hebben deze afslag helaas laten schieten. In plaats daarvan gingen zij verder met het obligaat hekelen van enkele recente misstanden. Pas op het einde werd het weer spannend toen Malou weigerde om zichzelf persoonlijk verantwoordelijk te voelen voor politieke beslissingen die achteraf als moreel verwerpelijk worden beoordeeld. Zij staat op en loopt kwaad weg: “doe het zelf dan – ga dan zelf maar eens op die stoel zitten!”

Opnieuw een geweldige opzet voor een interessant stuk over wie zich tegenwoordig nog geroepen voelt om de politiek in te gaan. Het blijft echter bij deze voorzet want de oproep tot verantwoordelijkheid nemen, wordt enkel beantwoord door Sara Afiba, die de hele tijd als bode dossiers en glaasjes water heeft klaargezet, maar nu plaatsneemt op de stoel en een geweldige versie van Heroes begint te zingen. Kippenvel – maar het slaat natuurlijk helemaal nergens op want Heroes van Bowie is geen lofzang op de heldenmoed van strijders voor een betere wereld, maar een anthem over de wanhopige bravoure van een onmogelijke, want verboden liefde (met een king en queen louter als metafoor). Een soortgelijke slordigheid is de titel die op het stuk is geplakt, want ook de platte morele en politieke schuld van de voorstelling heeft helemaal niets te maken met het poëtische beeld dat Armando met een schuldig landschap wilde oproepen. Dus niet helemaal geslaagd deze editie – maar Malou Gorter was wel geweldig!

(Zie commentaar van angeheuchte Soetelief onder de recensie in de Theaterkrant)

De Dokter – ITA / Robert Icke (r)

Gezien: 5 & 14 mei, ITA

Gewoon een erg goed stuk. Janni Goslinga geweldig natuurlijk, maar ook alle andere acteurs spelen hun rollen met verve en veel oog voor detail: van het mompelend vloeken van Aus Greidanus jr. tot het stiekem kauwgom onder de tafel plakken van Maria Kraakman, het is allemaal super verzorgd. Ik zat ook weer met open mond te kijken hoe precies Ilke Paddenburg acteert want het was gewoon griezelig hoe treffend zij, net op het randje van karikaturaal, een puber neerzette.

Alleen had het deel voor de pauze qua dynamiek misschien wat subtieler gekund. In de drukke, chaotische scènes wordt de opwinding vaak continu ook op een geagiteerde manier gespeeld en op papier is al dat drukke vraag-antwoord en elkaar met stemverhef onderbreken misschien wel realistisch, maar op het toneel wordt het dan toch snel te groot en te veel. Wellicht speelde hierin mee dat het stuk door de niet Nederlandssprekende Robert Icke is geregisseerd.
Het ethische lichaam-of-geest-dilemma waar het stuk in de eindscène uiteindelijk om blijkt te draaien, kon mij eigenlijk weinig boeien. Maar de valse manier waarop Joy Delima en vooral Urmie Plein de dokter effectief de mond snoerden, was wel weer een haarscherpe verbeelding van hoe de media mensen tot de grond toe kunnen afbranden.

A night with Queen Angelito – 'Ntianu Stuger / Orkater

Gezien: 7 mei, Bellevue

Verslag volgt... Vooralsnog: geweldig!

Do not look back with regret – Davy Pieters / Theater Rotterdam

Gezien: 8 mei, Frascati

Kijkdoosvoorstelling met twee spelers die, te midden van lekker veel naar beneden dwarrelende zwarte as, met bewegingen en handelingen iets over verlies en afscheid uitbeelden. Ben er nog niet helemaal uit of het nu een mislukte voorstelling van BEWTH was, of een ruwe schets voor een prachtige zaalvoorstelling van deze voormalige meesters van het licht. Een langzaam in het donker oplossen van een Rothko-achtige rechthoek van blauw licht was wel fantastisch en had wat mij betreft veel langer mogen duren. Geluidssculptuur van Jimi Zoet was ook weer dik in orde, maar de poëtisch bedoelde beelden en handelingen konden mij niet echt overtuigen. Ongemaskeerde tegenlicht-spots hielpen ook niet om een sfeervolle kijkdoos te creëren en volgens mij moeten ze al het licht sowieso voor de helft dimmen. Marijn Lems vond het geweldig en gaf de voorstelling vijf sterren in NRC, maar hij is van een jongere generatie en heeft vermoedelijk nooit het werkelijk magische beeldtheater van BEWTH gezien.

Hard Cut Paradise – Collectief het Paradijs

Gezien: 9 mei, Bellevue

Burlesk paaps theater van een stel doorgesnoven misdienaars – zo ongeveer kan je deze knotsgekke voorstelling van Collectief het Paradijs omschrijven. Gerommel en rare dansjes met planten en een twee meter lange hunk met een geweldig lichaam (Vincent van Woerkom) die in zijn blote piemel door het paradijs scharrelt en à la Thierry wat poses aan de rand van een zwembad aanneemt, gaat naadloos over in het twintig minuten opbouwen van een decor – dat later, in opnieuw twintig minuten, weer helemaal zal worden afgebroken. Ondertussen is er wat vaag symbolisch gedoe met een verdrijving uit het paradijs, samenkomen van spirituele vlammetjes, reiken naar het hogere licht en een onduidelijk Kaïn en Abel gevecht dat uitmondt in het met veel bloed kruisigen van de verliezer.
Dat was voor veel mensen het moment om op te stappen, maar daarmee liepen ze wel het geweldige vervolg mis. Allemaal te veel om op te noemen maar de tijd die de jongens namen voor het rustig opbouwen en totaal uit de hand laten lopen van een slapstick bacchanaal, was echt geweldig. De wat afwezige blikken van verbazing over alles wat zij hebben aangericht en waarmee ze de voorstelling eindigen, was bijzonder geestig en daarmee lieten zij zien dat zij heel goed weten waarmee ze bezig zijn.

De wilde, onbesuisde en vooral onbevangen manier van theatermaken riep bij mij vage associaties op met groepen als Tenjō Sajiki, La Fura dels Baus en zelfs een beetje met de hele vroege Dogtroep. Maar allemaal niet zo serieus en extreem, want dit zijn gewoon leuke jongens die lekker bezig zijn met het maken van dingen zij zelf erg leuk vinden – en ik ook wel.

Medea’s kinderen – NTGent / Milo Rau

Gezien: 10 mei, ITA

De bewerking van Medea door Simon Stone die vorig jaar in reprise ging bij ITA, vond ik behoorlijk teleurstellend. Door van de hoofdpersoon (Marieke Heebink) een psychisch instabiele vrouw te maken, werd eigenlijk al het venijn van ‘a woman scorned’ onderuit gehaald. Milo Rau liet in zijn bewerking alle mogelijke psychologische of sociaal-maatschappelijke verklaringen even zitten en concentreerde zich volledig op de onvoorstelbaarheid van Medea’s infanticide. Het door kinderen laten vertellen en spelen van het verhaal is dan gewaagd, maar dit pakte bijzonder sterk uit – vooral omdat het stuk gewoon heel goed in elkaar zit. Euripides’ Medea heeft hij namelijk heel slim vermengd met de afschuwelijke infanticide van een vrouw uit Nijvel die enkele jaren geleden werkelijk vijf van haar kinderen had gedood. Het voorlezen van alle details in het requisitoir van de strafzaak tegen de vrouw (na haar mislukte zelfmoord) was al aangrijpend, maar door die gruwelijke kindermoorden vervolgens ook rustig op een vrij realistische manier door de (Vlaamse) kinderen te laten spelen, liet hij ons nog eens duidelijk voelen hoe onvoorstelbaar die daad eigenlijk was. Milo Rau in topvorm met dit keer zeer geslaagde combinaties van filmprojecties en gespeelde scènes. Alleen het niet-sync lopen van live beeld en geluid, daar moet toch eens een oplossing voor worden bedacht.

Maria, Maria, Maria – De Veenfabriek / Joeri Vos

Gezien: 12 mei De Schuur

Ik weet niet hoe dat bij anderen is, maar ik smelt altijd helemaal weg bij de klank en vooral de dictie van Jacobien Elffers' stem: precies, warm, helder, zacht, sexy. Bij het laatste stuk ‘Hulp’ van de Veenfabriek gebruikte zij dat allemaal om een uitgebluste zorgmedewerkster nog eens extra hulpeloos en vermoeid te laten klinken, maar in dit stuk van Joeri Vos weet zij met haar stem vooral een geweldige intimiteit op te roepen. De indrukwekkende tekst heeft Vos samengesteld uit de bekende Mariaverhalen uit de christelijke en islamitische traditie, vermengd met 13e eeuwse Maria-mysterieën en persoonlijke verhalen die de vijf muzikanten hem hebben verteld. Mooie middeleeuwse, Syrische- en Armeense liederen (gezongen door Anass Habib) plaatsen alles in een licht liturgische sfeer maar dit wordt weer gecompenseerd door de luchtige, alledaagse manier van vertellen van Jacobien en de soms ronduit triviale inhoud van de verhalen. Het is echter vooral de zachte, intieme toon waarmee zij stem en vorm geeft aan het personage van de ‘moeder aller mensen’, waardoor alles naar een hoger niveau wordt getild – ik zou bijna zeggen: in een andere dimensie wordt getrokken. Fenomenaal! Absoluut hoogtepunt is de manier waarop Jacobien en de muzikanten de fysieke geboorte van een zoon (naam wordt nooit genoemd) met muziek, beweging, zang en spoken-word vormgeven. Een hele bijzondere voorstelling – kreeg terecht overal vijf sterren!

Ik hoop op Zegen – Collectief Blauwdruk / Karavaan

Gezien: 16 mei, Botenloods Broek op Langedijk

De jongens van Blauwdruk zijn weer lekker bezig met water, geschiedenis, de toekomst, de ondergang van Nederland en vooral: met taal. Het collectief maakt in hun eigen woorden megalomaan teksttheater. Ik hou erg van tekst, en van theater – en megalomanie is mij ook zeker niet vreemd, dus ik ben een groot fan van hun werk. De voorstelling heeft vrijwel dezelfde opzet als hun vorige locatievoorstelling met minimale aankleding en kleurrijke dialogen in quasi oud-nederlands vol franse, engelse en eurospeak uitdrukkingen. Alleen staan ze dit keer niet tot hun knieën in een ondergelopen weiland, maar tot hun nek in het water van een prachtige botenloods van Broek op Langedijk. Misschien hadden ze nog wel iets meer met deze unieke locatie kunnen doen – maar ja, dan wordt het weer snel het bekende 'creatief gedoe met de locatie', terwijl tekst juist hun kracht is. Wel goed dus dat ze de scenografie lekker kaal hebben gehouden. Alle voorstellingen in het Karavaan-festival zijn terecht uitverkocht maar volgens Romein komt er later dit jaar misschien een reprise in de Hofvijver!

CQ – Abattoir Fermé

Gezien: 17 mei, De Kikker

Het abattoir maakt er weer een gezellige puinzooi van. Het feestje in de tot bar verbouwde kelder van een wooncomplex, biedt context voor gedoe met een taxidermisch geconserveerde echtgenote (plus emmer met ingewanden), een onstuimige zwarte vriendin, een stoelendans met vileine opdrachten, een vergadering van een geheim genootschap, spookberichten uit de radio en natuurlijk een hele hoop goor eten en drinken. Het feestje eindigt met een mysterieuze allegorie van Tine van den Wyngaert als oervrouw die een soldaat en een kunstenaar buiten in de vrieskou uitnodigt om in haar warme glazen kooi te komen. Beide weigeren omdat zij geen luilakken willen worden, maar de mensheid accepteert het aanbod wel en verdrinkt in een stortvloed van consumptiegoederen. Met name in het laatste deel drijven de spelers een beetje weg van het bekende groteske spel met een absurdistisch randje en wordt de sfeer weer goed onbestemd. Had voor mijn gevoel wel wat meer en vooral eerder gemogen.

We are (not) Tupac Shakur – DieHeleDing, Urban Myth

Gezien: 18 mei, Bellevue

Tupac Shakur was een muzikant waarop verschillende labels werden geplakt en de vraag is welke acteur hem het beste kan spelen/representeren. Welke labels plakken wij op elkaar, met welke labels identificeren wij onszelf en welke labels eigenen wij ons toe? Een voorstelling over labeling gaat onvermijdelijk over de onzekerheid van jongeren over hun eigen identiteit. Als oude, geprivilegieerde bleke man die is opgegroeid in een onbezorgde tijd en in een onbezorgd milieu waarin iedereen toch wel erg op elkaar leek, kijk ik met enige bevreemding naar het geworstel van de vier jonge theatermakers. Eerlijk gezegd hoor ik ook een hoop bekende verhalen over al die onzekerheden en identiteiten en er wordt theatraal ook weinig verrassends mee gedaan. Femi van Elshuis bood mij wel een verrassend inzicht met haar verwijt aan witte meisjes dat die zich met boxbraids iets essentieels toe-eigenen. Voor die meisjes is die haardracht namelijk een keuze uit vele manieren hoe zij hun haar kunnen dragen, maar voor Femi is er slechts één keuze: er wel of niet met een afro uitzien als een zwarte activist (de moeder van Tupac was een Black Panther…). Het is een veelzeggend voorbeeld hoe jongeren hun identiteit vooral aan dit soort uiterlijke statements ontlenen (of hoe die identiteit daarmee door anderen wordt toegeschreven) en hoe moeilijk het voor jonge zwarte vrouwen tegenwoordig is om aan die druk te ontsnappen.

Dat Gat – Femke Arnouts & Jip Smit / Karavaan

Gezien: 19 mei, Zwirs wijngaard Oterleek

Buitengewoon interessante tekst van Femke Arnouts over de aantrekkelijkheid van het loslaten en verdwijnen in het niets. Jip Smit is weer uitstekend gecast als een beetje vreemde vrouw die het mysterieuze gat in een grasveld wel spannend vindt. Haar vriendin Femke Arnouts probeert haar te stoppen om in dat ‘niks’ te springen maar slaagt daar niet in. Goed drama. Probleem is wel een beetje dat Arnouts zowel schrijver en regisseur als speler is, want de voorstelling kwam wat moeizaam op gang en kan eerlijk gezegd nog wel wat regie gebruiken. De toch vrij donkere inhoud botste ook met de zonovergoten landelijke omgeving maar dat vond ik bij nader inzien eigenlijk wel goed. Interessante maker en ik ben heel benieuwd wanneer zij iets voor een podium binnen gaat maken.

Ekstasis – Zephyr Brüggen / Karavaan

Gezien 19 mei, station Alkmaar

Electronic Dance Music (EDM) heeft mij nooit kunnen boeien want ik heb het vanaf de eerste House-tracks als een enorme vergissing gezien – hoe de vrolijke ‘four on the floor’ van de disco per ongeluk een verkeerde afslag nam en de hele hedonistische generatie van de jaren ‘90 een doodlopende steeg van hyper-individualistische, supercommerciële, quasi-rituele trancendentie in lokte. Ondertussen is het ook de soundtrack van de daaropvolgende generaties geworden en voor een kunstenaar die iets over de existentiële leegte van deze tijd wil vertellen, biedt de ‘rave’ volop  materiaal voor een interessante voorstelling. Zoiets moet Zephyr Brüggen hebben gedacht toen zij voor de Karavaan iets kon maken in het oude stationsgebouw in Alkmaar.

De voorstelling ‘Ekstasis’ is een vrij conceptuele, abstracte performance geworden – een soort dansvoorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker die een verkeerde taperecorder heeft aangezet. Ik had zelf wat moeite om er helemaal in op te gaan want de trancemuziek is natuurlijk bedoeld om oorverdovend hard te klinken, terwijl het volume in de kleine, betonnen ruimte heel beschaafd werd gehouden. Aan de andere kant versterkte dit juist weer het effect dat wij als publiek naar een performance van zes wild dansende spelers zitten te kijken en er niet zelf aan deelnemen (afgezien van enkele van die geconditioneerde dance-liefhebbers die bij iedere hint van een beat meteen met hun hoofd beginnen te hakken). De individuele dansers met verschillende karakters waren vrijwel een uur lang onafgebroken aan het dansen en creëerden zo een grove compositie/choreografie met een paar verrassend subtiele momenten. Het geheel bleef vrij abstract met enkel wat vage suggesties van het leggen van contact en zoeken naar intimiteit en gemeenschap. Vanwege die abstractie bleef ik er toch vooral op een esthetische manier naar kijken. Dat was vermoedelijk ook de bedoeling en precies daarom vond ik het een zeer geslaagde performance – een beetje als kijken naar zo’n abstract schilderij van Gerhard Richter: je wordt er niet meteen door gegrepen, maar je ziet dat overal de juiste keuzes zijn gemaakt en voelt gewoon dat het vreselijk goed werk is. Zo vond ik deze voorstelling van Zephyr Brüggen ook gewoon erg goed. Maar het blijft natuurlijk ongelooflijk domme kutmuziek…

Urland doet De Empty Space – Urland

Gezien: 22 mei, Frascati

In de serie vooronderzoeken nemen de Rotterdammers dit keer AI onder de loep. In het begin is de door ChatGPT gegenereerde voorstelling nog wel grappig, maar op een gegeven moment belanden we toch in de uncanny valley – vooral omdat sommige van de wat zwalkende dialogen eigenlijk heel goed door Urland zelf geschreven hadden kunnen zijn. Erg bizar is ook het Droste-effect van Urland acteurs die zichelf in gegenereerde Urland-achtige scènes spelen, met regie-aanwijzingen die ChatGPT op hun eigen aanwijzingen weer heeft verbeterd… De jongens waren zelf ook verbaasd hoe snel de ontwikkelingen gaan: drie maanden geleden hadden ze deze voorstelling met hun eigen door AI-gegenereerde stemmen nog niet kunnen maken. Very weird, mucho interesting en très important!

De nieuwe Man – De Hoe

Gezien: 23 mei, Chassé Breda

N: wij komen van daar, van daarachter, van rechts.
P: van links dan, ge wijst naar links toch? dat is toch links?
N: uw links of mijn links?
P: voor mij rechts dan?
N: wat denkt ge dat rechts is?
P: ik weet het niet, zegt gij het maar – we komen van… hoe zijn we hier eigenlijk gekomen?

In deze reprise van de voorstelling uit 2021 zijn Natali Broods, Peter Van den Eede en Willem de Wolf (v.h. de Koe) weer lekker op dreef met het schrijven van intieme dialogen. In bovenstaande openingsscène heeft Willem al meteen zijn punt kunnen maken dat theater altijd politiek is (net als het persoonlijke ;-). Daarna is het ruim anderhalf uur gewriemel met taal – dialogen op de vierkante millimeter waarmee de spelers zich uiteindelijk letterlijk in een krappe ruimte manoeuvreren/insnoeren. Je moet ervan houden want het is zuiver teksttheater en afgezien van wat gerommel met de stoelen in het decor (een kunstinstallatie?) en een professionele espressomachine in het zijtoneel, zijn er verder geen handelingen. Ik vond het weer geweldig!

Blue Hour – Matzer & Liliane Brakema

Gezien: 25 mei, Meervaart

Deze interessante voorstelling van Liliane Brakema verdient een wat diepere beschouwing. Ik moet er nog even over nadenken en kom er binnenkort op terug.

Work Work Work – Frascati special / DriesVerhoeven

Gezien: 30 mei, Frascati

Alle zalen, kantoren, gangen en kasten van Frascati zijn gebruikt voor het Museum for Performance Art waarin enkele performances en installaties met als thema arbeid waren bijeengebracht rond de indrukwekkende installatie van Dries Verhoeven in de grote zaal. Tien Bulgaarse arbeidsmigranten zongen daar te midden van zes robotarmen iedere dag acht uur lang het socialistische strijdlied ‘Broeders, verheft u ter vrijheid’. De documentaire over het rekruteren van deze human resources en de korte filmpjes waarin zij over hun eigen arbeidsverleden (en arbeidsethos!) vertellen, voegde veel toe. Vroeg mij wel af of de performance niet veel sterker zou zijn geweest als de arbeidsmigranten werkelijk via zo’n fout uitzendbureau waren ingehuurd en ergens in een container werden gehuisvest. En waarom bewogen die robotarmen zo belachelijk langzaam? Zo miste de performance toch net dat beetje gif waarmee het echt pijnlijk zou worden. Nu bleef het toch wel erg gebruiksvriendelijke maatschappijkritiek – ofwel: vriendelijk kritische kunst.

Andere performances en installaties waren niet echt bijzonder maar wel leuk om de video van One Year Performance van Tehching Hsieh weer eens te zien. De Time Machine van Julian Hetzel vond ik ook erg goed – vooral door de strakke performers (Miri Lee, Wen Chin Fu). Het stoere idee om het hele gebouw open te stellen was wel verrassend en pakte ook goed uit – erg fijne sfeer en beslist voor herhaling vatbaar!

 

Ik hoop op Zegen - Blauwdruk in de Botenloods van Broek op Langedijk

dinsdag 30 april 2024

Micromeningen april 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Ik blijf bij je – Abbie Chalgoum / Toneelgroep Maastricht

Gezien: 2 april, Bellevue

Aangekondigd als een troostrijk en ontroerend gevecht blijkt niets anders dan een doodsaaie samenvatting van Chalgoum’s boek over zijn afrekening met de geïnternaliseerde schaamtecultuur van zijn Marokkaanse ouders (lees: gewelddadige vader). Na twee minuten weet je al dat dit verhaal voor een specifiek publiek een belangrijke boodschap zal bevatten, maar ik hoor alleen maar dingen die al mijn vooroordelen over de achterlijke gebruiken in een patriarchale cultuur (en die van jolige Limburgers in het bijzonder) nog eens bevestigen.

Donja Hota – Platform 0090 / Enkidu Khaled

Gezien: 3 april, De Brakke Grond

De bonte collage van teksten, bewegingen, geluiden, dansjes en muziek door acht vrouwen uit verschillende windstreken gaat alle kanten op, maar is alleszins vermakelijk. De verhaaltjes die zij vertellen zijn niet zozeer gebaseerd op, als wel geïnspireerd door het werk van de beroemde Egyptische feministe Nawal El Saadawi en worden als aanwijzingen, lessen en adviezen gericht aan een denkbeeldige dochter (Alma) ergens achter het publiek. Conform de rebelse vrijheid die El Saadawi propageerde, wordt alles op een lekker losse, bijna geïmproviseerde manier verteld en dat werkt erg goed. De speelse manier bijvoorbeeld, waarop de vrouwen op een gegeven moment besluiten om allemaal als grommende tijgers rond te sluipen en dit vervolgens ook een kwartier lang blijven doen, vond ik geweldig. Geen dramatische ontwikkeling, geen lijn, geen scherpe emoties en geen heldere boodschap – behalve misschien dat het belangrijk is dat je hier (Europa? Brussel? Amsterdam?) de vrijheid hebt om met je eigen naam je eigen verhaal te creëren. Dat laatste wordt ook prompt gedaan door de 12-jarige Alma, die inderdaad achterin de zaal zat en als jonge ‘Donna Quichote’ in een felrood, wollen harnas wordt gehesen en tot besluit een zelfverzonnen verhaal mag afsteken (in haar moedertaal Frans). Gewoon een erg leuke voorstelling!

Warm – Discordia / STAN

Gezien: 4 april, Frascati

Eén keer rakelings langs een onbekend doel scheren is verbluffend, twee keer is fascinerend, drie keer is perfect. Maar zodra dit doel benoemd is, begin ik mij bij de vierde keer toch af te vragen wat er nu zo interessant is aan die brij waar Jon Fosse de drie spelers in zijn stuk omheen laat draaien. Is die ene gebeurtenis van zoveel jaar geleden nu werkelijk zoveel bespiegelingen en suggestieve stiltes waard?

Okay, de voorstelling speelt zich af in een abstracte denkruimte tussen een vrouw en twee mannen. In de hoofden van deze drie heeft er ooit op een zomerse stranddag wel of niet een amoreuze ontmoeting van de vrouw met een van de mannen (of met allebei) plaatsgevonden. Maar in de voorstelling wordt geen enkele warmte, intimiteit of erotiek zichtbaar of invoelbaar gemaakt, maar alleen onderzocht welke herinneringen nu wel of niet waar zijn. Hierbij wordt telkens gezinspeeld op de al of niet bestaande consequenties van de ontmoeting (een huwelijk? een kind? drie kinderen?). Zo is de voorstelling een eindeloos aftasten van mogelijkheden – een stijl die Discordia wel is toevertrouwd en dat maakt dit 'meesterwerk' van de Noorse Nobelprijswinnaar ook best onderhoudend. Er wordt in alle (door Fosse in de tekst voorgeschreven) stiltes ook vast veel belangwekkends over het leven en zo (niet) uitgesproken, maar ik vond al die mistige fjorden uiteindelijk toch een beetje koud, stil en vooral: leeg.

Leven – George & Eran / Club Classique

Gezien: 5 april, Bellevue

In een onbegrijpelijk decor van een sanitaire ruimte met twee toiletten en een wasmachine proberen twee boezemvrienden in het reine te komen met de aftakeling en dood van een vriendin. Hoewel hij overal werd aangeprezen als een aanstekelijke en ontroerende viering van het leven, deed deze voorstelling mij dus helemaal niks. Zelfs stevig ondersteund door live uitgevoerde strijkkwartetten van Schubert en Brahms waren alle pogingen om mij te beroeren volkomen vruchteloos.

Waarom verzanden dit soort voorstellingen van mannen over hun eigen emoties toch altijd in slaapverwekkend gestamel? Natuurlijk, in vergelijking met vrouwen gaat het onderzoek van mannen naar hun emoties doorgaans nauwelijks een pink diep, maar kom op: doe er iets mee en maak er wat van! Alleen maar zeggen dat het leven ondanks alles mooi is en dat je zoveel van elkaar houdt, is echt niet genoeg. Nou ja, voor mij dan want het publiek vond het weer prachtig.

We’re all alone in this together – Kim Karssen

Gezien: 5 april, Frascati

Als speler en als maker vind ik Kim sowieso geweldig en met haar volslagen originele en aandoenlijke voorstelling ‘Schrödingers Hond’ heeft zij bij mij flink wat krediet opgebouwd. Bespreking van deze voorstelling wil ik daarom nog even uitstellen want hij is gewoon nog niet af. Samenspel met de Vlaamse acteur Elias de Bruyne (Artemis) is wel veelbelovend – vooral omdat Kim en Elias heel goed hetzelfde register kunnen bespelen. Wordt vervolgd.

Prima Facie – ITA

Gezien: 6 & 13 april, Frascati

Bij monde van angeheuchte Gerard Soetelief heb ik al eerder in de Theaterkrant aan Marijn Lems proberen uit te leggen dat het bij deze voorstelling niet zozeer gaat om wat er verteld wordt, maar vooral om hoe drie vrouwen (auteur Suzie Miller, regisseurs Eline Arbo en actrice Maria Kraakman) de impact en vernederende gevolgen van een seksuele misdaad nu eens van binnenuit op de planken brengen. Niet iedereen kan de lange monoloog met minimale attributen in het kale decor waarderen, maar de manier waarop Maria Kraakman met name in het tweede deel schakelt tussen vertellen en verbeelden, vond ik opnieuw adembenemend. Ik ben heel benieuwd of deze fenomenale actrice dezelfde intimiteit ook later dit jaar in de grote Rabozaal weet op te roepen.

Bye Bye Daddy, a family business – Dood Paard

Gezien: 9 april, Frascati

Alleszins onderhoudend klein familiedrama rond het sterfbed van een pater familias. Met name Mokhallad Rasem is geweldig als ultra-zachtmoedige vriend van de dochter (Manja Topper). Tekst van Magne van den Berg zwalkt lekker alle kanten op. Enscenering en choreografie van het eerste deel kan nog wat aan gesleuteld worden. Het carnavaleske decor dat tijdens een extreem hysterische huilbui door Ella Kamerbeek (Club Lam) wordt onthult, slaat ook helemaal nergens op, maar dat vond ik juist weer erg goed.

Lady & Lord Macbeth – Toneelgroep Suburbia

Gezien: 11 april, De Meervaart

Shakespeare houdt de bron van Macbeth’s machtswellust een beetje vaag bij influisteringen uit een duistere geesteswereld/toestand, maar Tom Lanoye legt de motivatie klip en klaar bij de gefrustreerde kinderwens van zijn echtgenote en dat maakt de psychologie van het drama meteen een stuk moderner. Dat kan helaas niet worden gezegd van het decor en kostumering van deze voorstelling want de ‘gestileerde’ enscenering met lelijke plastic gordijnen en acteurs in hun alledaagse kloffie, doet hopeloos gedateerd aan. Daarmee wordt ook geen recht gedaan aan de rijke tekst van Lanoye en het volle spel van de acteurs (met Aus Greidanus Jr. in een verrassend komische dubbelrol als Duncan en McDuff). Het openingslied, geweldig gezongen door Joy Wielkens, is een prachtige verbeelding van de verzengende liefde tussen deze oer Bonny and Clyde. Ook heel goed hoe Lanoye hun groeiende obsessie met nageslacht als bezegeling van hun liefde, tot spil van het drama maakt.

The Last Poet – Toneelschuur Productie / Nita Kersten (r)

Gezien: 12 april, Bellevue

Deze voorstelling kreeg wat lauwe recensies omdat er niet duidelijk gekozen is om de New Yorkse zwarte dichters uit de jaren ‘70 en ‘80 te linken aan het hedendaagse activisme als Black Lives Matter of KOZP. Begrijpelijke kritiek want de spoken-word cypher over ‘blackness’ waarmee de voorstelling begint, wekt die verwachting wel, terwijl daarna alleen op een chronologische manier het levensverhaal van Umar Bin Hassan wordt verteld. Maar dat gebeurt door uitstekende acteurs (in het bijzonder de geweldig expressieve Carmen van Mulier) onder de altijd weer frisse en heldere regie van Nita Kersten, en dat maakt het tot gewoon een goed stuk. Ongetwijfeld valt er veel meer te vertellen over Umar, de Last Poets en The Revolution die niet zal worden uitgezonden, maar in 90 minuten wordt onze kennis van Amerikaanse black history in ieder geval weer wat bijgespijkerd. Erg jammer dat er slechts een handjevol, voornamelijk bleke mensen in de zaal zat. Voorstelling verdient meer.

Brown Sugar Baby – HNT / Eric De Vroedt

Gezien: 14 april, Koninklijke Schouwburg

Sommige regisseurs weten van zwakke toneelteksten toch fantastische voorstellingen te maken – en er zijn voorstellingen met een zwakke regie die dankzij de ijzersterke tekst toch overeind blijven. Maar soms is zowel de tekst als de regie ronduit beroerd en om dan één van de beste actrices van Nederland hulpeloos met kindertoneelteksten te zien spartelen in de veel te grote berg hooi die schrijver en regisseur Eric De Vroedt op zijn vork heeft genomen, was gewoon gênant. Uit respect voor de winnaar van de Theo d’Or ben ik daarom voor het eerst in lange tijd, ver voor het einde van deze tweeënhalve uur waterboarding, maar gewoon opgestaan en weggegaan.

Sign of the Times: Natalie Haynes & Eline Arbo – ITA / De Balie

Gezien: 15 april, ITA

Een samenkomst van ruim 750 vrouwen in de uitverkochte grote zaal van de Stadsschouwburg – die produceren inderdaad wel een apart geluid als er een scène uit de film Wonder Woman wordt geprojecteerd en de heldin in één vloeiende beweging drie van haar mannelijke tegenstanders met pijlen doorboort. Als een van de naar schatting twintig mannen die hierbij aanwezig waren, kon ik het ook wel waarderen want het zal lezers van deze micromeningen niet zijn ontgaan dat vrouwenstemmen mijn bijzondere interesse hebben – en dan vooral hoe ze die stemmen steeds welluidender in de theaters laten klinken. Dus als de classicus Natalie Haynes en regisseur Eline Arbo het gaan hebben over ‘the female gaze’ in Griekse mythologische stukken als Elektra, Medea en Penthesilea, dan luister ik graag mee.

Helaas ging het gesprek nauwelijks over nieuwe manieren waarop de vrouwenrollen in die klassieke stukken kunnen worden ingevuld want de twee liefhebbers dwaalden regelmatig af naar grappige weetjes over de onthoofding van het chtonische wezen Medusa die net als Stheno en Euryale een dochter was van de zeegoden Phorcys en Ceto maar ook half-menselijk. Alleszins onderhoudend, maar net als driekwart van de aanwezige dames die het zonder klassieke scholing moesten doen, raakte ik de draadjes in dit mythologische labyrint regelmatig kwijt. Heb wel enorme zin gekregen om vrijdag in de Toneelschuur Huis van Troje nog een keer te zien, want wat betreft het opnieuw vertellen van bekende verhalen vanuit een vrouwelijk perspectief, zit daar eigenlijk alles in waar Haynes en Arbo in de Schouwburg een beetje vaag naar bleven hinten. Die uitstekende voorstelling speelt nog tot 24 April dus grijp uw kans!

De wraak van A. – Ayşegül Karaca / Theater RAST

Gezien: 16 april, Bellevue

In de nieuwste aflevering van de serie nevenschade van de immigratie, ontmoeten we dit keer een ontheemde Turkse patriarch die al zijn frustraties over zijn verloren sociale en maatschappelijke positie op zijn vrouw en dochter botviert. Goed, je kan veel wijten aan achterlijke gebruiken in een patriarchale samenleving, maar als iemand zijn vrouw in de vernieling schopt omdat zij in plaats van een gezonde zoon, een tweeling heeft gebaard waarvan één doodgeboren en de ander een meisje en half blind, dan is dat gewoon een ontzettende klootzak. En als hij vervolgens niet alleen de moeder, maar ook het gehandicapte (‘mislukte’) dochtertje nog eens jarenlang blijft terroriseren, dan begin ik toch druk over de herinvoering van een paar gruwelijke, maar vermoedelijk zeer effectieve lijfstraffen te fantaseren.

Met dit autobiografisch materiaal heeft Ayşegül Karaca deze voorstelling gemaakt en daarvoor verdient zij sowieso een hele berg bonuspunten. Het verbod dat de tirannieke vader de moeder oplegde om ooit nog over het doodgeboren tweelingzusje of haar begraafplaats te spreken en haar bestaan zodoende voor altijd uit te wissen, heeft Ayşegül op een hele knappe manier verweven met de opstand van Antigone tegen het verbod van koning Creon op een eervolle begrafenis van haar onterecht verguisde broer. Maar waar de opstandige Antigone wordt gestraft en zij zichzelf tenslotte in een donkere grot verhangt, kiest Ayşegül voor het licht van het toneel en besluit zij om daar wraak te nemen door haar zus tot leven te wekken en alsnog te begraven en daarmee haar eigen bestaan als tweeling weer heel te maken. De indrukwekkende monoloog wordt door Ayşegül met veel passie gespeeld en gezongen. Maar eerlijk gezegd denk ik dat de voorstelling nog veel beter kan worden als hij iets rustiger en preciezer door een ander type actrice wordt gespeeld. Vooralsnog toch een heerlijk zoete wraak.

Mémé – Sarah Vanhee

Gezien: 17 april, Brakke Grond

Vanhee’s familiegeschiedenis verteld met behulp van projecties en poppen spitst zich toe op het zware en armoedige leven van haar grootmoeders op de west-Vlaamse kleigronden. Videofragmenten laten zien hoe liefdevol en met veel intiem fysiek contact Vanhee met haar zoontje omgaat. Dit als contrast met haar mémés (oma's) die slechts beperkte aandacht aan elk van haar negen kinderen kon geven. Het publiek vond de postume eer en troost die zij haar oma en haar moeder bood prachtig, maar het bleef allemaal wel erg particulier en ook tamelijk klef. Moest denken aan de voorstelling (V) van De Nwe Tijd, waarin het ook over moeders en veranderende tijden ging en die mij wel wist te raken.

Panic Room – Theater Utrecht / Floor Houwink ten Cate (r)

Gezien: 18 april, Stadsschouwburg Utrecht

Jacob Derwig wordt in zijn laatste uur in het niemandsland op de grens van leven en dood bezocht door zijn grootste trauma in de persoon van Abke Haring. Bijzonder mooie en sterke voorstelling, vooral dankzij de magnifieke scenografie. Het is lang geleden dat ik zo’n indrukwekkend – Robert Wilson waardig – decor zag (hoewel die zich er laatst in ITA wel erg makkelijk van af maakte). Dat decor is een lege zwarte doos waarvan de wanden en het plafond op een vernuftige manier met licht en minieme pufjes rook ‘levend’ worden gemaakt. Subtiele geluids- en lichteffecten plaatsen de hele voorstelling in een donkere, abstracte ruimte waarin zowel de tekst als de acteurs een beetje in het immateriële blijven zweven. Voor het eerst sinds lange tijd wordt de rookmachine ook weer eens zinnig en doeltreffend ingezet om er een adembenemend mooi effect van een duet mee te creëren (eat your heart out Robert!). Echt fantastisch en wat mij betreft hebben Marloes en Wikke (decor), Varja Klosse (lichtontwerp) en Jimi Zoet (geluidsontwerp) dit jaar de hoofdprijs al gewonnen!

Niet alleen het decor en de scenografie, maar eigenlijk alles van deze voorstelling was gewoon heel goed: concept, structuur, tekst, ritme, acteurs, spelregie, videoprojecties, geluid – allemaal klasse. En toch kon de voorstelling mij niet echt raken. Terwijl het gegeven (een abstracte zwarte ruimte vult zich met bespiegelingen van een terminaal zieke man) mij toch zeker zou moeten aanspreken. Ik heb er lang over zitten dubben en denk dat het toch in het acteren zit.

Abke Haring speelt haar rol als de overleden geliefde voortreffelijk – daarbij zeker ook geholpen door de geweldige tekst. En Jacob Derwig is natuurlijke de perfecte acteur om een interessante tekst over te brengen. Maar dat laatste is misschien ook waarom de voorstelling bij mij niet resoneert, want welke rol Jacob Derwig ook speelt, hij blijft altijd Jacob Derwig. Dat is ook precies waarom ik hem zo ontzettend goed vind – dat hij geen ‘transformatieve’ acteur is, maar zijn rollen altijd met enige afstand speelt en niet zozeer een overtuigend type, maar vooral het karakter en de tekst van het personage in de schijnwerpers zet. En daar gaat het in dit geval mis, want de tekst heeft zondermeer kwaliteit en het verhaal van de reis naar de plek van zijn pijnlijkste herinnering is mooi opgebouwd, maar het feitelijke drama van Derwig’s personage (een grote liefde die geen kind van hem wilde maar als oorlogscorrespondent ergens ver weg wel zo nodig kinderen moest gaan redden), vond ik eigenlijk niet zo interessant. Maar het is dus louter het ‘being Jacob Derwig-effect’ wat bij mij een betekenisvolle beleving van dit stuk in de weg stond want het is gewoon een geweldige voorstelling. Ik ben bang dat Jacob daar ook niet veel aan kan doen, tenzij hij op het toneel echt rochelend de pijp aan Maarten geeft, maar dat wensen we hem natuurlijk niet toe...

Hert – Teunie de Brouwer

Gezien: 20 april, Bellevue

De allereerste try-out heb ik vorig jaar als backstage voorstelling gezien en die vond ik al erg goed, maar aan het einde van de tournee is deze performance echt een geweldig volle theaterbom geworden! Samen met haar tegenspeelster Iris Bakker en onder de scherpe regie van Xander van Vledder razen we door de jaren waarin Teunie’s angsten haar naar de wanhopige grens van de totale duisternis voeren, waarna zij uiteindelijk terugkeert naar de plek waar zij zichzelf weer vindt – namelijk op het toneel. Bijzonder knap (en moedig) concept, grappige en goed gespeelde scènes die leiden naar een bijzonder ontroerende conclusie waarin Teunie een ogenschijnlijk simpel, maar daarmee juist waarachtig diep inzicht in het leven toont. Echt grote klasse van deze jonge makers! Gaat dat zien: alleen deze zondagmiddag nog in Bellevue.

Louis neem plaats – APT / Louis van der Waal

Gezien: 22 april, De Sloot

Nieuwe aflevering van het doorzaag experiment, waarin de schrijvers van het Amsterdam Poet's Theater een monoloog schrijven en er vervolgens samen met een acteur in twee weken een voorstelling van bakken die slechts één keer wordt gespeeld. Louis van der Waal wilde nu wel eens een keer een serieuze rol – bijvoorbeeld een verzekeringsagent met een serieuze bril die adviezen over polissen voor honden (of hun bezitters) geeft. Die rol krijgt hij, maar zijn bril is zoek en dan wil het met een hond als attribuut ook niet erg lukken. Klassieke dialoog met een imaginaire assistent begint sterk en het verhaal loopt lekker uit de rails, al wordt het op een gegeven moment wel een beetje rommelig. Gelukkig weet Louis er op het einde weer een leuk puntje aan te draaien – en het is natuurlijk altijd fijn om hem te zien spelen.

Rabbit Hole – De Toneelmakerij, Theater Sonnevanck

Gezien: 23 april, De Krakeling

Leuke opzet van een groot geprojecteerd beeldscherm waarop de phone-, chat- en videogesprekken tussen de twee acteurs te volgen zijn. Zo volgt het publiek hoe een jongen zich steeds verder afzondert en een manosphere wordt ingetrokken. Als publiek mogen we ook deelnemen aan de live-chat en zo commentaar leveren op wat er gebeurt. Op dat forum werd al snel duidelijk dat de jongeren voor wie deze 14+ voorstelling bedoeld is, allang weten dat er op die anonieme fora een hoop onzin wordt verkondigd en daarmee schiet de voorstelling inhoudelijk zijn doel een beetje voorbij.

Ik moest denken de geweldige voorstelling Infinity Chan van Eva Line de Boer die zich ook grotendeels op een beeldscherm afspeelde en waarin er ook werd afgedaald naar de duistere krochten van het internet. Maar die voorstelling was veel verontrustender omdat zij daarin werkelijk de ethische, seksuele en morele grenzen opzocht. In Rabbit Hole blijft alles jammer genoeg wat voorspelbaar en braaf.

Twee oude Vrouwtjes – Thomas, Sacha en Jos

Gezien: 24 april, Bellevue

Je zult van goeden huize moeten komen als je de subtiele verhalen van Toon Tellegen wilt vertalen naar het toneel. Helaas zijn Thomas, Sacha en Jos dat niet want deze jonge makers zitten nog vol drang om vooral zichzelf te laten zien. Hun voorstelling is alleszins onderhoudend, maar met hun neiging om alles op te leuken, gaat al het kleine en stille van Toon Tellegen vrijwel geheel verloren en daardoor blijft het toch een beetje opgekrikt kindertheater. Prima natuurlijk dat zij zich herkennen in de zachte en liefdevolle toon van de verhalen, maar hoe zij dit in de voorstelling doortrekken naar hun eigen homo- en queer-zijn, vond ik een onnodige, en eigenlijk ook ongepaste vorm van appropriation. Maar goed, anderen vonden dit juist heel mooi want heel gevoelig en zo. Ik ben bang dat ik gewoon niet zo gevoelig ben voor dat soort gevoeligheden...

donderdag 25 april 2024

Springen en falen – Nora en Roos

Ik krijg regelmatig commentaar dat ik eigenlijk alleen voorstellingen van, met en over vrouwen interessant vind. Dat is absoluut niet waar, maar ik geef toe dat ik een buitengewone interesse heb in wat vrouwen te vertellen hebben, en dan vooral natuurlijk als ze dat in het theater doen. Niet dat vrouwen zoveel anders zijn dan mannen, maar ze zijn vaak wel bereid om eerder, en vooral ook dieper in hun gemoed te graven dan mannen. En daar stuiten ze soms op aders met grondstoffen waarvan zij noch ik de waarde of betekenis precies kunnen inschatten, maar die volgens mij wel heel belangrijk gaan worden. Want alles wat bijdraagt aan een beter begrip van wat ons beweegt, helpt bij het uitzetten van een pad uit het tamelijk uitzichtloze moeras waarin wij ons momenteel bevinden. Wil homo sapiens het nog even kunnen uitzingen, dan is het alle hens aan dek!

Goed, misschien is dat wat overtrokken, maar ik vind het gewoon geweldig dat hier, in dit piepkleine vrije hoekje van de wereld, de helft van de bevolking nu eindelijk eens haar stem mag verheffen. En ik vind dat de andere helft daar dan ook maar eens aandachtig naar moet luisteren – zelfs als de verhalen uitermate particulier zijn, want juist in die persoonlijke ervaringen schuilen de waar- en wijsheden die veel te lang zijn weggedrukt en die wij binnenkort wel eens heel hard nodig kunnen gaan hebben.

Dus wanneer een jonge vrouw mij vraagt om langs te komen omdat zij mij wil vertellen hoe en waarom zij haar stem is kwijtgeraakt, dan sta ik de volgende dag op de stoep. Ik luister ook aandachtig want het is niet zomaar een jonge, mooie, intelligente vrouw bij wie ik thuis met een kopje thee op de bank mag zitten, maar Nora Fischer – een van de meest gevierde Nederlandse zangeressen die tot vijf jaar geleden met haar natuurlijke stem en speelse manier van zingen wereldwijd furore maakte in de modern klassieke muziek. En zij is, zoals veel vrouwen, bereid om diep, heel diep te gaan in het analyseren van het hoe en waarom zij haar stem is kwijtgeraakt.

Zo begint Nora in haar voorstelling ‘De Sprong’ zonder schroom te vertellen over het verwaande wicht dat zij op de middelbare school was en de hoge dunk die zij van zichzelf had – ongetwijfeld het gevolg van een extreem geprivilegieerde opvoeding in een milieu dat zij zelf niet als typisch Amsterdam-Zuid omschrijft, maar die dat met de wereldberoemde dirigent en componist Iván Fischer als vader, en blokfluitiste Anneke Boeke uit de Boeke-dynastie als moeder, natuurlijk wel was.

Ook in het daaropvolgende uur spaart Nora zichzelf niet en ontward zij heel secuur de kluwen problemen die opgroeien in dit rijke intellectuele en culturele milieu met zich meebracht en die uiteindelijk tot het dramatische verlies van haar stem zouden leiden: het continu stimuleren en ontplooien van talenten, de torenhoge verwachtingen, de zelfopgelegde plicht om in alles de beste te zijn, de verafgode maar afwezige vader, de goed- of afkeurende blikken van een super-getalenteerde oudere zus, de klaterende successen met op de achtergrond een hardnekkig imposter-syndroom, de podiumangst, de pilletjes en een intergenerationeel trauma dat overal doorheen schemert, kortom: alles wordt opgerakeld, vlijmscherp geanalyseerd en met foto’s, video’s en dagboekboekfragmenten voor mij op tafel gelegd.

Nora houdt het een beetje vaag of het eenzelfde loodzware rugzak was die haar zus deed besluiten om in Schotland van een flat te springen, maar die dramatische ‘Freitod’ was wel het moment waarop zij definitief haar stem verloor. De weg terug was lang en zwaar maar uiteindelijk heeft zij met hulp van twee Italiaanse stemtherapeuten de speelsheid in haar stem en het plezier in zingen (en het leven) weer hervonden. Zij eindigt haar verhaal met wat speelse babygeluidjes als stemoefening waarna zij heel voorzichtig met Yellow Submarine van de Beatles begint mee te zingen. Ondertussen laat zij mij een oude homevideo zien waarin de twee kleine zusjes uitgelaten door de huiskamer in Amsterdam Zuid dansen – het onbezorgde plezier van twee kleine meisjes.

Zo’n emotioneel slotakkoord schreeuwt natuurlijk om een sympatiserend woordje of troostend gebaar. Maar de homevideo toont Nora mij niet op haar telefoon en ik zit ook niet bij haar thuis op de bank, maar samen met vijfhonderd andere genodigden in het muziekgebouw. De hele uitleg en alle verklaringen van hoe en waarom zij haar stem is kwijtgeraakt, roept bij mij ook allerlei vragen op, maar die kan ik in deze setting natuurlijk niet stellen. En dan begint er bij mij wel iets te wringen.

Even voor de goede orde: Nora is een uiterst charmante verschijning met een charisma van hier tot Tokio. Zij is ook een voortreffelijke verteller en onder regie van Titus Muizelaar zet zij zonder enige hapering een zorgvuldig opgebouwd performance neer: een verhaal dat gewoon heel goed in elkaar zit. Nee, een verhaal dat perfect in elkaar zit – en dat is precies waarom het toch een beetje raar voelt.

In haar zelfonderzoek komt Nora veel zaken tegen die misschien niet specifiek vrouwelijk zijn, maar die ik vrouwen wel vaak hoor noemen: faalangst, zorgen over het uiterlijk, blikken van anderen, het imposter-syndroom, etc. In het delen van die emoties is zij ook volslagen open en eerlijk, maar zoals gezegd, zijn die niet nieuw of uitzonderlijk. Wat er bij Nora echter vooral speelde, was haar extreme zucht naar perfectie. Ook dat streven naar voortreffelijkheid hoor ik vaker en daarmee zou deze performance wellicht als waarschuwing kunnen dienen. Maar daar wringt het bij mij dus een beetje: de perfect uitgevoerde performance is namelijk zelf een (vermoedelijk onbedoelde) demonstratie van haar perfectiedrang.

En dat roept de vraag op wat hier nu eigenlijk wordt gedeeld? De performance wordt gepresenteerd als het sluitstuk van een diepgaand zelfonderzoek, maar wat vertellen Nora’s ervaringen ons? Is het een hele particuliere samenloop van omstandigheden die tot het verlies van haar stem leidde, of zat er toch een psychisch of sociaal mechanisme achter waar wij ook iets van kunnen leren?

Het streven naar perfectie deed mij in ieder geval denken aan een voorstelling van actrice/theatermaker Roos Bottinga (ook een heel bijzonder talent). In haar solo ‘Ik heb gezongen op mijn moeders begrafenis (en andere dingen waarop je trots kunt zijn)’ vertelt zij uitgebreid over de manier waarop zij het plotselinge overlijden van haar moeder heeft verwerkt. Aan het bed van haar zojuist gestorven moeder zegt Roos streng tegen zichzelf dat zij dit rouwen ‘echt heel goed gaat doen’. Ze weet ook al precies hoe zij op haar moeders begrafenis verschrikkelijk mooi gaat zingen. Perfect rouwen en perfect verwerken: dat is wat zij zich voorneemt en wat zij ook gaat doen.

Alleen lukt het haar niet – zij faalt. En dat is precies waarom deze zeer persoonlijke voorstelling/performance mij wel wist te raken. Als Roos laat zien hoezeer zij op haar moeder lijkt, hoe haar moeder onlosmakelijk deel is van haarzelf en hoe pijnlijk zij letterlijk fysiek altijd in haar aanwezig zal blijven, dan vertelt zij iets over de moeder-dochter relatie wat veel vrouwen zullen herkennen – iets essentieels over het vrouw-zijn maar dat ik ook heel goed kan meevoelen. Dat het tonen van die pijn is ingestudeerd en de tranen misschien niet echt zijn, doet er ook niet toe – het is een emotionele waarheid die Roos laat zien en die ons allemaal raakt. Die waarheid zit niet in het vertellen over het falen en de pijn van het gemis, maar in het waarachtig tonen ervan.

Ik denk dat dit precies is wat er bij de performance van Nora Fischer niet gebeurde. Zij speelde een perfecte voorstelling, maar met het verkeerde instrument. Maar ik ben ervan overtuigd dat er straks wel weer een grote waarachtigheid in haar stem zal doorklinken – en daar kijken wij natuurlijk allemaal reikhalzend naar uit!

Nora Fischer - De SprongRoos Bottinga - Ik heb gezongen op mijn moeders begrafenis

zondag 31 maart 2024

Micromeningen maart 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Makkelijk in de Omgang – Lisa Ostermann

Gezien: 1 maart, Meervaart

Lisa is gewoon heel erg grappig!

Huis van Troje – Toneelschuur Producties / Mateusz Staniak (r)

Gezien: 2 maart, De Schuur

De ondergang van Troje wordt in de regie van Mateusz Staniak achterstevoren verteld en zo'n conceptuele ingreep deed het ergste vermoeden maar werkt goed. Sterker: achteraf vind ik de voorstelling steeds beter worden want ik kan mij enkele scènes nog haarscherp voor de geest halen. Komt natuurlijk ook door de fantastische acteurs.

De Meester en Margarita – Orkater / Belle van Heerikhuizen (r)

Gezien: 3 maart, De Meervaart

Reprise van dit muziektheaterstuk uit 2021 was ronduit geweldig! Marit Hooijschuur zag ik alleen in haar rol als getroebleerde jonge vrouw in de broeierige stukken van Lenz, maar tot mijn verrassing speelt en zingt zij hier uitbundig en vol vuur de rol van Margarita. Theatrale bewerking van de befaamde roman van Boelgakov is gelukkig niet geactualiseerd en zo blijft de fantastische mix van stijlen en genres op geweldige muziek van o.a. Tessa Jackson één groot theaterfeest.

Wachten op Godot – Erik Whien (r)

Gezien: 5 maart, Koninklijke schouwburg

Beckett blijft natuurlijk altijd goed maar ik vond dit toch een mindere van 'Beckett specialist' Erik Whien. Met name het veel te koddige spel van Mark Rietman met zelfs letterlijk een knipoog naar het publiek is gewoon veel te dik. Beckett is natuurlijk ook bijzonder geestig maar zijn soort humor kan naar mijn smaak beter droog geserveerd worden.

Myrthe Siebinga zoekt een Kamer – Warme Winkel

Gezien: 6 maart, Frascati

Een hele lange, vreselijk saaie aanloop naar een woeste sprong van Myrthe. Het is ook deze overtuigende woedeuitbarsting van Myrthe die de voorstelling nog net over de streep trekt. Conceptuele vormtrucjes van de Warme Winkel beginnen een beetje sleets te worden. Wanneer schrijft (en speelt!) Vincent nu weer eens een echt stuk? Na zijn magistrale gooi naar de Louis d'Or is het eindeloos voortmodderen met aardige, maar nooit echt verpletterend goede ideeën.

Exit Poll – HNT / Belle van Heerikhuizen (r)

Gezien: 7 maart, Bellevue

Van mijn leraar Nederlands op de middelbare school leerde ik al dat satire gewoon heel erg moeilijk is: één typering die niet lekker landt en je bent je publiek kwijt. In deze voorstelling is alles ook weer te dik aangezet. Dubbelrollen blijven mede door de acteerstijl lange tijd verwarrend. Paar aardige grappen en karikaturen maar ik vond het allemaal toch een beetje flauw.
Belle van Heerikhuizen heeft geprobeerd er nog wat van te maken, maar de tekst van haar vrienden Max Wind en Joeri Heegstra was gewoon te zwak. Erg jammer want haar vorige voorstelling (De Meester en Margarita) was fantastisch.

(V) – de Nwe Tijd

Gezien: 7 maart, De Brakke Grond + 15 maart, De Kikker

(Zie deze aparte bespreking samen met 'Weiblicher Akt 13: De Ander' van Discordia).

Eigenlijk is alles Amazing – L’Amour Toujours

Gezien: 8 maart, Frascati

In zijn recensie in de Theaterkrant vond Sander Janssens het meta-theater van L’Amour Toujours op den duur wat vermoeiend en dat ben ik ook wel met hem eens. Het continu alles en iedereen ironiseren is wellicht bedoeld als zedenschets van een generatie die moeite heeft om tot een oprechte, waarachtige of op z’n minst toch enigszins serieuze uitspraak te komen, maar blijft als voorstelling uiteindelijk wel een beetje leeg.

Katinka strikes Back – Jip Smit

Gezien: 9 + 29 maart, InsBlau + Bellevue

Het nieuwe genre fantasy-theater dat Jip Smit met Motherland heeft gecreëerd, blijft fenomenaal. Zoals dat hoort bij een trilogie, worden er in het tweede deel van het epos twee nieuwe karakters geïntroduceerd en daarmee wordt het heerlijk idiote verhaal opeens ook een stuk complexer. De verrassing van het samenspel met het publiek is er een beetje van af, maar de manier waarop Jip en haar medespelers ons weer vol overgave meeslepen in een krankzinnig avontuur blijft gewoon heel knap en een feest om mee te maken.

The Underground – NITE + Club Guy Roni

Gezien: 12 maart, Koninklijke Schouwburg

Zeer geslaagd muzikaal totaaltheater, vooral door de muziek van Brendan Faegre door Asko|Schönberg en Slagwerk Den Haag. Toevallig heb ik kort geleden Aantekeningen uit het Ondergrondse van Dostojevski weer gelezen en daardoor had ik aanvankelijk wat bedenkingen bij de montere Sanne den Hartogh als nihilistische kankeraar, maar die twijfel loste snel op in de voortvarende manier waarmee het hele circus in gang werd gezet. Prachtige kostuums ook van Maison the Faux.

The last Chapters – Thomas Dudkiewicz

Gezien: 13 maart, De Kikker + 26 maart Frascati

Er is lang gewekt aan het hoorspel dat live wordt uitgevoerd door Thomas en zijn geluidsontwerper Thomas Loos – en dat hoor je want het is werkelijk een fantastische onderdompeling in een Lewis Carroll-achtige wereld geworden. Thomas vertelde dat hij perfect Engels heeft leren spreken omdat het Engels hem de vrijheid bood om de verschillende accenten van alle rollen net wat dikker aan te zetten. Hoewel ik een grote voorstander van het Nederlands ben, denk ik dat hij in dit geval wel gelijk heeft. Gewoon heel erg goed allemaal.

Oei – 't Barre Land

Gezien: 16 maart, Frascati

Dichter, vertaler, schrijver, toneelschrijver en tekenaar Erik Bindervoet is zo’n taalvirtuoos die samen met zijn kompaan Robbert-Jan Henkes voor de lol maar eens de complete werken van James Joyce gaat vertalen. Voor ‘t Barre Land heeft hij nu een tekst over Katsushika Oei, de dochter van Katsushika Hokusai geschreven – geheel in de Japanse dichtvorm ‘Tanka’ (vijf regels met 5-7-5-7-7 lettergrepen). Aan Margijn Bosch vervolgens de taak om die monoloog van anderhalf uur uit het hoofd te leren. Resultaat is een geweldig vol en kleurrijk taalboeket dat zelfverzekerd en met veel overtuiging door Margijn op het toneel wordt gebracht. Subtiel samenspel met gitarist Stef van Es geeft precies de juiste sfeer waarin het verhaal van de vrijwel onbekende Oei helemaal tot leven komt.

One I pulled down my Underwear... – DAS-theatre presentatie Aline Olmos

Gezien: 18 maart, DAS Arts

Het is ondertussen wel bekend dat jonge kunstenaars en theatermakers zich tegenwoordig bijna nergens meer voor generen. In haar eindexamen presentatie van DAS-theatre pakte de Braziliaanse Aline Olmos ook weer lekker uit als musemgids die ons door een tentoonstelling van ingelijste zwarte slipjes met bijzondere ‘lekvlekken’ leidde. Dit was de inleiding van een knotsgekke collage waarin beeld, geluid, tekst, objecten en handelingen van elkaar werden losgekoppeld en wij er in ons hoofd toch min of meer samenhangende verhaaltjes van maakten. Lekker losjes en vrolijk. Vooral het gefluisterde gesprek onder en boven tafel tussen haar geklede boven- en naakte onderlijf dat/die tot haar eigen verbazing een ei had geproduceerd, was erg grappig.

The Omen – Tijd van de Wolf / Alexandra Broeder

Gezien: 24 november '23 + 20 maart '24, Frascati

Zie de bespreking bij top-10 voorstellingen 2023

Augustus: Oklahoma – Toneelgroep Maastricht & De Theateralliantie

Gezien: 22 maart, DelaMar

Gewoon fijn om weer eens een groot stuk door een groot gezelschap in een groot theater te zien. Regisseur Michel Sluysmans heeft het originele familiedrama van Tracy Letts van vijf uur teruggebracht naar drie uur (incl. pauze). Komt een beetje moeizaam op gang maar is uiteindelijk lekker meedeinen op het spel van ervaren acteurs als Ariane Schluter, Wendell Jaspers, Porgy Franssen, Anneke Blok(!) en Hanne Arendzen. Geweldig knap geschreven dialogen, maar het echte drama van het intergenerationele psychische geweld zit een beetje verstopt in bijtende dooddoeners en valse terzijdes. Dat is weliswaar behoorlijk realistisch en vaak zijn die ad rem opmerkingen ook bijzonder gevat, maar als er een paar enthousiaste lachers in de zaal zitten, wordt het soms wel erg kluchtig. Er valt zeker het nodige aan te merken op deze uitvoering (het Hollandse realisme met a-b-a-b dialogen, het foeilelijke decor) maar het blijft een ijzersterk stuk en ik heb mij prima vermaakt.

Versus – Theater Utrecht, Cello Octet Amsterdam

Gezien: 23 maart, Frascati

Ik ben altijd wel geïnteresseerd in de zoektocht van jonge mensen naar hoe zij zich kunnen verhouden tot de almaar complexere problemen van deze wereld, maar dit twistgesprek tussen Ntianu Stuger en Vincent van der Valk ontaarde al snel in een schreeuwerige cursus nihilisme voor beginners en die kon mij nauwelijks boeien. De sfeervolle muziek van acht cello’s was wellicht bedoeld om alle argumenten in een abstractere, filosofische context te plaatsen, maar de intermezzo’s fungeerden louter als komma’s in een drammerig betoog over natuurwetten, valse ethiek, vrije wil en handelingsbewustzijn. Ik ben een beetje te dom (of gewoon te oud) voor deze kolkende gedachtestromen want mijn gedachten dwaalden al snel af naar de boodschappen voor de maaltijd morgenavond. Misschien is het ook geen toeval dat Wouter Oudemans (de groothandelaar bij wie men ongetwijfeld een hoop van deze ranzige mosterd heeft gehaald) deze week zijn laatste adem uitblies. Wel mooie muziek en een hele mooie spiegelwand (kostte volgens de technicus € 10.000...).

Winterwater – Feikes Huis / Studio Figur / Rieks Swarte

Gezien: 27 maart, Bellevue

De poëtische speelstijl van deze 14+ voorstelling over eenzaamheid, seksueel geweld en suïcide leek mij wat traag voor die leeftijd, maar volgens Pluck Venema (maakster en bespeler van de poppen) was het jonge publiek altijd doodstil. Snap ik ook wel want het sterk autobiografische verhaal van Lex Paleaux is door Rieks Swarte weer kraakhelder vormgegeven. Jammer dat er ‘s avonds in Bellevue geen kinderen en slecht zo’n dertig volwassenen zaten. De voorstelling is ook maar 19 keer verkocht omdat veel programmeurs de thema’s te zwaar vonden – onterecht want het gevoelige verhaal wordt met een zekere lichtheid verteld en zo maakt de voorstelling deze lastige onderwerpen voor pubers juist goed bespreekbaar.

De Sprong – Nora Fischer

Gezien: 30 maart, Muziekgebouw

Moet nog even nadenken wat ik eigenlijk van deze performance vond...

Zie: Springen en falen – Nora en Roos

zondag 10 maart 2024

Vrouwenstemmen

Onlangs zag ik weer twee boeiende voorstellingen van, door en over vrouwen: 'De Ander (v)' van Discordia en '(V)' van het Vlaamse gezelschap De Nwe Tijd. Ik zal ze hier samen bespreken – niet alleen omdat ze beide in de titel het vrouwelijke (heel bescheiden) tussen haakjes zetten, maar ook omdat de voorstellingen vrijwel dezelfde heldere enscenering hebben: enkele vrouwen bevinden en bewegen zich op een vrijwel kale toneelvloer en ondertussen vertellen ze elkaar... nou ja: dingen.

In 'De Ander (v)' zijn die dingen gedachten, herinneringen en ideeën over hoe mensen zichzelf definiëren en zich daarmee onderscheiden van anderen. Net als de voorgaande voorstellingen in de onvolprezen serie ‘Weiblicher Akt’ gaat het dan vooral om de vrouwelijke kijk op de ‘ander’. Met o.a. de Franse filosoof Levinas en populaire cultuurkritische schrijvers als Adam Philips en Aminata Cairo als inspiratie, heeft ook deze voorstelling weer een zekere filosofische inslag. Het aardige is echter dat de spelers (Annette Kouwenhoven en Miranda Prein, dit keer aangevuld met Zephyr Brüggen) hun eigen ideeën over en bedenkingen bij al die theorieën vertellen. En zij doen dat in de vorm van een gesprek waarin ze elkaar in een rap tempo de ene na de andere bespiegeling (met dikwijls bijzonder geestige voorbeelden) voorhouden.

Impliciet blijft dat het allemaal vrouwelijke bespiegelingen zijn – en dat is natuurlijk toch wel een verschil met hoe mannen naar al die abstracte ideeën over 'de ander' kijken. En dat maakt deze voorstelling ook zo interessant: het zijn de almaar luidere vrouwelijke stemmen die met elkaar toch echt een heel nieuw geluid produceren.

Dat laatste is zeker het geval in de voorstelling '(V)' van De Nwe Tijd. Dit keer zijn het vijf vrouwen die hun moeders en elkaar hebben geïnterviewd over wat er van hen werd verwacht, over wat ze zelf van het leven hebben verwacht en wat daarvan terecht is gekomen. In de voorstelling wordt van al deze gesprekken verslag gedaan in de vorm van grappige, maar ook minder grappige en soms zelfs pijnlijke, persoonlijke ervaringen die de vijf vrouwen elkaar vertellen. Als publiek luisteren wij als het ware mee met een ontspannen kringgesprek.

Qua tempo is het gesprek veel rustiger dan bij de dames van Discordia maar dat komt ook door de zeer persoonlijke aard van de gebeurtenissen die de spelers elkaar vertellen. Deze worden afgewisseld met fragmenten van de interviews met de moeders die op een achterdoek worden geprojecteerd en dit geeft een sterk beeld hoe zowel de verwachtingen als de mogelijkheden van vrouwen de afgelopen decennia wel, of juist helemaal niet zijn veranderd.

Het verschil tussen de moeders en hun dochters is natuurlijk de toegenomen vrijheid – nog altijd relatief, maar zeker voor vrouwen in het Westen zijn de mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen de afgelopen decennia aanzienlijk verbetert. Des te schrijnender zijn de verhalen van moeders die allemaal wel op een of andere manier vast zaten in een systeem dat hen nauwelijks de ruimte bood om te zijn wie zij werkelijk waren of te doen wat ze eigenlijk wilden doen.

Maar ook de vrouwen op het toneel ondervinden nog altijd veel beperkingen – en er volgen verschillende voorbeelden van dom, onbehouwen of ronduit kwaadaardig gedrag van mannen. Een recensent vond al die verhalen bij elkaar een wat eenzijdig en vooral overdreven negatief beeld van de man geven, maar ik had daar geen moeite mee. Integendeel. Er zou veel meer geluisterd moeten worden naar hoe het gedrag van mannen werkelijk wordt ervaren, en hoe het vaak juist de bijna onbewuste, kleine dingen zijn waarmee een onderdrukkend systeem in stand wordt gehouden – niet alleen onderdrukkend, maar vooral ook fysiek benauwend en daarvan worden voorbeelden genoemd die alle vrouwen in de zaal wel herkennen.

Afgezien van de inhoud, vond ik vooral de toon van de voorstelling erg goed. Als enige zoon die opgroeide tussen drie zussen en een moeder ben ik wel een beetje bekend met hoe vrouwen onderling gesprekken voeren. Want als het over persoonlijke ervaringen gaat, praten mannen en vrouwen echt anders met elkaar. (In dit verband is het aardig om te zien hoe moeizaam twee mannen hun zorgen en verwachtingen bespreken in de recente voorstelling ‘A case for the existence of God’).

De voorstelling van de Nwe Tijd is zo’n typisch groepsgesprek waarin vrouwen elkaar rustig aanhoren, uit laten praten, niet onderbreken maar rustig wachten – ook als een stilte ongemakkelijke wordt. In de ruimte die zo wordt gecreëerd, krijgen alle getuigenissen een zekere diepte en breedte en gaat de voorstelling niet meer exclusief over vrouwen en/of het vrouwelijke, maar wordt er gewoon een kwetsbare kant van het mens-zijn getoond. Suzanne Grotenhuis deed overigens iets soortgelijks in haar voorstelling ‘Holy Shit’ (nr. 2 in mijn top-10 van vorig jaar!) waarin traumatische ervaringen rond een miskraam en een bevalling ook ver boven het persoonlijke drama van een individuele vrouw werden getrokken.

Een getuigenis van Ellis Meeuwsen in de voorstelling '(V)' mag ook zeker niet ongenoemd blijven. In een voorzichtig opgebouwd verhaal vertelt Ellis op een volkomen invoelbare manier hoe zij een tijdje terug langzaam maar zeker in een uitzichtloze tunnel belandde – voor de goede verstaander is het duidelijk dat zij aan een ernstige eetstoornis leed. Wijselijk staat ze niet uitgebreid stil bij de donkere eenzaamheid van die aandoening maar stipt ze die slechts zijdelings aan. In plaats daarvan concentreert zij zich op de wonderlijk eenvoudige wijze waarop haar vriendin haar uiteindelijk uit die tunnel wist te trekken: door te zeggen dat zij alle keuzes van haar vriendin daar in die tunnel kon accepteren, maar dat het leven buiten in het licht mét haar vriendin toch leuker is.

Zo was dit ontroerende verhaal een perfecte illustratie van ‘de ander’ die wij nodig hebben om te kunnen bestaan. Voor die les hebben we ook geen filosofen of levenscoaches nodig, maar gewoon goede theatermakers – en wat mij betreft dan bij voorkeur vrouwelijke...

Discordia - Weiblicher Akt 13: De Ander (v)

vrijdag 1 maart 2024

Micromeningen februari 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Zelensky hier – Theatertroep

Gezien: 2 februari, Betty Asfalt Complex

Jammerlijk mislukte hagiografie over Zelenksy. Ik had ze nog zo gewaarschuwd dat ze beter een voorstelling konden maken met het idee dat ze als Theatertroep plotseling zelf aan het hoofd van een fictief land in oorlog zouden staan, maar ze zijn blijven hangen in de eerste ideetjes van bijna een jaar geleden. Vooral jammer om te zien dat ze zelf nauwelijks plezier hebben om dit stuk te spelen terwijl spelplezier juist hun kracht is.

Ik ben de Wind – Afstudeervoorstelling ATD

Gezien: 3 februari, Academie voor Theater en Dans

Voor de oudere bezoeker waren de loopbrug en de kale vloer wat oncomfortabel, maar de sobere enscenering was wel origineel en effectief. Spel en regie ook indrukwekkend maar de lappen tekst (en stiltes) van Nobelprijswinnende beroepsmisantroop Jon Fosse waren naar mijn idee inhoudelijk toch een beetje te zwaarmoedig voor deze jonge acteurs.

The House – Onassis STEGI/Dimitris Karantzas (r)

Gezien: 5 februari, ITA

Hopeloos Grieks toneelstukje over ondergang van de wereld. Het slappe en weing originele ideetje van een chaotische buitenwereld die letterlijk een huiskamer binnenkomt, is uitgewerkt als een doodsaaie en volkomen voorspelbare performance. Bedoelt om als avant-garde theater te imponeren maar ik viel gewoon in slaap.

A Case for the Existence of God – Erik Whien

Gezien: 6 februari, Frascati

Erg goed droog teksttoneel over mannelijkheid. Fijn gespeeld maar had volgens mij aan kracht gewonnen als m.n. Bram Suijker zijn rol iets minder had geacteerd. Zijn tegenspeler Emmanuel Ohene Boafo is een fantastische acteur en terecht winnaar van de Louis d'Or (al had Vincent Rietveld hem toen natuurlijk moeten winnen ;-).

On almost every Page – Gerben Vaillant

Gezien: 7 februari, Frascati

Een als intrigerend aangekondigde performance over de inwisselbaarheid der dingen. Een half uur een halve stapel A4-tjes met doodsaaie tekst voorlezen, dan de stoel verschuiven en nog eens de rest van de stapel doorploegen. Tja...

Ensemble Modern – nieuwe stukken van Ryoji Ikeda

Gezien: 8 februari, Muziekgebouw

Twee korte stukken van violisten die elkaar halverwege ontmoeten waren wel erg conceptueel en saai maar het nieuwe stuk voor het symetrisch opgestelde orkest was geweldig.

Meta-Moe – Emma Buysse & Luna Joosten

Gezien: 9 februari, De Kikker

Geslaagde zedenschets waarin de twee makers weer een sterk beeld van zoekende jonge mensen in deze complexe tijd schetsen. Het blijft vreselijk leuk om Emma te zien spelen. Met een verrassende gastrol van hun voormalige mentor Mark Rietman.

Rijnreisje – De Toneelmakerij/Steef de Jong

Gezien: 10 februari, De Krakeling

Voorstelling blijft hangen in trucjes met kartonnen decorstukken. Verhaal over tocht van een zalm is drie keer niks en werkt niet. Jammer want ik vond zijn laatste operette ('De Dappere Soldaat') wel leuk.

De kwestie Sjostakovitsj – BEER muziektheater

Gezien: 10 februari, De Bellevue

Voorstelling als een gortdroog Wikipedia-artikel. Of nee, nog erger: als een Wikipedia-artikel voorgelezen door een stoffige oom die er langzaam achter komt dat hij te laat van zijn communistisch geloof is gevallen. Alles aan deze voorstelling is ouderwets: het concept, de enscenering, de tekst, de speelstijl, de acteurs...

Nhung geeft zich bloot – Nhung Dam

Gezien: 11 februari, De Meervaart

Nhung was grieperig en daardoor ook wat zenuwachtig, maar zij is een leuke persoonlijkheid en zolang zij het klein houdt, laat zij ook mooie dingen zien. Gevaar is dat zij zich overschreeuwt als zij over haar seksuele avonturen gaat vertellen maar verder gewoon een leuke voorstelling voor een druilerige zaterdagmiddag.

Scold – Sofie Kramer

Gezien: 12 februari, Bimhuis

Geweldig sterke en ontroerende performance over het moeizaam verwerken van een abortus. Gemaakt als cafévoorstelling en Sofie kreeg het Bimhuiscafé inderdaad doodstil. Het blijft bijzonder hoeveel boeiende vrouwelijke stemmen er de laatste tijd te horen zijn. Dit is ook weer zo’n uiterst persoonlijk verhaal over een specifiek vrouwelijke ervaring die in een vorm wordt gegoten waardoor ik het volledig kan meevoelen. Met het moedig en waarachtig delen van ook hun heftigste en moeilijkste ervaringen, weten deze theatermakers het mens-zijn werkelijk wat inclusiever te maken. Ik kijk erg uit naar de voorstelling die zij nu aan het maken is. Een opmerkelijke nieuwe stem!

De Ander (v) / Weibliche Akt 13 – Discordia

Gezien: 13 februari, Frascati + 15 maart, De Kiker

(Zie deze aparte bespreking samen met 'V' van De Nwe Tijd).

Ground Floor – Orkater

Gezien: 14 februari, Bellevue

De avant-gardistische musical met muziek van Annelinde Bruijs op teksten van Maartje Wortel vond ik erg goed. Mooie poëtische setting en op een aangename manier ongrijpbaar spel van de uitstekend zingsprekende acteurs.

Diarree is mijn Lievelingskleur – Artemis / Studio Julian Hetzel

Gezien: 17 februari, De Krakeling

Tja, wat kan ik zeggen over een kak-voorstelling met een grote boodschap waarin Willemijn mij heel gemeen sommeerde om op het podium auditie te komen doen voor de voorstelling die zij en Tim van Dongen en Louis van der Waal vervolgens zelf gingen spelen. Zoals gewoonlijk weer briljant verstandig theater voor het betere kind. Lekker vies dit keer.

Powder her Face (opera Thomas Adès) – Nederlandse Reisopera

Gezien: 18 februari, Carré

Aardige kameropera met verrassende muziek van Thomas Adès werd met wel erg veel tromgeroffel aangekondigd als ‘de eerste opera met een blowjob op het toneel’. Betreffende scène had niet veel om het lijf want werd al even ‘smaak- en humorvol’ opgediend als alle andere scènes in het schandaal rond de Duchess of Argyll. Alleszins onderhoudend maar niet het beloofde spektakelstuk.

Haar in de Wind – Caro Derkx/Wilfried de Jong

Gezien: 20 februari, Frascati

Caro is een enorm charmante persoonlijkheid en in haar vorige voorstelling ('Emma Watson: the play') liet zij zien dat zij best wel wat in haar mars heeft, maar in deze voorstelling met veel gekwijl over haar fietshobby gedraagt zij zich op een bijzonder irritante manier als een omhooggevallen gymnasium tutje (wat zij natuurlijk ook is...).

Ensemble Piece Exhume buried Cries – Khadija El Kharraz Alami (r)

Gezien: 21 februari, De Brakke Grond

Samen met twee ijzersterke vrouwen (Lois Lumonga Brochez en Khadija Massaoudi) gaat Khadija op zoek naar onontdekte werelden, stemmen en entiteiten. Bijzonder krachtige rituele performance met sterke bewegingen/dans, wilde klanken en niet te volgen teksten in een fraai decor, mondt uit in een kolderieke onthoofding van een mannelijke bezoeker. Aan alle kanten sterk en overtuigend theater.

Julie – ITA/Rebecca Frecknall (r)

Gezien: 22 februari, ITA

Gewoon een well made play. Ondanks de nieuwe accenten blijft het inhoudelijk toch een wat gedateerd stuk, maar Eefje Paddenburg was weer geweldig naturel in haar rol als onzekere en tegelijk onuitstaanbare adolescent. Hanna Hoekstra altijd goed en leuk om Minne Koole in een rol te zien waarin hij weer eens kan laten zien wat hij allemaal kan.

The Returned – Rast / Ada Ozdogan

Gezien: 23 februari, Mozaïek

Aardig idee van vier mensen die samenkomen om een mysterieuze gebeurtenis uit hun verleden te duiden. Erg goed intiem decor van een huiskamer en een groot raam met uitzicht op een verlaten straat. Complex samenspel was soms ook een beetje te veel geacteerd maar dit was pas de try-out dus dat wordt vast nog beter. Rosa van Leeuwen bleef alvast lekker ongrijpbaar in haar rol van een flippende arts. Dat de hele bijeenkomst zich in een vage mist van te veel jointjes blijft afspelen, vond ik in ieder geval al erg goed. Wordt ook vast een hele leuke voorstelling

Verzoeknummer – Golden Palace / Jessie L’Herminez (r)

Gezien: 29 februari, De Meervaart

Goed vreemd stuk gespeeld door Lisa en Marie Groothof. Gebaseerd op de door Franz Kroetz in handelingen uitgeschreven monoloog Wunschkonzert over het eenzame bestaan van een vrouw van middelbare leeftijd. Het fraai vormgegeven jaren '70 mini-appartement met op de achtergrond continue een geweldige schlagerzender uit die tijd kon mij absoluut overtuigen. Liefdevol, en met veel gevoel voor detail geschilderd tijdsbeeld.

donderdag 1 februari 2024

Micromeningen januari 2024

Een overzicht van de voorstellingen die ik deze maand heb gezien – met mijn ongevraagde, ongepaste en schandalig ongenuanceerde mening in twee of drie zinnen. Soufflages uitsluitend bedoeld voor de betere verstaander...

Happy in Holland – Sun Li & Tjyying Liu

Gezien: 4 januari, Bellevue

Aardig inkijkje in de moeizame jeugd van Sun Li als dochter van eerste generatie Chinese restauranthouders.

Pygmalion – Onderzoekspresentatie David Roos

Gezien: 5 januari, Frascati

Erg schetsmatige tekstuele performance, heeft nauwelijks indruk gemaakt want ik kan mij er bijna niets meer van herinneren.

En zij maakte een kind - Meral Polat

Gezien: 6 januari, Bellevue

Zie de bespreking bij top-10 voorstellingen 2023

Whatever happened to Mr Pete – Zuidelijk Toneel/Sarah Moeremans (r)

Gezien: 6 januari, Frascati

Grappig idee om zowel podium als tribune in tweeën te splitsen. Opkomst en afgang van en naar het andere toneel suggereert dat je de helft van het verhaal mist – sterke verbeelding van het onbestemde, misplaatste gevoel van de hoofdpersoon. Aardige scènes, lekker vlot spel.

Medea – ITA gezelschap/Simon Stone (r)

Gezien: 11 januari, ITA

Reprise van de voorstelling uit 2014 is een grote teleurstelling. Hyperrealistisch spel rond een vrouwelijke arts die terugkomt van een psychische instorting irriteert en slaat plank daarmee volkomen mis.

Hauntology – Lenz

Gezien: 12 januari, Frascati

Eerste twee voorstellingen van Lenz waren boeiende pogingen om de hopeloosheid van jonge mensen in de huidige tijd op een originele manier te verbeelden. In dit derde deel slaat het volkomen dood met eenzame muzikant in een benauwde kamer die verdrinkt in chaotische tekst- en beeldprojecties over een vriend die zelfmoord heeft gepleegd. Meer een dystopische installatie-performance dan een voorstelling. In de vorige voorstelling ('Katie Cruel') was de drone-muziek er nog met de haren bijgesleept, dit keer pasten de live uitgevoerde drones van Tos Nieuwenhuizen beter, maar het blijft natuurlijk holle kutmuziek.

Opening Night - De Hoe

Gezien: 17 januari, De Brakke Grond

Ronduit geweldig! (Zie de bespreking eerder deze maand).

Kings – Rightaboutnow Inc.

Gezien: 20 januari, Bellevue

Origineel geënsceneerde en goed geschreven voorstelling over eremoord. Geweldige actrices (Cripta Scheepers, Rabina Khatun Miya, Rosa Weekers) spelen in een boxring half dansend en rappend pakkende dialogen. Met name de breakdown van Cripta Scheepers is door haar adembenemende fysieke spel volkomen overtuigend en aangrijpend. Deze actrice moeten we in de gaten houden!

Apocalypse – Opera2Day/Bachvereniging

Gezien: 21 januari, Stadschouwburg Haarlem

Muziek geweldig en ook mooi, helder uitgevoerd maar het verhaal van Jan van Leyden vraagt om veel uitleg en is daarmee te bont voor een opera – ook voor een immaginaire opera zoals deze van J.S. Bach. Ambitieus project maar door de vormgeving en het acteren blijft het toch veredeld amateurtoneel.

Showmeister – Oostpool

Gezien: 23 januari, Frascati

Voorstelling over theatermaken en omgaan met een aangezegde dood is op papier interessant maar in praktijk hebben de schrijvers Jan Hulst en Kasper Tarenskeen er een platte satire met een goedkope ironische boodschap van gemaakt – vol flauwe insiders grapjes en steekjes onder water naar broer Bo en voor dat laatste kunnen wij de beide heren definitief afvoeren van de lijst interessante tekstschrijvers.

JC Superstar – Ivo van Hove (r)

Geien: 24 januari, DelaMar

Alleszins bevredigende musical maar ik zat ook helemaal vooraan en keek zo in de orkestbak waar de uitstekende muzikanten de hits met precies de juiste energie speelden. Jeangu Macrooy verrassend goede zanger en in deze rol ook een overtuigende acteur. Kon tot mijn eigen verbazing bijna alles nog woord voor woord meezingen...

Wunderbaum speelt live (online gaat het mis)

Gezien: 25 januari, ITA

Lekker begin met whatsapp conversatie verzandt al snel in wat voorspelbaar gedoe tussen verschillende ouders en hun kinderen. Schetst al met al een aardig tijdsbeeld waarin er veel langs elkaar heen wordt gepraat en dingen snel uit de hand lopen, maar de voorstelling is ook niet veel meer dan dat.

233 °C – ROSE theater/Abdel Daoudi (r)

Gezien: 26 januari, Bellevue

Schets over de moeizame manier waarop de omgeving omgaat met het afwijkende gedrag van Abdel Daoudi’s broer die regelmatig psychotische episodes doormaakt. Mooi gespeelde scènes waarin veel empathie jegens mensen met hun grote en kleine beperkingen en afwijkend gedrag tot uitdrukking komt. Scène waarin Jason (Dalorim Wartes) zijn moeder (Urmie Plein) confronteert met zijn eigen ongewenste bestaan is hartverscheurend.

Anders is een hele normale Zweedse voornaam – Artemis

Gezien: 27 januari, De Krakeling

Zoals gewoonlijk weer lekker idiote voorstelling waarin drie voorbijgangers verzeild raken in een wereld waarin alle voorwerpen een andere naam hebben. Vermakelijk maar dit keer wel erg veel decor en weinig verrassend spel rond een enkel idee.

De kant van Ada – Mevrouw Ochterop

Gezien: 27 januari, InsBlau

Overtuigende solo van Lotte Dunselman over de Friese vrouw die jarenlang rondliep met het vage gevoel/wetenschap dat haar man de moordenaar van Marianne Vaatstra was. Mooi simpel decor – inlevende tekst en heldere regie van Ria Marks.

Klap III: Hulp – Veenfabriek/Joeri Vos (r)

Gezien: 30 januari, Frascati

Na de fantastische voorstelling 'Recht' is dit derde deel van de serie over de sociaal-maatschappelijke problemen van deze tijd niet zo goed ontvangen, maar ik vond het erg leuk – vooral vanwege het heerlijk drenzende spel van de acteurs. Met name Jacobien Elffers is vreselijk grappig in het eindeloos vaag om de soep heen draaien en in onbegrijpelijke dialogen dingen vooral niet benoemen – ik kan er eindeloos van genieten. Alles in de voorstelling druipt van de hulpeloosheid: het vermoeide spel, het simpele verhaaltje van de moedeloze poging om een benefietavond te organiseren, de muziek die maar niet lekker loopt – dan is een haperende zendmicrofoon geen storende fout, maar juist een fijne kers op deze heerlijk ingezakte taart!

BAAAAAA – Circus Treurdier

Gezien: 31 januari, Bellevue

Nog zo’n lekkere voorstelling vol leuke vondsten, grappige teksten en vooral veel uitstekend gezongen muziek. Beslist niet eenvoudig ook die meerstemmige en polyritmische liedjes en de toewijding waarmee de acteurs deze hebben ingestudeerd is kenmerkend voor de verzorgde manier waarop de hele voorstelling is gemaakt. Uitstekend vermaak!

woensdag 24 januari 2024

De HOE en het waarom

Het is een beetje vervelend, maar ik ben bang dat we begin januari al meteen de beste voorstelling van het jaar hebben gezien. Ik heb het natuurlijk over Opening Night van het nieuwe Vlaamse gezelschap De HOE (fusie van het voormalige Compagnie de KOE en Hof van Eede). De voorstelling was al een half jaar eerder in Oostende in première gegaan en was ook al tientallen keren in België gespeeld, maar De Brakke Grond is zoals gewoonlijk weer hopeloos traag met het programmeren van belangrijke nieuwe stukken van belangrijke Vlaamse gezelschappen.

Onbegrijpelijk ook dat deze voorstelling slechts drie keer in de Amsterdam te zien is geweest en daarna nog maar één keer in een ander theater in Nederland is geboekt (nota bene door de schouwburg Amstelveen). Onbegrijpelijk want geheel volgens verwachting kreeg de voorstelling overal vijf sterren en was hij die drie avonden stijf uitverkocht. Nou ja, het is te hopen dat de nieuwe directeur van het Vlaams Cultureel Centrum de promotie van de vooraanstaande Vlaamse theatercultuur toch wat voortvarender gaat aanpakken…

Waarom is dit zo’n waanzinnig goede voorstelling? Ik vind het lastig om daar precies de vinger op te leggen. De voorstelling werkt namelijk op verschillende niveaus die allemaal vernuftig zijn uitgewerkt en minutieus worden uitgevoerd, maar elkaar tegelijkertijd ook onderuit halen. Het beste voorbeeld van dat laatste is de opwindende tune waarmee de voorstelling begint (na een korte proloog/scène waarin de hele thematiek van de film is samengebald): Change of the Guard van Kamasi Washington. Terwijl over de volle breedte van een filmdoek de titels ‘De Hoe’ en ‘Opening Night’ worden geprojecteerd, klinkt deze dramatische muziek luid over de speakers. Alles schreeuwt opwinding en verwachting. Maar dan stopt de muziek abrupt en begint een knullig gefilmde scène die schijnbaar in een repetitieruimte van De HOE is opgenomen: een rommelig overleg over het begin van de voorstelling en of het wel een goed idee is om met zo’n ‘cold open’ scène te beginnen. Is dat niet te gekunsteld en moet niet eerst iemand het publiek met een ‘goedenavond’ verwelkomen? Maar een ander reageert dan meteen dat het best gekunsteld mag zijn, want het is theater hè… (Halverwege de voorstelling zal Peter van den Eede ons alsnog met een 'goedenavond' welkom heten).

Kijk, met zo’n tuimelende opeenvolging van verrassende, maar tegelijk volkomen vanzelfsprekende wendingen zit ik dus meteen op het puntje van mijn stoel. En de opwinding die zich vervolgens ergens diep in mijn buik nestelde heeft mij gedurende de hele voorstelling ook niet meer verlaten.

De voorstelling is namelijk geen vrije bewerking van, maar eerder een associatief voortborduren op de film Opening Night van John Cassavetes. Of eigenlijk moet ik zeggen van John Cassavetes én Gena Rowlands want als regisseur en actrice hebben zij de film toch heel erg sámen gemaakt. In de film speelt Cassavetes zelf de rol van een acteur en oud geliefde van een actrice (Rowlands) die moeite heeft met de rol die zij in een theaterstuk moet spelen en de repetities continu ontregelt. Tegelijk rebelleert zij met overmatig drankgebruik tegen de nieuwe rol die haar als oudere actrice, oud-minnares en 'rijpere' vrouw in het leven wordt opgedrongen.

Het drankzuchtig verzet tegen de vergankelijkheid is echter slechts de oppervlakkige, narratieve laag van de film. Het fascinerende van de film is namelijk dat John Cassavetes en Gena Rowlands eigenlijk continu een versie van zichzelf spelen omdat de regisseur en actrice tot de dood van Cassevetes in 1989 ook werkelijk een bijzonder hecht stel waren. Daarmee is deze film een rijke collage van allerlei thema’s die in vele lagen aan de orde komen: echte en gespeelde werkelijkheid, echte en ingebeelde herinneringen, echte en ingebeelde liefde en trouw, echte opofferingen voor elkaar en voor het theater, etc. Vanwege deze inhoudelijke complexiteit is de film voor kunstenaars altijd een rijke bron van inspiratie geweest.

Zo heeft Ivo van Hove jaren geleden ook al eens een toneelbewerking van Opening Night gemaakt. Die voorstelling heb ik niet gezien, maar ik heb begrepen dat hij zich vooral concentreerde op het psychologische verhaal van een drankzuchtige actrice die getuige is van een dodelijk ongeval van een fan en zo een traumatische gebeurtenis uit haar jeugd herbeleeft. De dood van een fan wordt gekoppeld aan het verlies van succes en eigenwaarde als actrice waarna zij op het toneel uiteindelijk zegeviert door in halfbezopen toestand het hele stuk toch naar haar hand te zetten.

Zoals gezegd is dat inderdaad één laag van deze lucullische film. Maar volgens mij maakte Ivo hier de fout die hij later nog een paar keer zou maken – namelijk dat hij een hele goed film ziet en zijn enthousiasme wil delen door deze nog eens dunnetjes over te gaan doen op het toneel. Zo heeft hij bijvoorbeeld ook fantastische films als Ossessione (Visconti), Teorema (Pasolini) en Network (Lumet) grondig om zeep geholpen want de zwaar uitgeklede verhaaltjes op de planken zijn natuurlijk niet te vergelijken met de originele versies die immers voor een totaal ander medium zijn geschreven. Close-ups van acteurs zijn dan slechts amechtige pogingen om dezelfde verteltechnieken op het toneel toe te passen. Maar waarom al die moeite doen voor een slap aftreksel van een meesterwerk en stuur je mensen niet gewoon naar de bioscoop?

De HOE projecteert ook gefilmde scènes met close-ups, maar heeft wijselijk besloten alle verhaallijnen van de film te laten zitten en zich uitsluitend op de thema’s te geconcentreerd. Of niet helemaal want ze hebben wel één hele fraaie scène uit de film gelicht (en die heel grappig maar meteen tot ‘sleutelscène’ gebombardeerd). Er wordt voorgesteld dat deze scène in de voorstelling door een koppel gespeeld moet gaan worden en de hele voorstelling zien we de acteurs vervolgens met elkaar koppels vormen (in scènes die meestal niets met die zogenaamde sleutelscène van doen hebben). Zo worden in verschillende, dikwijls bijzonder geestige scènes allerlei vormen van liefde en manieren van liefhebben tussen de verschillende acteurs belicht.

Met deze ingreep weet De HOE in deze voorstelling wél de essentie van de film te raken. Want zowel in de film Opening Night als in deze voorstelling gaat toch vooral over acteren: over de rollen die ons zijn toegewezen en die wij met plezier of juist met tegenzin spelen – op toneel, in het leven en in de liefde.

Overigens zit de voorstelling vol subtiele verwijzingen naar de film en dat maakt het een feest voor de liefhebbers van John Cassavetes en Gena Rowlands. Maar het briljante is dus dat het geen uitgekleede bewerking van de film is, maar een geheel op zichzelf staande voorstelling over de liefde en het theater. Eat your heart out Ivo...!

Gaat dat zien! U heeft nog één kans eind november in de schouwburg Amstelveen.

Opening Night - De HOE

woensdag 3 januari 2024

Top-10 beste voorstellingen 2023

Op veler verzoek heb ik een lijstje gemaakt van wat volgens mij de beste voorstellingen van 2023 zijn geweest. Er ontbreken vast een paar interessante namen want ik heb natuurlijk niet alles gezien, maar met gemiddeld vier voorstellingen per week lijkt het mij toch een aardig distillaat van al het moois dat de verschillende theatermakers op de planken hebben gebracht.

10. Tofu Cowboy – Steyn de Leeuwe

Knappe solo over Steyn’s eigen belevenissen als ggz-verpleegkundige tijdens en net na de corona-crisis. In deze lunchvoorstelling zijn die ervaringen samengebracht in vier verschillende ‘klanten’ die hij thuis bezoekt. Razendsnelle wisselingen van personages – geweldig grappig en aandoenlijk. Zelf bedacht, zelf geschreven en zelf gespeeld dus vijf bonuspunten.

9. Ik heb gezongen op mij moeders begrafenis – Roos Bottinga

Opnieuw vijf bonuspunten voor een zelfgemaakte solo. Dit keer over de moeilijke verwerking van het plotselinge overlijden van Roos’ moeder. Ja, er vloeien tranen, maar de manier waarop zij in deze kleine voorstelling de hechte band tussen moeder en dochter invoelbaar maakt, gaat verder dan een therapeutische sessie. Een paar van mijn theatervriendinnen vonden het maar aanstellerig gedoe, maar oude theatermannen als Kerster Freriks en Constant Meijers waren net als ik erg onder de indruk van dit grote talent. Ik volg Roos al sinds haar stage en afstuderen van ArtEZ (zelfde lichting als Eefje Paddenburg en Marie-Mae van Zuilen!) maar met deze eerste voorstelling oversteeg zij al mijn verwachtingen. Hoewel de titel dat misschien suggereert, wordt er niet gezongen in deze voorstelling maar ook dat kan zij erg mooi. Het is te hopen dat dit bijzondere talent behouden blijft voor de ware podiumkunst en zij de verleiding van een ongetwijfeld aanlokkelijke rol in een of andere musical of, God verhoede, suffe televisieserie kan blijven weerstaan.

8. The Omen – Tijd van de Wolf /Alexandra Broeder

Nog zo’n voorstelling met een zeker therapeutisch gehalte, maar die daar in beleving ook weer ver bovenuit stijgt. Dit keer stonden er acht jonge vrouwen op het toneel die momenteel in behandeling zijn voor anorexia of daar net uitkomen. Alexandra had ze daar als versteende madonna’s neergezet: enerzijds als een aanklacht tegen de dikwijls onbeholpen manier waarop dit complexe en wijdverbreide, sociaal-maatschappelijke probleem nog altijd als ‘psychische stoornis’ wordt behandeld, anderzijds als collectieve schreeuw om meer bewegingsruimte – d.w.z. ruimte om gewoon zelf te mogen uitzoeken wie je wilt zijn in een samenleving die weinig plek biedt aan vrouwen die niet aan bestaande rolmodellen kunnen of willen voldoen. Voor wie een beetje bekend is met de problematiek rond eetstoornissen is dit geluid niet echt nieuw, maar de manier waarop deze dappere meisjes hun eigen verhaal in deze voorstelling verwoordden, was meer dan indrukwekkend. Ook erg goed dat Alexandra zichzelf dit keer wat expliciter liet zien. Dat kostte haar zichbaar moeite en precies die gevoelige snaar maakte deze voorstelling oprechter en overtuigender dan haar vorige projecten over en met meisjes met psychische problemen.

7. En ze maakte een kind – Sara Sluimer, Nita Kersten, Meral Polat/Orkater

Kleine lunchvoorstelling van regisseur Nita Kersten met powerhouse-actrice en zangeres Meral Polat over de keuze wel of niet kinderen krijgen – in het bijzonder of kinderen en kunst wel samen gaan. In deze solo besluit Meral om de grote wens van haar vader in vervulling te laten gaan en live on stage een dochter te baren – niet letterlijk maar als conceptueel idee. In een geweldige performance sleurt zij ons vervolgens mee naar de twijfel, de sociale druk, de zorgen en angsten, het geleidelijk verstommen van alle logische gedachten en de overgave aan de aanzwellende reeks golven van de oneindige reeks moeders die haar voor gingen, de ondraaglijke fysieke pijn en uiteindelijk de ontnuchterende werkelijkheid van iets nieuws te hebben gecreëerd. Het wiegelied waarmee Meral Polat de hoop uitsprak dat deze dochter in alle vrijheid mag opgroeien, was bijna letterlijk adembenemend – het deed Sarah Sluimer, de schrijfster van de prachtige tekst, naar eigen zeggen in tranen uitbarsten. Ik hield het eerlijk gezegd ook niet droog.

6. Het nut van Edo Dompelmans – Simme Wouters & Jasper Stoop/Orkater

Deze voorstelling zag ik pas in de laatste week van december maar belandt meteen op plek zes want het is echt een wonderbaarlijk mooi stuk. Simme Wouters is een schrijver met een perfect gevoel voor het kleine en het absurde (in de Theaterkrant is hij zelfs de nieuwe Becket genoemd). In deze voorstelling over een wat verloren ziel in een failliete kringloopwinkel met spullen van een overleden, kleptomatische moeder bereikt hij samen met zijn compaan Jasper Stoop en muzikant Radek Fedyk echt grote hoogten. Ik kijk uit naar hun volgende voorstelling die zij binnenkort bij Orkater gaan maken.

5. Prima Facie – ITA

Het stuk van Suzie Miller over een succesvolle advocaat van zedendelinquenten die, na door een collega te zijn verkracht, zelf met het oneerlijke rechtssysteem te maken krijgt, was al een grote hit in Melbourne en London. Het is meteen ook de knallende eerste hit van Eline Arbo als nieuwe regisseur bij ITA. Niet in het minst, of eigenlijk vooral door het ongelooflijk knappe en intense spel van Maria Kraakman. De voorstelling heeft terecht overal vijf sterren gekregen – behalve in de Theaterkrant want daar vond Marijn Lems het weliswaar een belangrijk stuk, maar in de een-op-een-enscenering van Eline Arbo bijzonder conventioneel en voorspelbaar. Bij monde van angeheuchte Gerard Soetelief was ik het daar in de Theaterkrant eigenlijk wel mee eens. Maar ja… Maria Kraakman.
Zie het commentaar van Soetelief en de discussie onder de recensie van Marijn Lems.

4. Het geheven vingertje – Artemis

Al jaren maakt Artemis naar eigen zeggen ‘verstandig theater voor het betere kind’. Dat geldt zeker voor deze jeugdtheaterhit uit 2007 die dit jaar in reprise ging. Zelden heb ik in het theater zo hard gelachen. Het eerste kwartier met nors zwijgende vertegenwoordigers van de kindertheatervakbond (fijne rol Janneke Remmers!) was al behoorlijk geniaal, maar wat er daarna allemaal gebeurde, valt niet te beschrijven. De voorstelling is ooit gemaakt voor kinderen (10+) maar de uitverkochte grote zaal van Frascati zat beide avonden vol met dramaturgen, acteurs, regisseurs en docenten en leerlingen van de toneelschool want niemand wilde de reprise van deze briljante voorstelling missen.

(De reprise van Een voorstelling die schijt heeft aan zijn eigen vage titel van Artemis was overigens ook vreselijk grappig en heel goed, maar er kan van ieder gezelschap natuurlijk maar één voorstelling in deze top tien staan. Kijk wel even deze geweldige trailer)

3. Desire – Louis Janssens

Een hele eenvoudige, kleine voorstelling die diep weet te raken. De Vlaamse acteur Louis Janssens stond eerder met Willem de Wolf in de voorstelling Analoog (de Hoe) en nu heeft hij deze prachtige tekst over verlangen geschreven. Terwijl ze voorzichtig met handen en armen fysiek contact met elkaar zoeken, spreken de vier acteurs met ontblote bovenlijven afwisselend allemaal kleine en grote wensen en (homo-erotische) fantasieën uit. De tekst golft op een mooie muzikale manier van intens en uitzinnig naar luchtig en verstild. Uiteindelijk belanden de vier mannen met elkaar in een lieflijke omhelzing en dan volgt Louis Janssens met een lange, steeds intenser uitgesproken opsomming van alles wat er mooi is aan het leven. In al zijn eenvoud een schitterende, roerende voorstelling. Maar met met oog op die laatste cornucopiaanse uitstorting had er voor mensen met uitbehandelde longkanker vooraf wel even een tricker warning mogen zijn...

2. Holy Shit – Suzanne Grotenhuis

Deze solo heeft maar twee dagen in De Brakke Grond gestaan en is ook nauwelijks opgemerkt, maar voor mij was het een absoluut hoogtepunt. De voorstelling begint als een soort conference waarin Suzanne in een rare regenjas met een haaienvin op de rug op een nuchtere, droogkomische manier over haar tamelijk rampzalig verlopen reis naar het Fringe Festival in Edingburgh vertelt. Die lichte toon houdt ze vast terwijl het verhaal steeds grimmiger wordt en zo sluipt er langzaam een donker geluid in de voorstelling. Het is de ijskoude toon van de verpletterende eenzaamheid die zij in een postnatale depressie heeft gevoeld. In de manier waarop zij die eenzaamheid in deze voorstelling verwoordt, heeft zij het tegelijkertijd over de samenleving die veel te hoge eisen stelt aan mensen, waarin dingen niet mogen mislukken en iedereen het te druk heeft en er geen tijd is om gewoon een beetje naar elkaar om te zien. Op een hele simpele maar aangrijpende manier weet zij het particuliere zo te verheffen tot snoeiharde cultuurkritiek. Of misschien juist omgekeerd: theoretische cultuurkritiek terug te brengen tot een hartverscheurend concreet drama.
Luister ook naar dit interview met Suzanne over haar boek ‘Waar zijn de Wolken’.

1. The Cadela Força Trilogy deel I: The Bride and the Goodnight Cinderella – Carolina Bianchi

Tja, wat valt er te zeggen over een voorstelling die begint met een kunsthistorische lezing van bijna een uur waarin de vorig jaar van de DasArts Theatre afgestudeerde Carolina Bianchi de schilder Botticelli en de Hel van Dante verbindt met een performance uit 2008 van de Italiaanse kunstenaar Pippa Bacca. Een voorstelling waarin Bianchi zichzelf met een daterape drug (‘Boa Noite, Cinderela’) drogeert en de rest van de voorstelling bewusteloos onder een dekentje ligt terwijl de dansers van haar groep Cara de Cavalo de koortsachtige nachtmerrie van haar eigen verkrachting naspelen – een nachtmerrie die, net als na haar eigen aangifte bij de politie, eindigt in een wijdbeens vaginaal onderzoek dat zij in half-gedrogeerde toestand ondergaat en die ons op een groot scherm wordt getoond.

Heavy shit dus. Zo'n samenvatting is voor mij doorgaans ook voldoende om die avond maar weer eens een filmpje te pakken of zo, maar in dit geval ben blij dat ik de voorstelling toch ben gaan zien. Ik heb namelijk tweeënhalf uur lang volkomen gebiologeerd zitten kijken hoe diep deze kunstenaar bereid is te gaan in het willen doorgronden en verwerken van haar eigen trauma. Dat doet zij aanvankelijk door de mogelijk diepere sociale en culturele oorzaken van masculien geweld en femicide te verkennen. Maar zij realiseert zich al snel dat dat niet voldoende is. Voor de kunstenaar Bianchi gaat theater in essentie om het gemeenschappelijk herbeleven van menselijk drama. Voor haar afstudeerproject zette zij dus dit middel in om haar eigen nachtmerrie een plek te geven. En die (letterlijk fysieke) overgave aan de kunst gebeurt op zo’n eerlijke en overtuigende manier, dat wij ons als publiek gewillig laten meevoeren in haar hellevaart en het trauma zo inderdaad wordt ‘gedeeld’.

Met dat delen wordt ook duidelijk waarom Bianchi in de introductie zo uitgebreid over de performance van Pippa Bacca heeft gesproken. Door in haar eentje in bruidsjurk door alle Balkanlanden te liften, wilde deze kunstenaar de door oorlog getraumatiseerde bevolking laten zien dat om verder te kunnen samenleven, men elkaar weer een beetje moest leren vertrouwen. Zij deed dit door als eenzame lifster in een trouwjurk letterlijk ‘vertrouwen’ in haar medemensen te tonen. Het inzetten van haar eigen lichaam voor dit naïeve idee moest Pippa Bacca met dood bekopen want uiteindelijk is zij op gruwelijke wijze verkracht en vermoord.

Op vegelijkbare wijze wil Bianchi haar eigen lichaam op het toneel inzetten om na haar verkrachting weer een beetje vertrouwen in de medemensen te krijgen. Want het met geweld schenden van vertrouwen – dat is precies waarom een verkrachting (en helemaal een daterape) zoveel meer is dan een fysiek misdrijf en het zulke diepe psychische wonden slaat. Het basale vertrouwen dat mensen in elkaar hebben, en dat essentieel is voor ons bestaan als hypersociale wezens, dat is wat er bij verkrachting wordt geschonden. En dat is wat Carolina Bianchi met het delen van haar traumatische ervaring en het daarbij inzetten van haar lichaam, in deze voorstelling weer probeerde te herstellen. En daar slaagde zij wat mij betreft dus dus geweldig in. Zo was deze tweeënhalf uur durende performance een sublieme demonstratie van de rituele kracht van theater!

Hors concours

Er zijn twee voorstellingen die nog wel even genoemd moeten worden. Beide niet in de top-10 omdat het eigenlijk geen gewone theatervoorstellingen waren.

Allereerst het optreden van Jacob Derwig tijdens Theater Na de Dam op 4-mei in Carré. De hachelijke performance ‘Waarvoor wij strijden’ met een ijzersterke tekst van Bo Tarenskeen maakte veel los en is nu al legendarisch. Ik zat helemaal bovenin het uitverkochte Carré en helaas net te ver van het podium om mijn flesje water als ongewenst attribuut naar Jacob’s proto-fascistische rotkop te kunnen gooien – was het misschien nóg spannender geworden...

Volgens vriend Frank was ‘The Making of Berlin’ van de Belgische regisseur Yves Degryse geen theater- maar een filmvoorstelling. Dat ben ik bij nader inzien ook wel met hem eens, maar deze fantastische theaterdocumentaire mag gewoon niet ongenoemd blijven. Het gedoe rond de productie van een bijna onmogelijke project deed mij sterk denken aan de grote theatrale projecten en performances die wij in het verleden hebben gedaan. Sowieso was het een voorstelling die ik vroeger heel graag zelf had willen maken. Gelukkig zijn mijn ambities inmiddels wat afgezwakt...

Nog te zien:

Het geheven vingertje - ArtemisHoly Shit - Suzanne GrotenhuisThe Bride and the Goodnight Cinderella - Carolina BianchiDesire – Louis JanssensHet nut van Edo Dompelmans – OrkaterPrima Facie - ITAEn ze maakte een kind – OrkaterThe Omen – Tijd van de Wolf/Alexandra BroederIk heb gezongen op mij moeders begrafenis – Roos BottingaTofu Cowboy – Steyn de Leeuwe